De onzichtbare tweeling

Ultrasound scan of twin embryos at approximately 12 weeks gestation

Ik open de deur van de verloskamer en val gelijk met mijn neus in de boter. Jalina zit op haar knieën voor het bed. Ze heeft haar armen gestrekt langs haar hoofd en knijpt in de matras van het verlosbed voor zich. Heftig zuchtend, wipt ze op en neer met haar billen richting haar hakken. Ze is duidelijk verzeild in een wee. Nadat ik de barende in me op heb genomen, werp ik een blik achter het bed. Daar zit haar man in alle rust op een stoel een boekje te lezen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Hij kijkt op, vangt mijn blik en glimlacht.
‘Het is nu echt begonnen hoor,’ zegt Thomas. Hij legt zijn boek neer, gaat staan en loopt in de richting van Jalina.
‘Ik zie het, fantastisch,’ zeg ik.
Ik loop naar het verlosbed en zak door mijn hurken zodat ik op ooghoogte met Jalina kom. Ik leg mijn hand op haar schouder als teken dat ik er ben terwijl zij bijkomt van de wee.
‘Goed bezig meid,’ zeg ik. ‘Ineens het gaspedaal ingedrukt zo te zien?’
Jalina knikt. Nog steeds flink zuchtend. Ik zie zweetdruppels op haar voorhoofd. Haar grote t-shirt met een welterusten-spreuk plakt aan haar lijf.
‘Dit is nu zo sinds twee uurtjes, toch schat?’ vraagt Thomas.
Jalina knikt wederom.
‘De tabletjes doen dus goed hun werk,’ zeg ik.

Jalina is vanmorgen al vroeg gestart met misoprostol, dat is een hormoon (prostaglandine) die wordt gegeven om de baarmoedermond rijp te maken voor inleiding. Prostaglandines kunnen de baarmoedermond weker en zachter maken en soms zelfs zorgen voor weeënactiviteit. Dit laatste lijkt te zijn gebeurd bij Jalina.

‘Ik had eigenlijk gelijk na het innemen van de 1e gift wat krampen maar totaal niet pijnlijk. En nu sinds..’
Jalina maakt haar zin niet af. Ze steekt haar vinger in de lucht en gooit haar hoofd weer in haar armen terwijl ze het verlosbed vastpakt. Een teken van een nieuwe wee. Ik kijk vragend naar Thomas die me glimlachend aangeeft dat sinds half tien de echte weeën zijn begonnen. Ik kijk naar de klok boven het bed. Half twaalf is het, dat kan nog wel eens vlot gaan als ik het zo zie.

Jalina wordt ingeleid omdat ze gisteren was uitgerekend. Ze kon niet langer meer wachten, de onrust werd te groot. Omdat het hoofdje vanmorgen nog uit het bekken te duwen was, heeft ze prostaglandines in de vorm van tabletjes gekregen om ervoor te zorgen dat het hoofd gaat zakken en we op een later moment de vliezen kunnen breken. Dit lijkt niet meer nodig. Ze oogt hevig in partu (‘aan het bevallen’ in onze zorgverleners taal).

Jalina en Thomas hadden aan het begin van de zwangerschap niet gedacht dat ze de 40 weken zwangerschap zouden halen. Jalina is namelijk zwanger van een tweeling. Een tweelingzwangerschap haalt alleen bij hoge uitzondering de 39 weken maar vaak dienen de kindjes bij gebrek aan ruimte zich al eerder aan.

Helaas kwamen Jalina en Thomas er na een reguliere echo bij 25 weken achter dat één van de kindjes geen kloppend hartje meer had. Het was overleden. Dit kwam als donderslag bij heldere hemel want Jalina voelde ‘gewoon’ beweging in haar buik. Die bewegingen waren helaas enkel van het nog levende kindje. Vele onderzoeken volgden maar een echte oorzaak werd niet achterhaald. Het nog levende kindje deed het de controles daarop heel goed. Het was een zwangerschap met twee uitersten. Hoe kun je geluk ervaren als het verlies er letterlijk zo dicht naast ligt?

Na 40 weken werd de onrust te groot. Veel te bang om hun andere kindje ook te verliezen hebben ze samen met de gynaecoloog besloten om de bevalling te laten beginnen. Jalina en Thomas hebben al een ouder kindje Stef, van 2, wat heel fijn is geweest voor de afleiding. Want van een onbezorgde zwangerschap is helaas nooit sprake geweest.


‘Bij Stef ging het lang niet zo snel joh,’ zegt Thomas met een bekertje water in zijn hand. Hij geeft het aan Jalina die net weer klaar is met het wegzuchten van een wee. ‘Toen begon de bevalling ‘s nachts met gebroken vliezen en die ochtend de weeën. Pas de volgende nacht werd toen Stef geboren. Dat was echt pittig voor haar hoor.’
‘Ja, dat begrijp ik. In de regel gaat een volgend kindje toch een stukje sneller dus het kan maar zo dat het rap gaat,’ zeg ik.
‘Dat zou mooi zijn,’ zegt Jalina. ‘Ik wil de jongens graag zien.’
‘Vind je het spannend?’ vraag ik Jalina die waarschijnlijk wel begrijpt wat ik bedoel.
‘Ik heb me voorbereid….’ zegt Jalina al zuchtend. Ze houdt haar ogen dicht. ‘Maar, ik vind het desondanks ontzettend spannend.’
‘Ja, dat kan ik me voorstellen. Het is afwachten hoe het kindje eruit ziet na de geboorte. Het kan goed zijn dat hij vervormd is door de groei van zijn broer.’
‘Ik weet niet of ik het wil zien hoor,’ zegt Thomas.
Jalina heeft weer een wee. Ze begint wat meer geluid te maken bij het wegzuchten. Ik probeer haar te ondersteunen en we staken het gesprek. Het klinkt alsof ze al richting het einde van de bevalling gaat.
De wee gaat voorbij, Jalina blijft wiegen met haar heupen terwijl ze nog steeds op haar knieën zit. Haar zwarte haren heeft ze samengebonden in een grote woelige knot op haar hoofd. In haar nek zit een kleine tatoeage van een vlindertje, of is het een vleermuis? Ik kan het niet goed zien.


Ik wend me tot Thomas: ‘Alles is goed. Als je wilt kijken, kijk je. Wil je niet kijken, kijk je niet. Ik kan ook eerst beschrijven hoe hij eruit ziet en dat je daarna kijkt. Alles is goed. We gaan gewoon mee met jullie gevoel op dat moment.’
Thomas knikt en denkt zichtbaar na over wat ik heb gezegd. Ik kijk de verloskamer rond en zie dat alle spulletjes voor een bevalling al klaar staan. Dat heeft Joanne vast al gedaan, de verpleegkundige die samen met mij de dagdienst heeft.

We kletsen een tijdje over de verwachtingen van de bevalling en de periode die zal komen. Ze vertellen dat ze het levenloze mannetje gaan begraven maar dat ze er enorm tegenop zien om straks én te moeten rouwen én te moeten genieten van hun levende kindje.
Het klinkt als een onmogelijke opgave en ik geef het ze te doen. Want na alleen deze bevalling zijn ze er nog niet. Dan begint misschien het echte besef pas. Tijdens het kletsen worden we af en toe onderbroken door een wee. Ze komen regelmatig en worden steeds krachtiger.
Jalina kijkt me aan en vraagt of ik ook kinderen heb. Ik ben blij dat ze me niet aankijkt want ik verschiet van kleur.
‘Ja,’ zeg ik. Ik hoop dat ze niet doorvraagt want ik schaam me ineens voor mijn gezonde tweeling.
‘Leuk,’ zegt Jalina. ‘Jongens?’
‘Ha, nee, meisjes, dus ik kan over jongens niet meepraten,’ zeg ik.
Ik vertel eigenlijk nooit uit mezelf dat ik ook kinderen heb. Het maakt niet uit. Ik ben er geen betere verloskundige door geworden en het gaat op dat moment ook niet over mij. Ik ben ondergeschikt op een verloskamer. Het gaat om het verhaal van de barende en haar partner.


Gelukkig dient de volgende wee zich weer aan. Jalina concentreert zich erop. Met zijn drieën zuchtten we de wee weg. De deur gaat open en ik zie Joanne binnenlopen met twee kruiken in haar armen. Ik kijk haar aan, ze knipoogt.
‘Hai,’ zegt ze fluisterend.
Ik groet haar terug.
‘Gaat goed hier hoor,’ zeg ik terwijl ik mijn duim omhoog steek.
‘Ik voel druk!’ zegt Jalina ineens. ‘Er moet wat uit hoor, kan dat?’
‘Dat kan heel goed,’ zeg ik. ‘Je vliezen zijn nog niet gebroken en het kan zijn dat die een beetje uitpuilen naar buiten. Dat kan een flinke druk veroorzaken. Duw maar een beetje mee.’
‘De wee is weer voorbij. Pff, dat was een pittige zeg. Mag ik nog wat water?’ vraagt Jalina.
Thomas zit nog met het bekertje in zijn hand op de stoel en schiet gelijk overeind.
‘Tuurlijk schat,’ zegt hij.
‘Wil je ook Labello? Of een koud washandje?’ Thomas weet inmiddels zijn rol in de verloskamer. Jalina wil verder niets. Ik leg uit dat ze bij de volgende wee als ze weer zoveel druk voelt gerust een beetje mag meeduwen. Soms lucht het iets op als de vliezen gebroken zijn. Ik leg wel gelijk uit dat het daarna snel kan gaan. Aan haar lijf te zien gaat die bevalling als een razende.

‘Wil je niet voelen hoever ik ben?’ vraagt Jalina.
Ik moet lachen. ‘Ik zie aan je dat je ver bent, maar als je dat wilt dan voel ik gerust hoor.’
‘Dat wil ik eigenlijk wel,’ zegt Jalina.
‘Prima, doen we dat na de volgende wee,’ zeg ik.

Bij de volgende wee zie ik ook Jalina’s buik al wat meegolven. Het lijkt alsof ze echte persdrang aan het krijgen is. Jalina duwt uit zichzelf iets mee en slaakt dan een enorme gil.
Ik zie het matje onder haar knieën nat worden en begrijp dat de vliezen gebroken zijn. Ze zucht de rest van de wee weg maar de druk wordt haar teveel. Ze staat abrupt op en duikt het bed in. Ze gaat op haar zij liggen met haar ene hand op haar hoofd. Met haar andere hand klemt ze de zijkant van het bed vast en maakt ze een bolletje van haar lijf. Ik zie haar vingers trillen van de kracht die ze ermee uitoefent. Thomas gaat staan en streelt liefdevol Jalina’s voorhoofd. Jalina heeft haar ogen dicht en laat het toe.

Ik loop naar het keukentje om een setje handschoenen te pakken en trek ze aan.
‘Wil je dat ik voel naar de ontsluiting?’ vraag ik Jalina nog eens.
‘Ja graag,’ zegt Jalina ineens heel helder.
Ik pak wat glijmiddel voor aan mijn vingers en ga op het bed zitten. Er komt een nieuwe wee aan en ik wacht even. Jalina ligt nog steeds op haar zij en pakt als vanzelf haar knie en trekt hem naar zich toe.
‘Ik voel druk,’ gilt Jalina in paniek.
Thomas weet even niet wat hij moet doen en doet een stap naar achter als ook Joanne aan de andere kant van het bed komt staan. Joanne duwt Thomas voorzichtig weer naast Jalina.
Jalina begint uit zichzelf te persen en ik veeg het glijmiddel van mijn handschoenen aan het matje af onder haar billen. Dat inwendig onderzoek is niet meer nodig. Ik zie al een stukje van het hoofd.

‘Jalina, ik ga niet meer voelen,’ zeg ik tijdens de wee niet wetend of het aankomt.
‘Ik zie al een stukje van het hoofd, het eerste mannetje dient zich aan,’ zeg ik. Ik word zelf verrast voor de brok die in mijn keel schiet. Een tweeling is zo iets magisch.
Ik blijf even stil en hoor Joanne tegen Jalina praten. Ze stelt haar gerust en legt uit wat er gebeurt. De wee zakt weer af en het hoofdje glijdt iets terug naar binnen.


‘Het gaat ineens heel snel,’ zeg ik tegen Thomas. ‘Maar het gaat goed, Jalina doet het goed.’
‘Jalina,’ zeg ik. ‘Als de volgende wee komt, mag je hetzelfde doen als net. Ik denk dat het niet lang meer duurt.’
Jalina knikt enkel en zucht nog steeds de pijn weg.
‘Komt ie,’ roept ze vervolgens.
‘Oke, duw maar mee,’ zegt Joanne.
‘Heel goed joh, ik zie al een stukje meer,’ zeg ik.
‘Hooo,’ roep ik dan. ‘Nu zuchten Jalina. Zuchten, zuchten, zuchten,’ blijf ik herhalen terwijl ik zelf ook meezucht om Jalina ritme te geven.
Ik zie dat Joanne het overneemt en focus me op het perineum.
‘Het hoofdje zakt nu niet meer terug, hij komt eraan,’ zeg ik, met mijn ogen op het perineum gericht.

Ik pak het hoofdje van het mannetje aan waarna ook zijn lijfje volgt. Ik geef hem aan Jalina terwijl Thomas bewonderend kijkt. Ik zie zijn nuchtere blik verschieten in verwondering maar ik merk ook zenuwen.
‘Oh, daar is hij, Lien,’ zegt Thomas. Ik zie zijn ogen vochtig worden.
‘Dag lieve Finn,’ zegt Jalina liefdevol.
Jalina pakt het kindje aan en legt hem op haar borst. Joanne heeft hydrofiele doeken en droogt het kindje af.

Er komt een golfje bloedverlies, ik probeer te kijken of daar het broertje van Finn ergens zit. Ik heb geen idee hoe dit kindje zich zal presenteren. Op de laatste echo rond 38 weken konden ze niet heel duidelijk nog de structuur van het tweede kindje ontdekken omdat het grote kindje zoveel ruimte in beslag nam. Ik check de matjes onder de billen van Jalina en ververs ze voor schone. Er is niet veel bloedverlies dus we hebben de tijd even af te wachten tot de placenta komt.

Finn ligt heerlijk warm met een mutsje op zijn hoofd op de borst van Jalina terwijl er een trotse vader overheen gebogen staat. Joanne ruimt wat spulletjes op en typt vervolgens wat tijden in de computer. Ik pak de telefoon en schiet foto’s van Thomas, Jalina en de kleine Finn. Na een minuut of vijf lijkt Jalina weer een beetje te zijn geland.
‘Is zijn broertje al geboren?’ vraagt ze.
‘Ik denk het niet,’ zeg ik. ‘Ik denk dat hij komt als ook de placenta geboren wordt.
‘Ligt die al los?’ vraagt Jalina.
‘Nee, maar ik ga zo even voelen.’
Jalina kijkt weer naar Finn, ik vraag me af wat door haar heen gaat.

Ik leg de telefoon weg en trek handschoenen aan. Ik loop naar het bed en voel aan de buik van Jalina. Haar baarmoeder trekt goed samen en als ik een klein beetje tractie geef aan de navelstreng komt er wat bloedverlies, ik denk dat de placenta los ligt. Nadat Thomas de navelstreng door heeft geknipt, wordt de sfeer ineens een beetje beladen. Ik zie Jalina en Thomas een blik uitwisselen, ze bereiden zich voor op wat komen gaat.
‘Ik wil Finn even niet bij me hebben als zijn broertje wordt geboren denk ik,’ zegt Jalina.
‘Zullen we hem even aan jou geven dan?’ Ik kijk Thomas vragend aan.
Thomas kijkt naar Jaline en knikt vervolgens. Thomas trekt zijn shirt uit en we leggen Finn huid op huid bij hem. Hij gaat zitten op de stoel naast het bed en houdt met zijn vrije hand Jalina’s hand vast.

Jalina begint meer te vloeien en na overleg geven we haar via het infuus wat oxytocine om het bloedverlies te beperken. Nadat ik voel aan de buik van Jalina en zij een beetje meeperst komt er een groot stolsel gevolgd door de placenta. Ik voel direct aan haar baarmoeder die goed samentrekt dus die laat ik weer los.
‘Is ie eruit?’
‘Ik weet het niet,’ zeg ik. ‘Ik moet even kijken.’

Ik pak wat gaasjes en pluk zachtjes de vliezen los van elkaar. Ik zie duidelijk een klein stukje niet werkende placenta die vastzit aan de placenta van Finn. Het is helemaal donker verkleurd en zo groot als een onderzetter. Voorzichtig kijk ik tussen de vliezen. Opgefrommeld tegen de rand zie ik twee kleine voetjes die stijf en stug ogen.
Jalina is wat rechterop gaan zitten en steunt op haar ellebogen. Ook Thomas gaat staan met Finn tegen zijn ontblote bovenlijf aangedrukt. Joanne pakt de telefoon en maakt ongemerkt foto’s van alles.

Ik volg de voetjes en scheur de vliezen voorzichtig verder open. Na de voetjes volgen de beentjes en het buikje. Ik doe het zo voorzichtig mogelijk om het fragiele mannetje niet te beschadigen.
Het jochie is nu helemaal uitgepakt. Hij is donkerrood verkleurd en maximaal twintig centimeter groot. Zijn romp, armpjes en beentjes lijken net als ieder ander kindje van ruim 20 weken. Maar zijn gezicht is moeilijk te zien. Zijn hoofdje is dun, zijn oogjes zitten aan weerskanten. Het ziet er niet natuurlijk uit. Ik twijfel hoe ik hem moet vasthouden om aan zijn ouders te laten zien. Voorzichtig pak ik hem met twee handen op en laat hem zien aan Thomas en Jalina. Jalina begint geluidloos te huilen bij de aanblik van het jongetje.
‘Dat is Joas,’ zegt Thomas trots.
Ik krijg kippenvel en wend mijn blik even af. Allemaal kijken we naar het kleine mannetje in mijn handen.
‘Welkom Joas,’ doorbreekt Joanne de stilte.
‘Ik kan hem niet zo goed aan je geven, hij zit nog vast aan de placenta. Wil jij de navelstreng doorknippen?’ vraag ik aan Jalina, Thomas staat nog altijd met Finn in zijn handen naast haar.
Jalina knikt. Ik geef haar de schaar waarna ze voorzichtig rechtop komt zitten en de streng door knipt. Ik pak de schaar aan en leg hem weg. Vervolgens pak ik Joas en geef hem aan Jalina. Liefdevol pakt ze het kleine mannetje beet en gaat tegen het hoofdeind aan zitten. Tranen stromen als een kolkende rivier langs haar wangen via Joas op haar borst.
‘Zal je voor altijd waken over je broer Joas?’ fluistert ze zachtjes in het oor van het kleine mannetje.
Als uit vanzelf geeft Thomas Finn aan Joanne, die met het levende mannetje in haar armen gaat zitten. Thomas schuift naast Jalina op het bed en samen kijken ze naar hun derde zoon.

Joanne gaat zitten in de partnerstoel. Finn ligt in alle rust in haar armen. Alsof hij merkt dat het even niet om hem draait, kijkt hij rustig zijn nieuwe wereld in. Ik pak een stoel en ga naast hen zitten. Samen kijken we van de vreugde in Joanne’s armen naar het verdriet bij Jalina en Thomas. We hebben alle tijd en die nemen we ook.

Ik vind het mooi om te zien dat als levenloze kindjes nog in de buik zitten de meeste ouders huiverig zijn of ze het kindje wel willen zien. Als vervolgens het kindje geboren wordt, staat nagenoeg iedereen open om kennis te maken.

Nadat het eerste verdriet iets indamt staat Joanne op, ze pakt Finn goed in en legt het mannetje bij het gezin. Jalina legt Joas wat aan de kant op haar borst en legt Finn heel natuurlijk naast zijn broer. Ik maak foto’s van de jongens op haar borst en leg vervolgens de telefoon weer neer. Zowel Joanne als ik voelen dat ze even genoeg aan zichzelf hebben.

Ik wrijf over het laken op Jalina’s bovenbeen.
‘Gefeliciteerd met de geboorte van jullie zoons. Maar wat verdrietig dat Joas het niet heeft gered. Joas zal voor altijd voortleven in Finn. Dus bij dezen ook gecondoleerd.’
Joanne volgt mijn felicitatie en condolatie.
Thomas en Jalina bedanken ons met betraande ogen.
‘Wij zijn straks bij jullie terug, neem je tijd. Als we wat kunnen doen, druk op de bel,’ zegt Joanne terwijl ze de bel binnen handbereik legt.
‘Komt goed, dankjulliewel,’ zegt Thomas nogmaals.


Jalina, Thomas, Finn en Joas zijn nog dezelfde avond naar huis gegaan. Twee weekjes later heb ik contact gehad met Jalina waarin ze vertelde hoe mooi het afscheid was geweest en dat ze troost put uit het feit dat Finn het heeft mogen redden. Ze voelt aan alles dat Finn voor altijd een beschermengeltje op zijn schouder heeft.


Lezen hoe een stilgeboorte ook kan zijn: klik hier.
En hier kan je het verhaal van Marloes en Fernando lezen die na een zwangerschapsduur van 39 weken hun kindje hebben verloren.


Eén opmerking over 'De onzichtbare tweeling'

Plaats een reactie