Nadat ik mij heb omgekleed en mijn korte broek heb verruild voor mijn witte pak ga ik zitten in ons kantoor op de verloskamers. Dé plek waar ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds wordt overgedragen. Het is bijna half vijf, dat betekent dat de dagdienst overdraagt aan de late dienst. Ik pak mijn telefoon en scroll doelloos terwijl ik wacht tot mijn collega’s klaar zijn om te beginnen. We krijgen een A4-tje dat op de voor- en achterkant gevuld is met alle patiënten die we vandaag op de verloskamers hebben liggen. De overdracht duurt lang, er liggen veel patiënten op de afdeling gynaecologie, op de zwangeren-unit en er liggen ook zes vrouwen die aan het bevallen zijn op de verloskamers.
Ik luister alles aan en schrijf notities achter de namen op mijn briefje. Vooral het verhaal van verloskamer 16 blijft hangen. Daar ligt Melanie, een 22-jarige vrouw die zwanger is van haar eerste kindje. Ze is niet bewust zwanger geraakt. Ze ontdekte bij 18 weken pas dat ze zwanger was. Ze stond aanvankelijk niet open voor een zwangerschap, vond het bij deze verre termijn moeilijk om te kiezen voor een afbreking en heeft de zwangerschap daarom uitgedragen.
Ze ligt hier nu omdat ze wordt ingeleid. De inleidingsreden is: sociaal. Ze heeft besloten om niet voor de baby te gaan zorgen, om überhaupt niet in beeld van de baby te blijven maar om het kindje af te staan. Ze heeft, zonder de baby ooit ontmoet te hebben, gekozen voor adoptie. Er zijn meerdere instanties betrokken, Melanie heeft veel gepraat de afgelopen tijd en dit heeft haar doen inzien dat haar besluit vast stond. Op dit moment voelt ze geen ruimte in haar leven om voor haar baby te zorgen. Ze verwachtte dat dit ook niet ging gebeuren.
Het plan zou zijn: de baby gaat na de bevalling naar een pleeggezin voor drie maanden. Op het moment dat de baby drie maanden oud is, zal het naar een gezin gaan waar de baby kan blijven. Drie maanden bedenktijd. Drie maanden om te kiezen hoe de rest van je leven eruit gaat zien. Je zal nooit weten wat de beste keuze voor je is geweest. Ontzettend ingewikkeld.
Na de overdracht verdelen we de patiënten. Ik deel mijzelf in bij Melanie. Ze had net voor de overdracht acht centimeter. De bevalling verliep tot nu toe soepel. Vanmorgen heeft mijn collega haar vliezen gebroken en daarna kwamen de weeën met wat oxytocine mooi op gang. Ze had niet veel weeënopwekkers nodig en vorderde al snel in ontsluiting. Bij zes centimeter wilde ze heel graag pijnstilling, in overleg werd een morfinepomp met remifentanyl gestart omdat ze heel erg opzag tegen een ruggenprik. De morfine werkt goed en ik ga zo kennismaken.
Eerst verdiep ik me in haar dossier. Het begint bij 18 weken. Ze kreeg een uitgebreide echo om de termijn vast te stellen. Toen bleek dat ze 18 weken was, kwam er paniek. Ze had gehoopt minder ver te zijn en zo psychisch gemakkelijker de zwangerschap af te kunnen breken. Het werd veel echter toen ze op de echo het grote bewegende kindje zag. Haar besluit stond toen direct vast. Ze wist zeker dat ze de zwangerschap wilde uitdragen.
Na lang wikken en wegen en praten met haar familie besloot ze om de baby na de geboorte niet bij zich te houden. Ze zat in het tweede jaar van haar studie en een baby zou er niet bij kunnen. Ondanks dat het besluit makkelijk klinkt heeft het heel wat voeten in aarde gehad. Bij een notitie van de verloskundige bij 34 weken lees ik dat ze nog altijd twijfels heeft. Dat heeft haar doen besluiten om niet gelijk definitief afstand te doen. Maar eerst drie maanden het kindje bij een pleeggezin onder te brengen.
De zwangerschap an sich verliep goed. Melanie heeft geen klachten ervaren, kon nog tot het laatste moment colleges volgen en de baby leek goed te groeien. Ik klets nog wat met collega’s over de casus. Want: ‘Wat zou jij doen?’ Een onmenselijke keuze waar ook geen van mijn collega’s echt een antwoord op heeft. Je weet niet wat je zou doen, tot je ervoor staat. Ik lock mijn computer en sta op om kennis te maken met Melanie.
Op de gang is het drukker dan in ons kantoor. Ik zie de kar met eten rondrijden over de gang, een collega sjouwt een bevalbal ergens naar binnen en er komt gelach uit de spoelruimte waar twee collega’s staan te kletsen. Het duurt niet lang voor ik bij kamer 16 ben, ik blijf even stilstaan voor ik aanklop. Wat tref ik aan?
Ik klop zachtjes en loop naar binnen. Melanie ligt in het bed, haar ene hand ligt losjes op haar bolle buik. Met haar andere hand houdt ze de knop van de morfine vast waarop ze elke twee minuten mag drukken voor een bolus. De hartslag van de baby tikt zachtjes door op het CTG. Ze kijkt op als ik binnenkom maar moet moeite doen zich te focussen om mij scherp te zien. De morfine doet zijn werk.
‘Hai,’ begin ik. ‘Mijn naam is Lisa, verloskundige van de late dienst. Ik neem het van Janne over.’
Ze knikt kort en glimlacht. Haar gezicht verraadt weinig van de situatie. Als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat dit voor haar een gewone bevalling is.
‘Hoe gaat het met je?’ vraag ik.
‘Wel oké,’ zegt ze. ‘Goed spul dit,’ zegt ze terwijl ze haar hand met de knop erin omhoog houdt.
Ik controleer het CTG, check haar bloeddruk en het zuurstofgehalte in haar bloed. Ik vraag naar de hoeveelheid pijn en leg uit hoe het er voor lijkt te staan en wat een beetje de tijdlijn van de avonddienst is. Melanie knikt waar nodig. Praktische vragen, praktische antwoorden. Alles is functioneel en veilig. Zij weet dat ik het weet, maar geeft geen opening. Moet ik erover beginnen? Zal ze niet al genoeg gepraat hebben? Ze is hier nu met één doel. De baby, die moet eruit. Het komt wel, maar nu nog even niet.
Ik blijf zitten en heb het niet over de toekomst maar vraag naar haar leven. Ze vertelt, soms wat met dubbele tong en soms komt er helemaal geen antwoord als ze te ver van de wereld is door de morfine. Haar moeder zit aan de andere kant van het bed. Haar ogen vriendelijk, haar hoofd vol met doorgeleefde rimpels. Zo nu en dan raakt ze het been van Melanie aan over het laken. Ze is er vandaag, voor haar dochter. Hoe zou het voelen? Als je dochter besluit dat jouw kleinkind niet jouw kleinkind zal zijn? Ik vraag het niet. Ik laat het. Melanie voelt zich oké en haar moeder is er voor haar en dat is het belangrijkste
De tijd verstrijkt daarna snel. De ontsluiting vordert goed, de morfine doet zijn werk. Ze zucht haar weeën goed weg en draait af en toe van houding maar blijft opmerkelijk stil. Ze ondergaat het letterlijk, haar ogen gesloten. Geen gevloek, geen paniek. Geen enkele keer een onvertogen woord over hoe pittig en pijnlijk het allemaal wel niet is. Alsof ze het ondergaat voor haar kind en weet dat dit één van de weinige dingen is die ze kan doen.
Ruim twee uur na het laatste inwendig onderzoek van mijn collega voel ik dat ze volledige ontsluiting heeft. Melanie knikt en houdt haar ogen gesloten. Ze is niet blij, niet opgelucht, kijkt mij niet verwachtingsvol aan, ze blijft gedwee liggen. Haar moeder is inmiddels bij haar hoofdeind gaan zitten. Haar ogen zoekend naar die van haar dochter.
We gaan over naar de laatste fase. Melanie krijgt steeds meer persdrang. Ik loop nog even de kamer af en meld bij mijn collega’s dat ik even vast sta. Ondertussen bel ik het nummer dat dikgedrukt op het voorblad van het dossier van Melanie staat: het pleeggezin. Ze wisten al dat het vandaag zou gaan gebeuren, we hadden afgesproken dat we zouden bellen als de baby er bijna zou zijn. De pleegouders wonen vlakbij het ziekenhuis en mogen in de verloskamer naast die van Melanie wachten tot de baby geboren is. De baby mag een uurtje bij Melanie blijven en wordt dan naar zijn pleegouders gebracht die hem de eerste drie maanden van zijn leven zullen verzorgen.
Het is een doodnormaal telefoontje van een uitzonderlijke situatie. Als ik op heb gehangen sta ik nog even stil met mijn telefoon in mijn hand voor me uit te staren. Deze baby is zich van geen kwaad bewust. Hij komt straks terecht bij lieve mensen die voor hem gaan zorgen en die het beste met hem voor hebben. En hij heeft een moeder die hem uit haar beste bedoelingen af staat.
Ik loop terug naar de kamer van Melanie terwijl ik ondertussen de coördinator van de afdeling bel of zij straks de pleegouders wil opvangen. Op de kamer van Melanie en haar moeder hangt nog altijd een serene rust. De radio staat aan en een nummer van Ed Sheeran vult de ruimte. Melanie is een stuk onrustiger dan net, ze beweegt heen en weer door het bed. Haar knot van diep donker geverfd haar lijkt wat losjes te gaan zitten en ik zie dat ze de persdrang niet meer tegen kan houden. Nog altijd ondergaat ze het stoer, ze geeft geen kik.
We sluiten de morfine af, om de baby niet aangeslagen ter wereld te laten komen en beginnen met persen. Dat doet ze goed en wederom zonder te klagen. Het gaat ontzettend snel, na twintig minuten zie ik al iets van het hoofdje. Donkere haartjes met kleine krulletjes nat op zijn hoofdje.
‘Je doet het goed meid!’ moedig ik haar aan. ‘We zien het hoofdje al!’
Ook haar moeder en de verpleegkundige met wie ik ben zitten vol in de aanmoediging.
Het duurt niet lang meer en dan blijft het hoofdje staan. Melanie kijkt mij strak aan met wijd opengesperde ogen. Ik ondersteun haar been en ze grijpt mijn pols. Ik zie de paniek van de pijn die het doet. Tranen rollen langs haar slapen uit haar ogen terwijl ze begint te schreeuwen.
Haar moeder probeert haar te kalmeren en streelt haar over haar hoofd. De paniek is van korte duur want als de volgende wee komt, is ze weer in volledige focus.
Na mijn instructies om kort te persen en daarna te zuchten wordt hij geboren.
Een jongen. Een zoon. Van wie?
Hij huilt meteen en zorgt voor een glimlach op het gezicht van Melanies moeder. Mijn blik valt op haar en ze kijkt terug naar mij. Haar ogen gaan snel terug naar de baby. Melanie weet duidelijk niet goed wat ze met hem aanmoet en ik droog het mannetje tussen haar benen af.
Van tevoren hadden we afgesproken dat we op het moment zelf zouden kijken wat ze wilde als het mannetje geboren werd. Dus ik vraag het haar.
‘Wat wil je Melanie? Zal ik hem aan je geven?’ Ik kijk haar aan en probeer haar alle ruimte te geven.
‘Ja, graag,’ zegt Melanie en ze rijkt haar handen naar me uit om hem over te nemen.
Ik geef het mannetje aan en help haar om hem op haar borst te leggen.
‘Het is echt een mannetje,’ zeg ik om wat luchtigheid te brengen.
‘Dat heeft hij ook nooit onder stoelen of banken geschoven met de echo’s,’ zegt Melanie lachend. Ik voel wat lichts in haar stem. Ze kijkt met berusting naar haar zoon. Ik laat het gebeuren. Haar moeder kijkt trots naar haar dochter en kleinzoon. Tot zover lijkt het alsof het allemaal gaat zoals het altijd gaat. Zou ze hierdoor van gedachten veranderen? Ik weet het niet.
Ik ga weer aan de slag, doe mijn gebruikelijke dingen. Ik leg uit over de placenta en het hechten en terwijl Melanie enkel naar haar zoon kijkt doe ik mijn ding. De placenta laat even op zich wachten maar het bloedverlies blijft stabiel. Na de geboorte van de placenta en als ook het hechten klaar is, is het harde werk voorbij. Wat overblijft is stilte. .
Van tevoren hebben we afgesproken dat hij een uurtje bij Melanie blijft. Is dat uur genoeg? Ik kijk naar de klok, hij is al een half uur oud. Ik trek mijn handschoenen uit en kom naast Melanie staan. Ik twijfel een seconde over wat ik moet zeggen. De gebruikelijke gefeliciteerd?
‘Wat fijn dat hij er is, dat heb je goed gedaan zeg. Geniet even van dit moment. Zullen we je even alleen laten?’
Melanie knikt. ‘Dankjewel voor je hulp,’ zegt ze glimlachend. ‘Dit was pittig zeg.’ Ze houdt haar armen om het kleine mannetje.
‘Poeh, dat is het. Maar echt diep respect voor jou! Goed gedaan.’ Ik laat een stilte vallen, wijs naar het hoopje mens op haar borst. ‘Heb je een naam voor hem?’
Melanie kijkt naar haar moeder, haar ogen vol tranen. Dan kijkt ze naar mij: ‘Sam,’ zegt ze liefdevol. Ik glimlach terug. ‘Stoer en lief tegelijk. Net als jij!’
Melanie glimlacht, ze went haar blik af. ‘Wij laten jullie even. Zal ik over een half uurtje terugkomen?’
Ze knikt. Samen met de verpleegkundige loop ik de kamer af. We praten nog even over deze emotionele situatie. Wat zal ze doen? Zal ze toch besluiten voor hem te gaan zorgen? We kunnen er beiden geen antwoord op geven. En besluiten naar de verloskamer ernaast te gaan. Ik open de deur en zie twee verwachtingsvolle gelukkige pleegouders me aankijken.
Nadat we de pleegouders hebben verteld dat de baby geboren is en we wat logistieke zaken hebben besproken, verlaten we de kamer. In de post kijk ik naar de klok. We zijn bijna een uur verder. Waarom heb ik hier zo’n moeite mee, het was uiteindelijk de keuze van Melanie. Toch? Ik ga zitten en voer alvast wat administratie in, in het dossier. Dan staar ik een tijdje voor me uit. Mijn telefoon gaat, ik word me weer bewust van het moment. Ik neem op, het is Margreet: ‘Ga je mee?’ Ik antwoord bevestigend, sta op en loop naar haar toe.
We hebben het er niet over hoe we het gaan aanpakken. We zien wel hoe het moment is. Ik klop op de deur en laat mezelf binnen. Margreet loopt achter mij aan. Ik pak een kruk en ga naast Melanie zitten. Margreet doet hetzelfde. Melanie en haar moeder kijken naar ons. Sam ligt vredig in de armen van mijn Oma. Ik zie dat ze gehuild heeft.
Melanies moeder kijkt van Sam naar haar dochter en vervolgens naar ons.
‘Het is zover hè?’
Ik knik. Ik zie het mannetje gewikkeld in een omslagdoek van het ziekenhuis. Zijn wangetjes rond en zo zacht als kleine kussentjes. Zijn oogjes kijken helder en alert de ruimte in. Zich niet bewust dat het grootste afscheid van zijn leven vandaag is begonnen.
‘Het is goed Mam,’ zegt Melanie. ‘Het is het beste voor ons allemaal.’ Het is duidelijk haar hoofd die deze woorden uitspreekt. In haar ogen zie ik wat anders. Maar hoe kan het ook anders? Je zal nooit weten hoe het had uitgepakt als je voor de andere optie had gekozen.
Er valt een stilte. Een hele lange stilte. Ik kijk van Melanie naar haar moeder en weer terug. Het duurt wel een minuut, misschien twee. Dan begint Margreet aan het laatste afscheid.
‘Wil jij hem nog even vasthouden?’ Ze kijkt naar Melanie. Ze blijft stil en schudt haar hoofd. Haar kin zakt naar haar borst, ze plukt wat aan het bed. Haar shirt zit onder het huidsmeer van Sam en bloedvlekken verraden hetgeen dat gebeurd is.
‘Wil je met ons meelopen samen met Sam?’ vraagt ze aan Melanies moeder.
Ze knikt enkel, loopt dan nog een keer naar het bed van haar dochter. Wipt met een halve bil naast Melanie en laat Melanie, Sam over zijn bolletje aaien. Melanie kust haar zoon op zijn voorhoofd.
‘Dag ventje, veel geluk.’
Het liefst verlaat ik de kamer om dit moment langer te laten duren, maar dit is wat ze willen. Dit is wat we gaan doen. Ik zie geluk in Melanies ogen en ontroering als ze me daarna aankijkt.
‘Het is goed zo.’
Ze kijkt naar haar moeder die met Sam de kamer verlaat. Hij maakt een klein geluidje, geen huil, een laatste groet. Ik loop achter Sam en zijn Oma aan. Hoop nog ergens dat Melanie ons ineens halt toe roept. Dat ze zich bedenkt, dat ze toch voor hem wil gaan zorgen en dat ze het allemaal niet goed bedacht heeft. Maar het blijft stil. Ik kijk nog eens om, Melanie zit met haar rug naar mij toe. Rechtop, sterk. Haar blik op het raam. Een lege wieg naast haar.
‘Melanie? Als je iets nodig hebt… druk gewoon op de bel hè?’ Zeg ik tegen de rechte rug. Ik wacht niet op antwoord. Ik weet dat ze mij hoort. Dan sluit ik de deur en voel een steek in mijn hart. Ik kijk weer naar de klok.
Ze was maar één uurtje Mama.
Margreet gaat ons voor naar de pleegouders van Sam. Op de gang duwt een collega een moeder in bed voorbij. Op weg naar de kinderafdeling. Verderop zie ik een moeder met een kind in de maxi-cosi richting de uitgang gaan. Het contrast kan niet groter.
De kamer van de pleegouders is direct naast die van Melanie. De deur gaat open. Oma tilt Sam vol liefde naar de rest van zijn leven. Margreet gaat mee. Ik doe de deur achter ze dicht, mijn oog valt nog net op de lege maxi-cosi in de hoek.
Ik vraag me af of ze later nog aan hem denkt. Of ze zich zal afvragen hoe hij eruitziet als hij ouder is. Of hij haar ogen heeft. Of juist hoopt van niet. En ik vraag me af of dat ene uur ooit minder zwaar wordt. Of dat het altijd precies dat blijft. Eén uur. Haar hele leven.
Het is al een tijd geleden. Ik vraag me af hoe het met Melanie en Sam is. Soms loop ik in de stad en zoek ik haar. Met een mannetje van een paar jaar oud. Ik hoop dat ze voor Sam heeft gekozen.
En zo niet? Dan hoop ik dat ze gelukkig is.
Meer lezen over wat ik allemaal meemaak in mijn werk als verloskundige?
Volg mij op Instagram of klik hier voor al mijn blogs.