Ik kijk uit gewoonte naar het overzichtsbord als ik onze post binnen stap. Geen enkel CTG draait mee. Niemand aan het bevallen, een rustig begin van deze zondag. Ik leg mijn tas in de hoek en rol mijn kruk naast die van mijn collega Vera. Haar gezicht is bleekjes, haar eerste nachtdienst en toe aan haar bed zo te zien.
‘Rustig gehad?’ vraag ik.
‘Ja, heel rustig. Maar dat was fijn, had ik alle tijd voor hen,’ ze wijst naar haar beeldscherm waar het dossier van Marloes open staat.
Ik kijk haar vragend aan tot ze begint te vertellen. Vera vertelt over Marloes en haar man Fernando. Ik word er stil van en luister aandachtig. Het stel is begin dertig en verwachten hun eerste kindje. Helaas is hij bij 39 weken zwangerschap plots in de buik overleden.
Vera neemt de tijd en vertelt alles wat er de afgelopen dagen bij het stel is gebeurd.
De zwangerschap verliep vlekkeloos. Normale echo’s en normale controles totdat ze afgelopen woensdag de verloskundige belden omdat Marloes de baby niet meer voelde bewegen. De verloskundige kwam bij het stel thuis langs maar kon geen harttonen vinden. Ze heeft Marloes naar het ziekenhuis verwezen waar de gynaecoloog met de echo heeft bevestigd wat hun vermoeden was: het hartje klopte niet meer.
Nadat ze van de eerste schok waren bijgekomen, moesten ze nog beginnen aan het tweede deel. De bevalling van hun overleden kindje. Nadat er medicatie werd gestart duurde het niet lang voordat de weeën begonnen, gisteravond braken de vliezen en nam de pijn in alle hevigheid toe. Ze kreeg een ruggenprik en de ontsluiting verliep vlot.
Inmiddels is het half acht in de ochtend, Marloes heeft al enkele uren tien centimeter ontsluiting maar voelt door de ruggenprik niet dat ze moet persen. Zo nu en dan dommelt ze wat weg tussen de weeën maar de angst voor wat komen gaat, zorgt ook voor onrust bij het stel. Ik ben blij voor Vera dat ze naast hen weinig om handen had vannacht. Het schipperen tussen meerdere patiënten bij wie de uitkomst zo vreselijk ver van elkaar af staat is emotioneel zwaar.
Nadat Vera alles heeft verteld, me de telefoon overdraagt en de post uitloopt richting haar bed, start ik mijn computer op. Ik haal een kopje thee en lees uitvoerig alles wat is opgeschreven over Marloes en haar man. Ook ik ben blij dat er voor de rest nog niet heel veel op de planning staat. Ik kan me volledig op hen richten.
Ik merk niet op dat mijn collega Erna het kantoor binnenstapt. Ze is verpleegkundige en zorgt vandaag samen met mij voor het stel. We kletsen wat in een soort bedrukte stemming, zo’n verhaal maakt dat je even weer anders de wereld in kijkt. Maar ik ben blij met Erna, met haar jarenlange ervaring wordt zij nergens warm of koud van. Ik heb altijd bewondering voor haar bejegening. Ze weet altijd het goede te zeggen en ik heb nog nooit een onvertogen woord gehoord van een patiënt die zij heeft begeleid. We stappen op en lopen in stilte richting het einde van de gang waar Marloes en Fernando verblijven.
Het zonlicht schijnt vanaf onze rug de gang door. Een schittering op de foto’s aan de muren. Een nieuwe dag die zoveel impact gaat hebben voor dit arme stel. Ik neem me voor mijn uiterste best te doen voor een zo optimaal mogelijke ervaring voor hen. Aangekomen bij de verloskamer neem ik een diepe ademteug om een soort van moed in me op te nemen. Ik laat mijn emoties naar beneden zakken en probeer een onzichtbare professionele pet op te zetten om me niet teveel emotioneel te laten gaan bij de situatie van Marloes en Fernando. Het is hun verhaal en hun verdriet.
Als ik de deur opendoe hoor ik de mannen van 538 grapjes maken over de net vertelde nieuwsberichten van Florentine. De sfeer voelt gelijk lichtjes. Ik kijk naar de vrouw in het bed die een bakje yoghurt eet. Haar man ligt languit naast haar op een tweede bed die tegen Marloes haar bed is aangeschoven. Haar sluike blonde haar valt wat warrig langs haar hoofd. Op haar nachthemd een slaap lekker versje, die wat strak zit rondom haar bolle buik. Fernando is kalend en ietwat gezet. Een lichtblauwe polo dit net iets te strak rond zijn heupen zit en een zwarte trainingsbroek van Hummel. Ze zijn een stel als ieder ander en kijken me hoopvol aan als ieder ander stel die een nieuwe dienst hun kamer binnenlaat. Er mist alleen één groot essentieel ding. Het geluid van een kloppend hartje vanaf een CTG-apparaat.
Marloes en Fernando kijken ons aan. Marloes legt haar bakje yoghurt op het nachtkastje en Fernando gaat wat meer rechtop zitten.
‘Goedemorgen,’ begin ik. ‘Mijn naam is Lisa, verloskundige van vandaag. Ik heb het overgenomen van Vera. Wat ontzettend verdrietig wat jullie mee moeten maken.’
Terwijl ik het zeg doe ik een stap opzij doe om Erna letterlijk ruimte te geven.
We krijgen een glimlach terug. Ik pak een stoel en schuif die aan het bed van Marloes. Erna doet hetzelfde. We praten, er komen veel tranen. Marloes vertelt over het wiegje die zo mooi thuis naast hun bed staat. Het hemeltje die Fernando’s moeder met liefde heeft gemaakt en alle spulletjes die ze al voor de baby hadden gekocht.
‘Het is een jongetje,’ vertelt Fernando met trots. Achter zijn vochtige ogen zie ik een glimlach. Hoop die vervlogen is van een toekomst die nooit met hem zal bestaan.
‘Hij heet Ferre,’ gaat Marloes verder. ‘Iedereen kan maar zo kort van zijn naam genieten dat we hebben besloten om zijn naam alvast bekend te maken.’
Ik slik en zoek naar mijn professionele pet.
‘Mooi,’ is alles wat ik uit kan brengen.
Erna vraagt naar de wensen. Of ze al hebben nagedacht over wat ze straks willen. Of ze Ferre gelijk op Marloes haar borst willen hebben en hoe ze het voor zich zien. Of ze foto’s willen, kleertjes hebben en wat ze met het bezoek willen.
Ze hebben er goed over nagedacht. Ze willen zoveel mogelijk foto’s, ze willen hem in water opbaren en twijfelen nog over alle onderzoeken na de tijd. Ze willen eigenlijk vooral tijd met hem.
Het gesprek verloopt heel organisch en langzaam verschuift het naar de bevalling.
‘Je hebt nu al enige tijd tien centimeter, begreep ik van Vera, maar nog altijd geen persdrang?’ vraag ik Marloes.
‘Nee, enkel een beetje een gek gevoel van onder,’ zegt Marloes.
‘Zal ik anders kijken hoe het ervoor staat? Misschien kunnen we proberen te starten met persen.’
‘Het zal toch eens moeten,’ stemt Marloes in.
Nadat ik mijn handschoenen heb aangetrokken neem ik plaats naast Marloes op het bed. Ik schuif het deken van haar billen en Marloes wipt het nachthemd wat omhoog. Ze legt haar hoofd neer en kijkt naar Fernando. Hij pakt haar hand en plant er een kus op. ‘Komt goed schatje,’ fluistert hij.
Ik voel voorzichtig en stuit gelijk op zacht weefsel. Ik probeer door te voelen maar ben wat verbaasd over de zachtheid van wat ik verwacht had dat het schedeltje zou zijn.
‘Ik wil even goed voelen hoor,’ geef ik aan om wat meer tijd te krijgen. Op dat moment voel ik dat een enorme druk op mijn vingers.
‘Voel je dit?’ vraag ik.
‘Mwah, niet echt,’ zegt Marloes.
‘Probeer toch maar eens mee te persen, het is een wee en die voelt super krachtig.’
Marloes doet wat ik vraag terwijl ik mee blijf voelen. Erna legt haar uit wat ze moet doen.
‘Ik ga mijn best doen,’ zegt ze.
Het duurt even voordat de volgende wee komt. Als die zich aandient, doet Marloes precies wat we van haar vragen. Ze perst op volle kracht en ik voel gelijk mooie progressie. Ik haal mijn vingers terug en moedig Marloes aan.
‘Ik voel dat het hoofdje al erg diep in je bekken zit, bijna bij recht voor de uitgang,’ geef ik aan als de Marloes stopt met persen.
‘Wel voel ik dat het hoofdje vrij zacht is geworden. Dat komt vaak omdat het vocht in het lijfje met de zwaartekracht mee naar beneden zakt op het moment dat het kindje niet meer leeft. Ik verwacht dus dat het hoofdje een wat andere vorm heeft.’
Fernando knikt en ook Marloes lijkt het te begrijpen. Toch bespeur ik logischerwijs ook angst in haar blik. Ze kijken nogmaals naar elkaar en ik zie dat de spanning voor het onbekende toeneemt. Ook Erna ziet dit en benoemt het.
‘Ferre komt er aan. Dat gaat je lukken meid, je bent bewonderenswaardig sterk,’ zegt Erna tegen Marloes. Marloes knikt zichtbaar verdrietig.
Nadat de tranen van de toenemende spanning eruit zijn, spreken we af ervoor te gaan. Omdat Marloes nog steeds weinig voelt gaat ze puur op gevoel persen elke keer als ze ook maar de minste druk voelt. Ze begint gelijk en neemt een diepe ademteug, ze probeert zo goed als het lukt te persen. We nemen de tijd en als Marloes even pauze wil, nemen we die. Na een half uurtje persen zie ik het zachte hoofdje van Ferre iets aan de buitenkant van Marloes haar schaamlippen verschijnen. Het ziet er net zo zacht uit als dat het voelde.
De tijd verstrijkt, Marloes doet het goed en houdt dapper vol. Fernando is helemaal in zijn rol en perst mee, draagt washandjes aan en geeft zijn vriendin geregeld slokjes water. Als Marloes een uur aan het persen is, zie ik al een groot deel van de bovenkant van het hoofdje en verschijnt er wat haar. ‘Ferre heeft meer haar dan jij,’ glimlach ik naar Fernando die zijn hand over zijn kale hoofd heen haalt. Zijn gezicht licht even op en ik zie hoe zijn ogen vochtig worden van de tranen. Ik slik mijn eigen tranen in. Ik kijk naar Erna die lief naar me glimlacht en me een knipoog geeft. Ik beantwoord haar glimlach en we focussen ons weer op Marloes.
‘Ik voel de druk nu ook,’ zegt Marloes. ‘Is dat het hoofdje?’
‘Zeker,’ zeg ik. ‘Het hoofdje is bijna geboren.’
De volgende wee perst Marloes uit volle kracht wel vier of vijf keer. Bij de vijfde keer zie ik hoe het hoofdje verder komt en nagenoeg wordt geboren. Marloes geeft nog één keertje alles wat ze heeft waarna het hoofdje van Ferre tot aan zijn kin wordt geboren. Hij ligt als een sterrenkijker met zijn ogen naar boven.
‘Hij had jullie graag als eerste gezien,’ zeg ik tegen Marloes en Fernando. ‘Hij heeft zijn oogjes naar boven. Een nieuwsgierig mannetje.’
Fernando draait zijn hoofd weg. ‘Ik durf niet te kijken,’ zegt hij.
‘Neem je tijd, alles is goed,’ Erna legt haar hand op zijn schouder en pakt de camera.
Ook ik wacht geduldig wat er gebeurt bij de volgende wee. Een levenloos kindje draait meestal niet zo soepel door het bekken en ik wil er het liefst zo lang mogelijk vanaf blijven.
Ze perst en perst en als het hoofdje tot aan de nek geboren is, valt Ferre’s hoofdje zachtjes op het matras. Marloes perst verder maar de schouders komen niet. Dat voelt ze zelf ook.
‘Het lukt niet,’ zegt Marloes.
Nadat Marloes nog een aantal keren heeft geperst zonder dat de schouders komen probeer ik het kindje te pakken. Het hoofdje is poreus als ik het aanraak. Het voelt zacht in mijn handen. Ik probeer hem heel zachtjes heen en weer te bewegen maar zijn lijfje volgt niet.
Ik vertel Marloes precies wat ik doe en vraag haar zo hard als ze nog niet eerder heeft gedaan te persen.
‘Lukt je dat denk je?’
‘Ik doe mijn best,’ Marloes klinkt vastberaden. Ze neemt een diepe ademteug en trekt haar benen ver naar zich toe. Ze perst ontzettend krachtig terwijl ik Ferre’s hoofdje tussen mijn handen heb en lichte tractie geef. Bij de derde keer persen voel ik beweging en wordt daar het kleine mannetje geboren.
Ik leg het slappe, levenloze jongetje op de buik van Marloes en merk dat ik mijn adem inhoud. Het blijft stil. En het zal stil blijven. Dit kleine perfecte mannetje leeft niet meer.
Zijn kleine voetjes blijven net onder Marloes haar navel liggen en vallen prachtig over elkaar heen. Zijn bos met donkere haren maken van hem een prachtige baby, zijn oogjes blijven dicht. Heel voorzichtig dept Erna het bloed en vruchtwater van Ferre af. Ze doet een mutsje op en legt een doek over zijn lijf. Precies hoe Marloes en Fernando het graag wilden.
De intense stilte wordt doorbroken als Marloes en Fernando elkaar aankijken.
‘Wat is hij prachtig,’ zegt Fernando en hij breekt. Hij laat zijn hoofd vallen op het hoofd van Marloes en streelt met zijn hand het kleine lijfje van Ferre. Alsof door de liefde van Fernando de emoties van Marloes een startsein krijgen begint ze te huilen. Heel intens en hartverscheurend. Ze schudt haar hoofd en geeft kusjes op het mutsje van Ferre.
‘Waarom toch kleintje, waarom nou jij?’ zegt ze. ‘Je bent zo welkom. Ik ben zo trots op jou,’ fluistert ze in het oortje van Ferre.
Mijn ogen vullen zich met tranen en ik doe een stap naar achter. Samen met Erna gaan we op het tafeltje aan de andere kant van het bed zitten. Tranen bungelen over mijn wangen en ik zie dat ook bij Erna de tranen vallen. Ik knijp zachtjes in haar been en probeer even goed door te ademen om mijn tranen te laten stoppen. Ik veeg ze weg en zoek weer driftig naar die pet om me te verschuilen achter die witte jas.
Erna en ik blijven zitten. Onze tranen net op tijd gestopt. Marloes kijkt ons aan.
‘Dankjewel,’ fluistert ze.
We zitten bijna een half uur bewegingsloos in de kamer. Erna heeft nog een keer gevraagd of we ze even alleen moeten laten, maar dat willen ze niet. Ook de placenta moet nog geboren worden en ik besluit dat we even weer dichterbij komen.
Ik kijk naar Marloes die tussen haar tranen door een grote trotse glimlach rond haar gezicht heeft.
‘Wil je dat ik alvast kijk of de placenta los is of wil je nog even wachten?’ vraag ik.
‘Ga je gang,’ antwoord Marloes. ‘Hij moet er toch uit,’ ze glimlacht. Wat een sterke vrouw.
Ik geef medicatie en na hele lichte tractie wordt de placenta geboren. Ik kijk gelijk of er nog gehecht moet worden. Dat is niet nodig. We leggen schone matjes onder haar billen Marloes en dekken haar toe. Erna maakt ondertussen overal foto’s van.
‘Je hebt het gedaan,’ zeg ik tegen Marloes. ‘Knap van je.’
‘Onwijs bedankt, wat hebben jullie ons fijn begeleid,’ zegt Fernando.
‘Goed om te horen,’ haakt Erna in. ‘Daar hopen we altijd op.’
Ik steek mijn hand uit naar Marloes: ‘Ik wil je graag een hand geven.’
Ze pakt mijn hand en we kijken elkaar aan.
‘Gefeliciteerd, met de geboorte van jullie prachtige zoon,’ zeg ik zacht.
Ik zie Marloes haar ogen zich vullen met tranen waarna ze naar Ferre kijkt.’
‘Maar ook gecondoleerd,’ ga ik verder. ‘Met dit onwijs grote verlies.’
Tranen druppelen op Ferre zijn mutsje.
‘Dankjewel, heel fijn dat jullie erbij waren,’ zegt ze nadat ook Erna het stel een hand heeft gegeven. ‘Het deed me goed om jullie tranen te zien, een teken dat jullie dit werk met heel jullie hart doen.’
Ik voel me een beetje betrapt. Die tranen had ze dus wel opgemerkt.
‘Dankjewel. En graag gedaan,’ zeg ik oprecht. Ik knipper mijn opkomende tranen driftig weg, nu niet meer. ‘Heel graag gedaan,’ zeg ik nog eens.
Inmiddels zijn we 1,5 jaar later. Marloes is zwanger van haar tweede kindje, nu 25 weken. Ze vindt het enorm spannend en kan niet wachten totdat ze bevallen is. Ze wordt ingeleid bij 37 weken. Langer afwachten durft ze niet. Ze verwachten een meisje.
207.530 keer bekeken
Wil je iets doen voor de ouders van overleden kinderen? Steun stichting Make a Memory. Zij maken foto’s, een tastbare herinnering, van gezinnen met een ernstig ziek, terminaal of overleden kind. Doneer nu, klik hier.
Ik heb werkelijk geen idee waarom ik dit ineens tegenkwam in mijn reader. Ik had jouw blog nog nooit eerder gezien.
Wat een heftig, maar ook herkenbaar verhaal. Ons kindje werd na een zwangerschap van 38 weken in stilte geboren. Ze werd twee dagen na haar overlijden geboren. In mei vieren we haar 27-ste verjaardag.
Het is bijzonder om het nu eens vanaf de andere kant te lezen: de kant van de verloskundige en de verpleegkundige, van jou en van Erna. Je hoort en/of leest daar niet veel over.
Het is ook fijn dat Marloes en Fernando én jij en Erna het als een fijne ervaring hebben ervaren. Dat was bij ons ook zo, maar bij veel bevallingen waar het kindje voor, tijdens of vlak overleed, was dat toentertijd niet vanzelfsprekend en zeker niet voor de ouders.
Deze ervaring is, vind ik, heel mooi en liefdevol geschreven. Dank je wel voor het delen, Lisa.
Beste Ineke,
Dank voor je reactie! Heftig dat je dit ook hebt moeten meemaken maar mooi te lezen dat je er goed op terugkijkt. Dat is inderdaad wel bijzonder voor die tijd. Het ging er toen heel anders aan toe.
Leuk dat je me bent gaan volgen.
Groet, Lisa