Als je maar niet knipt

De hele nacht ben ik bezig geweest met van alles en nog wat. Er waren flink wat consulten die allemaal moesten blijven. Een dame met bloedverlies en eentje met prematuur gebroken vliezen. Ook was er iemand met minder leven voelen die ik naar huis heb gestuurd nadat alles op het hartfilmpje er goed uit zag. Mijn twee collega’s begeleiden allebei een bevalling en ik ga de eerstvolgende nieuwe opname doen.

Net als ik ga zitten, word ik gebeld door Josien, de verpleegkundige van deze nacht. Richelle en Erwin zijn gearriveerd en de weeën zijn flink aan de gang.

Richelle is de hele zwangerschap klinisch geweest omdat ze diabetes heeft en insuline gebruikt. Bij een zwangerschap met diabetes wordt geadviseerd om in te leiden bij 38 weken om de kans op complicaties zo klein mogelijk te houden. Richelle koos bewust om niet te worden ingeleid bij 38 weken. Ondanks dat de baby boven de curve uit schoot qua groei en Richelle zelf erg schommelde met haar suikers wilde ze graag afwachten. Ze had vertrouwen in haar lijf en haar baby. Alles is uitgebreid met haar besproken en dat was haar plan. Voor mij als zorgverlener was dat prima, als ik maar zeker weet dat ze goed is voorgelicht en op basis daarvan deze keuze heeft gemaakt, kan ik haar daar enkel in steunen.

Op het moment dat Richelle binnenkomt op de verloskamers, is ze 40 weken en twee dagen zwanger. Thuis waren haar vliezen gebroken en Erwin belde mij een half uurtje later dat de weeën ook begonnen waren. Ze moesten nog een klein half uurtje rijden en wilden graag gelijk deze kant opkomen. Wij hebben gelukkig plek en ik heb tijd dus dat komt goed uit.

Ik had alle tijd om het dossier te lezen en zie dat Richelle haar tweede kindje krijgt. Bij haar vorige zwangerschap werd ze ingeleid vanwege haar diabetes. Nu ik het lees, snap ik beter waarom ze de natuur zijn gang wil laten gaan. Ze heeft toen bijna vijf dagen moeten wachten tot haar baarmoedermond rijp genoeg was om te beginnen met inleiden. Daarna heeft het een hele lange tijd geduurd voordat de ontsluiting op gang kwam, de ruggenprik zat niet goed en eigenlijk alles liep anders dan gehoopt. Uiteindelijk is ze bevallen van een dochter van 4030 gram na een normale uitdrijving. Eigenlijk was dat het enige wat goed verlopen was. Ik hoop dat de natuur dit keer mild is en haar een bevalling gunt zoals een tweede vaak gaat: goed en snel.

Ik sta op van mijn stoel en loop de gang over naar verloskamer 22. Het is de badbevalkamer, Richelle wil graag in bad bevallen. Ik klop op de deur en open hem zachtjes. Het is schemerdonker op de kamer. Het lampje in de hoek van de kamer geeft zacht licht en ook het scherm van het CTG-apparaat licht op. In het midden van de kamer staat Richelle heen en weer te wiegen met haar handen op de schouders van Erwin. Haar getatoeëerde donkere armen trillen wat van inspanning. Ik kom blijkbaar ongemerkt binnen want niemand kijkt op.
‘Goedemorgen,’ zeg ik zachtjes als ik kijk naar de klok en zie dat het al bijna half vier is.
Erwin slaat zijn ogen op en kijkt me wat betrapt aan.
‘Sorry, jullie hadden mij vast niet binnen horen komen, gaat het goed hier?’
Ik knik naar Richelle die nog altijd met haar rug naar me toe staat. Ik hoor dat ze nog middenin de wee zit en wacht geduldig tot de rust weer terug is.

Erwin zegt niets en glimlacht enkel. Hij haalt zijn schouders op ten teken dat hij even vast staat. Ik pak een stoel en ga erbij zitten. Ondertussen komt Josien de badkamer uit met de waterslang waarmee ze het bad begint te vullen.
‘Hai,’ fluistert ze glimlachend.
Ik steek mijn hand omhoog om de rust wat te bewaren.
De wee van Richelle is voorbij. Ze draait zich om. Haar imposante buik steekt als een toeter voor zich uit. Een diepe frons hangt boven haar ogen. Haar blik oogt pijnlijk.
‘Hoi,’ zeg ik. ‘Goed bezig! Hoe voel je je?’
‘Sorry hoor,’ begint Richelle. ‘Ik kan niet meer leuk doen. Dit doet echt fucking zeer gewoon.’
Ik gniffel een beetje en ook Erwin moet lachen. Hij gaat achter Richelle staan en knijpt in haar schouders.
‘Komt goed meissie.’
‘Fijn joh, dat het op gang is gekomen,’ zeg ik. ‘Ik las het verhaal van de vorige keer, ik hoop dat het je deze keer makkelijker af gaat.’
‘Nou, ik snap niet dat ik er weer in ben getrapt,’ zegt ze. ‘Nu denk ik vooral: snijd dat kind er maar uit.. Oh nee, komt ie weer.’
Met dat ze het zegt draait ze zich weer om naar Erwin. Wiebelend op haar benen zucht ze heel rustig en beheerst de wee weg. We wachten geduldig. Naast het zuchten horen we enkel het geluid van het bad dat zich langzaam vult.

Tussen de weeën door kletsen we wat. Ik kom erachter dat Richelle heel graag de regie wil houden. Zo lang mogelijk in bad wil blijven en het liefst ook persen. Dat ze weet dat bij een grote baby de kans op vastzittende schouders er is maar dat ze daar niet zo bang voor is. Ze vraagt mij of ik oké ben met het persen in bad. Voor mij een dilemma. Ik heb één keer een schouderdystocie gehad in bad, een onverwachte. Dat was niet fijn. Met het hoofd al geboren moest die dame het bad uit, dat ging niet snel en soepel en daardoor hadden we zeker drie minuten tijdsverlies. Die baby deed het slecht en dat zit nog ergens op mijn netvlies.
We kletsen er een tijdje over en ik geef eerlijk aan dat ik weet dat het meestal goed gaat, maar dat áls die schouders vastzitten we achteraf bezien liever toch hadden gekozen voor de bevalling uit het water. We komen uiteindelijk tot een compromis, Richelle snapt mijn argumenten. We besluiten dat ze enkel mag uitdrijven in bad als het vlot gaat. Als de baby er niet binnen tien minuten is of er is ook maar iets waardoor ik denk dat het niet goed loopt, komt ze uit bad.

Verder wil ze het liefst zo min mogelijk interventies. Alles in overleg en open communicatie. Ik denk de wensen die iedereen heeft. O ja, en ze wil geen knip. Absoluut niet. ‘Als je maar niet in mijn doos knipt.’
Ik moet weer een beetje lachen terwijl Richelle haar volgende wee wegzucht. Ik mag deze vrouw wel. Erwin kijkt me aan en we wisselen een blik. Zijn brede schouders zijn vast nodig voor een beetje tegenwicht voor Richelle.

Niet lang daarna is het bad gevuld en wil ze graag weten hoe ze ervoor staat qua ontsluiting, dan voel ik ook voor het eerst aan haar buik. Een flinke is het inderdaad. Zwaarder dan zijn zus in ieder geval maar een precieze schatting vind ik lastig. Nadat ik heb getoucheerd weet ik dat ze 6 centimeter heeft, haar baarmoedermond voelt week en dun, een perfect moment om in bad te gaan. Richelle is blij. En terecht. Wat fijn dat dit zo goed loopt, ze had met recht vertrouwen in haar lijf. We spreken af dat ze in bad gaat en dat we hopen dat ze nog in mijn dienst bevalt, als het zo doorgaat, moet dat lukken.

We hadden afgesproken dat ze het hartfilmpje af zou mogen als ze het bad in zou stappen maar ik twijfel er een beetje over. De hartslag van de baby daalt bij iedere wee flink. Dat past ook wel bij de snelheid van de baring maar de deceleraties (dalingen) duren eigenlijk net een tikkeltje te lang.
‘Ik twijfel wat over het CTG,’ open ik het gesprek. ‘Het is niet abnormaal, maar om je er nu een uur af te halen vind ik te lang,’ zeg ik eerlijk.
Richelle ligt nog op bed na het inwendig onderzoek en heeft haar hand over haar ogen. Ze hmmt.
‘Mijn advies is, om hem toch aan te houden zodat we de baby in de gaten kunnen houden als dat voor jou oké is.’
Richelle hmmt weer.
Ik kijk Erwin aan in de hoop dat hij mij akkoord kan geven. Er komt weer een wee die ze rustig opvangt. Ik zie de druk van de buik op de monitor toenemen en tegelijkertijd de hartslag van de baby zakken.
Tok.. Tok… Tok… De lage hartslag bezorgt me me meer stress dan ik laat merken.
Mijn hoofd maalt, begrijpt ze goed genoeg waarom ik het CTG aan wil houden? Heb ik het voldoende uitgelegd? Kan ik nog een middenweg bedenken? Ik wiebel wat met mijn tenen en blijf mogelijk iets te lang stil.
Ik kijk op en zie dat Richelle naar me kijkt.
‘Je hoort het misschien zelf ook, de hartslag van de baby daalt. Ik wil het hartfilmpje in bad ook graag omhouden.’
Erwin wrijft Richelle over haar wang. ‘Dat is dan goed toch schat?’
Richelle geeft nog altijd geen antwoord. Ik hoop dat ze nadenkt en dat ze de monitoring van de baby verkiest boven haar eigen comfort. Ik hoop overigens ook dat de hartslag met de uitwendige monitor in bad goed genoeg registreert. Ik denk dat een schedelelektrode voor Richelle helemaal geen optie is.

Zonder iets te zeggen staat Richelle op van het bed. Ze haalt de banden van het CTG af.
‘Ik hoor wat je zegt. Ik denk dat de baby het goed genoeg doet. Ik wil even een kwartiertje zonder die banden en dan mag je ze weer om doen. Oke?’
‘Prima,’ zeg ik terwijl ik de knoppen in de adapter zet. Richelle stapt het bad in en Erwin ondersteunt haar. Josien wisselt een blik met mij en trekt een vragend gezicht.
‘Denk je dat ik het genoeg heb uitgelegd?’ vraag ik haar zonder dat Richelle het gehoord heeft.
‘Zeker,’ fluistert Josien terug.
Ik knik en loop de kamer af. Vervolgens schrijf ik duidelijk in het dossier wat we hebben besproken. Die baby trekt het nog zeker wel een kwartier dus deze middenweg vind ik best.

Mijn collega zit in onze teampost en kijkt me aan als ik binnenwandel.
‘Gaat het goed daar?’ Ze wijst naar het CTG dat net is afgesloten.
‘Ha,’ zeg ik. ‘Ik snap wat je bedoelt.’
Ik vertel haar ons compromis.
‘Alles voor haar eigen regie,’ zegt mijn collega als ik uitverteld ben.
‘Zo is dat!’ Ik moet er stiekem om lachen.

Ik blijf nog even zitten en na 20 minuten zie ik dat het CTG weer aanspringt. Fijn dat Richelle het prima vindt. De registratie is niet opperbest maar goed genoeg om te zien wat er na de wee gebeurt. Ik staar een tijdje naar het scherm en zie dat de hartslag blijft dalen. Ik hoop dat de natuur vandaag mild is en Richelle deze joekel snel de wereld in helpt.

Ik rond nog wat andere dingen af en loop daarna de kamer van Richelle en Erwin weer op. De deur voelt zwaar als ik hem opendoe. Ik stap de warme kamer binnen. Het is er vochtig van het badwater. Richelle hangt met haar armen over de badrand, haar ogen gesloten. Erwin zit ernaast, streelt haar arm en pakt net een fles om wat water aan te geven. Ondanks dat ik geen geluid maak, lijken ze mijn aanwezigheid te voelen. Tegelijkertijd kijken ze naar me op. Ze slaan verder geen acht op mij en ik neem in een hoekje van de kamer plaats om het proces te observeren.

Ik kijk naar de klok. Het CTG loopt inmiddels alweer een uur. De registratie is niet optimaal in het water en ik bedenk in mezelf of ik de schedelelektrode nu wel of niet ga benoemen. Ik wacht nog een wee, zie dat de hartslag nog altijd zakt. Niet diep genoeg om direct ongerust van te worden, maar ook niet perfect. Ik kijk nog een wee, en nog een wee en beoordeel het CTG dan als normaal.

‘Hoe gaat het?’ vraag ik zacht.
Richelle opent één oog.
‘Ik voel druk,’ zegt ze zonder blikken of blozen.
Ik ben verrast dat ze het zegt, ik zie nog geen enkel teken van persdrang dus ben benieuwd of dat zodadelijk zal gebeuren.
‘Ik wil ook meepersen zelfs,’ zegt ze.
‘Ha, dat zou mooi zijn,’ zeg ik. ‘Wat wil je?’
‘Ik wil graag dat je voelt of het echt zo is.’
Richelle houdt haar handen in haar zij en wiebelt met haar billen naar haar hakken heen en weer in het water. Ik wacht nog een wee.
‘Dat is prima,’ zeg ik. ‘We kunnen ook kijken wat er gebeurt als je een beetje mee perst?’
‘Dat durf ik niet,’ zegt Richelle. ‘Ik wil het zeker weten. Kan dat in bad?’

Ik geef bevestigend antwoord en sta dan op om handschoentjes te pakken. Ik trek ze aan en werp een blik op het CTG terwijl ik Richelle een wee hoor opvangen. Het CTG lijkt te verbeteren. De deceleraties lijken minder diep te worden.
Ik glimlach in mezelf. Zie je wel, de natuur is vaak mild.

Ik loop naar het bad en hurk ervoor neer. Ik leeg mijn borstzakken en leg de telefoons op het nachtkastje. Het zal niet de eerste keer zijn dat een telefoon een duikje neemt en zo tijdelijk buiten gebruik is. De weeën volgen elkaar vlot op. Richelle doet haar best, ik zie dat de druk toeneemt, ook haar buik duwt mee tijdens de contractie. Als deze is afgelopen leunt ze achterover in het bad en duwt haar bekken omhoog uit het water. Ik voel voorzichtig met twee vingers.

‘Je hebt volledige ontsluiting,’ zeg ik.
Richelle steekt haar vuist triomfantelijk de lucht in.
‘Zie je wel!’
Ik moet lachen. Ook Erwin straalt. Hij staat op van zijn plek, loopt een rondje zonder iets te zeggen en gaat weer zitten.
‘Dat heb je knap gedaan Richelle, de laatste fase.’

Zoals afgesproken mag ze in bad blijven zitten. Ze zoekt een prettige houding, blijft voor nu op haar knieën zitten en perst op gevoel wat mee. Het blijft bijzonder om te zien hoe instinctief een vrouw ineens weet wat ze moet doen. Bij iedere wee perst ze steeds harder en harder mee. Ze heeft geen aanmoediging nodig, enkel nabijheid. Erwins hand in de hare. Nadat ze een keer of vijf mee heeft geperst probeer ik wat in het water te gluren.
Nog niets.
Ik kijk over mijn schouder naar het CTG. De hartslag daalt weer, maar komt ook weer snel boven. Dat is mooi. De baby trekt het nog. Ik kijk naar Josien, ze knikt en glimlacht zacht naar me. Ik zie het enthousiasme in haar blik. Ze is al jaren verpleegkundige hier op de verloskamers, maar ik zie dat het haar nog altijd wat doet.

Richelle perst en perst en ik kijk na een minuut of vijftien nog eens. Ik verwacht nu toch wel dat er iets gebeurt.
‘Voel je al wat?’ zeg ik zonder te veel te pushen op progressie.
Richelle kijkt me aan. Vertwijfeld. Ze schudt haar hoofd en haalt haar schouders op: ‘Niet echt.’
Ik wacht nog even af maar als we bijna een half uurtje aan het persen zijn kijk ik eens goed in het water. Ik zie nog geen hoofd verschijnen. Ondertussen glijdt mijn blik steeds terug naar het CTG. Nog steeds acceptabel. Nog steeds herstel. Maar ik voel ergens diep vanbinnen dat er iets niet helemaal lekker loopt. Een tweede kind hoort eigenlijk wel binnen een half uur geboren te worden bij een uitdrijving.
Ik zucht eens diep en frons mijn wenkbrauwen. Wat gaan we doen?

Ik probeer Richelles blik te vangen en dat duurt niet lang.
‘Het duurt lang. Ik had jullie kindje al verwacht. Ik wil toch dat je even uit het bad komt zodat ik kan kijken wat het probleem is.’
Erwin kijkt naar Richelle, bang voor een afwijzing van haar kant maar Richelle knikt en stapt gelijk op.
Geen discussie, geen teleurstelling. Ze voelt het zelf ook. Samen met Erwin begeleiden we haar rustig uit het bad. Druppels water vallen op de vloer terwijl ze voorzichtig in het bed stapt.

‘Goed gedaan,’ zeg ik als ze zich op het bed laat vallen.
Ze hijgt.
‘Ik had stiekem gehoopt dat hij er al was.’
‘Ik ook.’
Op het bed probeer ik eens goed te voelen wat de reden is dat deze baby niet komt. Ik voel mee buiten de wee en tijdens de wee maar het hoofd vordert niet. Ik voel door en blijf net wat langer met mijn vingers binnen. Het is vervelend voor Richelle maar ze laat het toe nadat ik heb uitgelegd waarvoor het dient.

Iedere wee perst ze indrukwekkend krachtig mee. Haar hele lijf werkt samen. Haar gezicht kleurt rood. Zweetdruppeltjes parelen in haar nek en de pezen in haar hals staan strak. Ik knik naar Josien en vraag of ze de echo even ophaalt om te kijken hoe de baby ervoor ligt. Ze knikt en loopt de kamer af.

‘Ik twijfel,’ zeg ik.
‘Ik twijfel over de kracht van de weeën maar met name ook over of deze baby erdoorheen gaat komen. Hij lijkt met zijn neus omhoog te liggen als sterrenkijker en dan ook nog een beetje dwars met zijn hoofd. Dat is geen goede combinatie. Ik wil het graag even dubbel-checken met de echo.’

Het blijft stil. Richelle sluit haar ogen. Ik weet dat ze me gehoord heeft. Erwin pakt een stoel, gaat zitten en pakt de hand van Richelle vast. Hij plant er een kus op en kijkt naar zijn vrouw maar zegt niets. De weeën blijven komen, Richelle blijft dapper persen.

Ik kijk met de echo die Josien komt binnenrijden. De echo bevestigt mijn vermoedens. Het hoofd staat asynclitisch. Niet recht boven de bekkeningang, maar schuin. Alsof hij zich onder de verkeerde hoek naar binnen probeert te werken. Het is erg ongunstig. En dat in combinatie met de grootte van de baby. Ik twijfel over de volgende stap. Ik twijfel of het überhaupt gaat lukken. Ik probeer nog andere houdingen. Richelle gaat op handen en knieën, vervolgens op de baarkruk. Ik kijk weer naar het CTG en begin nu serieus te twijfelen aan de conditie van de baby. Het zit me niet lekker.

Na nog eens een kwartier persen voel ik mee.
Nog steeds hoog.
Geen verschil. Dit gaat niet werken. Maar Richelle is gemotiveerd, ze knalt maar door met Erwin als stabiele kracht naast haar.
Josien kijkt me aan. ‘Synto?’ fluistert ze.
Ze wil weeënopwekkers starten. Dat snap ik. Zou extra weeën kracht haar gaan helpen? Ik denk het niet. Als de baby simpelweg niet door het bekken past, gaan sterkere weeën dat niet oplossen.

Richelle gaat maar door en door zonder dat er iets gebeurt. De baby zakt nauwelijks.
‘Kom op Richelle, nog één keer.’
Ik hoor mezelf praten terwijl ik diep vanbinnen eigenlijk al weet dat het niet de kracht is die ontbreekt. Ze is nu bijna een uur aan het persen. Het CTG wordt abnormaal, de hartslag komt nauwelijks nog naar zijn basis. De baby dreigt in nood te komen. Er moet wat gebeuren.

Richelle hoort het onvermijdelijke uit mijn mond komen.
‘Het vordert niet, de baby heeft het niet meer fijn en er had echt al iets moeten gebeuren. Ik ga vragen of de gynaecoloog mee komt beoordelen.’
Erwin kijkt naar Richelle, Richelle kijkt naar mij. Ik zie de angst in haar ogen. Ze zegt niets, maar knikt alleen. De rust die ze aldoor uitstraalde begint om te draaien in lichtelijke paniek. Ik loop de kamer af en bel de gynaecoloog, ik bel hem wakker. Nadat hij mijn verhaal heeft aangehoord geeft hij aan dat hij naar de kamer zal komen. Ik hang de telefoon op en loop de kamer van Richelle weer op.

Ik vertel kort dat de gynaecoloog zo deze kant op komt.
‘En dan?’ Richelle kijkt me vragend aan en schudt dan haar hoofd.
‘Nee,’ zegt ze vervolgens. ‘Zeg nog maar niets.’ We staren zwijgend naar haar terwijl ze de zoveelste wee meeperst alsof haar leven ervan afhangt.

Nog geen vijf minuten later wordt er op de deur geklopt. De deur gaat open. Ik zie het slaperige hoofd van dokter Welters de verloskamer binnen stappen. Even vriendelijk als altijd stelt hij zich aan iedereen voor.
‘Het gaat niet zoals het zou moeten, begrijp ik van Lisa,’ begint hij zijn verhaal terwijl hij plaatsneemt op de kruk die Josien naar hem toe schuift.
Zonder op een antwoord te wachten vertelt hij de dingen die ik net ook aan de telefoon heb verteld.
‘Ik wil graag meebeoordelen als je het goed vindt. Dus ook een keer inwendig voelen en aan je buik meevoelen om te kijken wat we het beste kunnen doen.’
Richelle knikt, ook Erwin stemt in.

Ik zie de gynaecoloog naar het CTG kijken, vervolgens naar Richelle waarna hij zijn onderzoeken uitvoert. Hij blijft net iets te lang stil. Ik weet al wat zijn besluit gaat worden. Hij vangt mijn blik, trekt een negatief gezicht en kijkt dan naar Richelle die met haar hand over haar ogen op het bed ligt.

‘Richelle,’ begint dokter Welters. ‘Ik kan eigenlijk enkel de vermoedens van Lisa bevestigen. De baby ligt er niet goed voor, in combinatie met het gewicht durf ik het niet aan om hier weeënopwekkers op te zetten, laat staan een vacuüm. Ik wil voorstellen om een keizersnede te gaan doen.’

Niemand zegt iets. Ook dokter Welters laat de stilte de ruimte vullen. Het enige geluid dat we horen is het ritmische geluid van de hartslag op het CTG. Tok… Tok…. Tok…. Er volgt weer een wee, de hartslag zakt opnieuw. Deze keer duurt het herstel weer net iets langer dan daarvoor.

De gynaecoloog kijkt me aan. Daarna kijkt hij naar Richelle en legt een hand op haar been om haar aandacht te trekken. ‘Sorry,’ zegt hij. ‘Alsof hij voelt wat voor impact deze beslissing op Richelle heeft.’

Ik zie dat Richelle hem aankijkt. Ze knikt. Haar ogen vullen zich met tranen. De teleurstelling is van haar gezicht af te lezen. Er komt weer een wee.
Negen maanden lang heeft ze gevochten voor de bevalling die ze voor zich zag. Ze had zich verdiept, afgewogen en bewust gekozen. Nu kijkt ze me aan. Haar ogen staan vol tranen.
‘Ik heb echt alles gedaan hè?’
Ik slik en pak haar hand vast.
‘Meer had niemand van je kunnen vragen.’
Ze knikt langzaam. Heel even sluit ze haar ogen. ‘Oké.’ Meer zegt ze niet.


Nog geen half uur later wordt haar dochter van dik 9 pond geboren via een keizersnede. Niet omdat haar wensen verkeerd waren. Niet omdat iemand iets had laten liggen. Maar omdat verloskunde zich niet laat voorspellen.

En soms is de mooiste bevalling niet degene die volgens plan verloopt, maar degene waarbij moeder en kind elkaar gezond in de armen kunnen sluiten.


Meer lezen? Klik hier.
Of lees één van mijn laatste twee geschreven verhalen.

Ze was maar één uurtje mama
Sommige bevallingen vergeet je nooit meer. Toen Melanie beviel van haar zoon, …
De onzichtbare tweeling
Jalina wordt voor haar tweede zwangerschap ingeleid bij 40 weken. Jalina kan …

Geef een reactie

Ontdek meer van Welkom!

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder