Toen geweld leven werd

Pregnant woman in hospital bed with fetal monitor, comforted by companion.

Het is diep in de nacht, ik moet moeite doen mijn ogen open te houden terwijl ik met een kopje bouillon naar het overzichtsscherm van de CTG’s kijk. Ik sta op, om mijn hersenen wat te activeren en wandel richting het toilet aan de andere kant van de afdeling. Er hangt een serene rust over de verloskamers. Als ik over de zachtgele gangen van de afdeling loop, zie ik dat alle deuren gesloten zijn. Nergens brand een lampje, of loopt een verpleegkundige met karren of medicatie heen en weer. Begin van de nacht waren we bezig, de avonddienst had vier nieuwe kindjes verwelkomd waardoor wij konden opruimen en administratie doen.

De enige patiënt die actief ligt te bevallen is Zola. Ze is 22 en komt uit Eritrea. De verloskundige van haar praktijk heeft Zola gisterochtend overgedragen met een pijnstillingswens terwijl de bevalling eigenlijk nog niet echt begonnen was. Ze spreekt een beetje Engels en is in haar eentje naar Nederland gekomen. Nadat ze gisteren wat morfine had gekregen hebben we een ballon geplaatst om de ontsluiting op gang te brengen. Door die ballon kreeg ze meer weeën. Niet lang nadat de ballon uitviel, kreeg ze een ruggenprik. De late dienst heeft haar vliezen gebroken bij vijf centimeter en daarna bleven de weeën doorgaan. De ruggenprik zit goed waardoor ze zelf de rust wat heeft teruggevonden.

Begin van de nacht ben ik al even binnen gelopen om kennis te maken. Toen lag ze zo diep te slapen dat het kennismaken niet gelukt was. Ik doe nu een nieuwe poging om toch eens te kijken of de bevalling blijft vorderen. Ik klop op de deur van kamer 12 en doe de deur open. Het zoevende geluid van verplaatste lucht verklapt mijn binnenkomst. De kamer is donker. Een klein beetje licht van de monitor van het CTG schijnt op het donkere gezicht van Zola. Haar haren liggen strak in vlechten op haar hoofd. Een kleurrijke sjaal is van haar hoofd afgegleden, die als een bescherming om haar haar zat. Haar ogen zijn gesloten, ze lijkt nog altijd diep te slapen.

Ik pak een kruk en kom naast het bed zitten. Ik probeer te bedenken hoe ik haar zo rustig mogelijk kan aanspreken. In haar dossier heb ik gelezen dat Zola is getraumatiseerd en kampt met PTSS. Ze heeft tegen ons niet gesproken over de reden van haar vlucht uit Eritrea. Daar wilde ze niets over kwijt. In Eritrea geldt een dienstplicht voor vrouwen en mannen. In dienst is veel sprake van seksueel geweld en intimidatie. Op hulp van anderen kan je nauwelijks rekenen, veel familie moet hetzelfde lot ondergaan. In je eentje vluchten is iets wat veel mensen doen. In Eritrea is geen uitzicht op toekomst of veiligheid. Haar zwangerschap is waarschijnlijk een mede oorzaak voor haar vlucht geweest.

Ze is in onze regio door het COA opgevangen en krijgt daar begeleiding van psychosociaal hulpverleners. Tegen de verloskundige van thuis heeft ze geen verdere uitspraken gedaan over haar trauma’s maar dat ze veel heeft meegemaakt staat buiten kijf. Ik kijk naar de jonge vrouw in het verlosbed. Hoe eenzaam moet je zijn? Alles achter je gelaten, op weg naar een betere toekomst. Een betere toekomst voor je kind, voor jezelf. Kan je het je voorstellen? Alles opnieuw opbouwen? Niemand die jouw taal spreekt. Niemand die ook maar iets van jouw eigen verhaal kent? Ik schud mijn hoofd en kijk met medelijden naar Zola en blijf even in stilte naar haar kijken.

Dan zie ik beweging op het bankje naast haar. De plek waar normaliter de partner ligt. Ik had al gelezen dat Zola iemand mee heeft genomen, haar naam is Lida. Ze wordt van mijn stille aanwezigheid wakker. Ik verontschuldig me, stel me voor en vertel dat ik de progressie even wil beoordelen maar twijfel op welke manier ik Zola wakker zal maken.

Lida verontschuldigt zich op haar beurt. Fluistert zachtjes dat ze een paar uurtjes heel diep heeft geslapen en dat ze Zola eigenlijk niet gehoord heeft. We kletsen wat terwijl onze blik op Zola is gericht die nog altijd vredig lijkt te slapen. Ik hoor het verhaal van Lida aan, die in mijn ogen een lintje voor haar goedheid mag krijgen. Ze werkt als vrijwilliger bij het COA waar Zola woont, is bijna zeventig, heeft drie ruim volwassen kinderen en maar liefst tien kleinkinderen. Ze vertelt dat ze met Zola een bijzondere band heeft vanaf het moment dat ze elkaar hebben ontmoet. Ook al spreekt Lida gebrekkig Engels ze geeft aan dat ze met Zola goed kan communiceren.

We blijven even stil, dan begint Lida te vertellen over Zola. Dat ze door verkrachting zwanger is geworden in Eritrea en dat ze heeft getwijfeld of ze de baby überhaupt wel wilde dragen. Dat ze het hartverscheurend vindt, dat er ergens in Eritrea een vader en een moeder hun dochter zijn kwijtgeraakt en dat ze met alle liefde die rol voor Zola op zich wil nemen. Ik krijg een brok in mijn keel als ik luister naar de zacht fluisterende woorden van Lida. Tussendoor kijken we telkens even naar Zola, nog altijd rustig slapend.

Lida vertelt dat ze ernstig getraumatiseerd is en dat al het onverwachte haar angstig maakt. Dat ik haar beter niet wakker kan maken en dat Lida het wel zal proberen. Ik sta op van mijn stoel en doe een stapje achterwaarts om Lida de ruimte te geven. Ik kijk naar de vrouw met het lichtgrijze haar die met haar rimpelige hand zacht de bovenarm van Zola aanraakt. Het klinkt haast zingend als ze Zola probeert te wekken. Ik kan niet horen wat ze zegt maar toch zie ik ineens verschrikt de ogen van Zola opengaan. Ze tilt haar hoofd op en kijkt met grote ogen naar Lida waarna ze direct weer kalmte over haar heen krijgt. Lida zegt iets, dat ik niet kan verstaan maar als ze is uitgesproken draait Zola haar hoofd in mijn richting.

Haar ogen zoeken de mijne, ik probeer ze te vangen maar ze kijkt langs me heen. Ik doe een stap naar voren en stel me voor. Ik vraag haar zachtjes in het Engels hoe het gaat, hoe de pijn is en of ze wat geslapen heeft. Zola spreekt zacht, gebruikt lange pauzes en haar ogen proberen aldoor de vertrouwde blik van Lida te vangen. Ik vraag me ondertussen af wie Zola was voordat dit vreselijke haar is aangedaan. Ze is haar eigen regie en veiligheid volledig verloren. Er is vreselijke inbreuk gedaan op haar eigen lijf, hoe kan je ooit het vertrouwen in de mensheid terugvinden? En hoe kwetsbaar is ze nu, hier, in het verlosbed, terwijl haar benen door de ruggenprik gevoelloos zijn. De pijn van de weeën brengen haar ieder moment dichter bij haar kind. Maar wat als haar baby de ogen heeft van haar misdadiger. Kan ze dan de liefde in haar eigen kind vinden?

Nadat ik even met Zola heb proberen te praten, gaat ze akkoord met het doen van inwendig onderzoek. Ik neem uitgebreid de tijd, laat de lakens over haar ontblote onderlijf en probeer aldoor Zola’s blik te vangen. Dat is lastig. Ik zie haar ogen aldoor die van Lida zoeken. Daar is haar steun, haar baken. Ik laat het zo.

Ze vordert ontzettend goed en heeft al negen centimeter. Het geeft Zola wat vertrouwen, ik zie voor het eerst een glimlach op haar mond als ik het vertel. Ik neem me voor pas weer inwendig onderzoek te doen als er over een uur of drie geen persweeën beginnen. Ik doe mijn handschoenen uit en kijk naar Zola, haar glimlach is weer verdwenen. De zorgelijke blik op haar jonge gezicht is terug. Lida legt een hand op Zola’s bovenarm en streelt deze. Zola kijkt naar Lida’s arm en ontspant dan weer wat. Lida kletst in het Nederlands tegen Zola over hoe goed het wel niet gaat en hoe dapper ze wel niet is. Zola begrijpt er maar weinig van, maar ik vind het gebaar onwijs aandoenlijk. Op hun manier communiceren ze.

De uren die volgen, loop ik een paar keer in en uit de kamer. Aldoor zie ik dat de geboorte steeds dichterbij komt. Zola verandert, ze wordt onrustiger in het bed en ze doet haar best zich over te geven aan de krachtiger wordende weeën. We proberen verschillende manieren om Zola tot rust te krijgen, Lida wijkt geen moment van haar zijde. Er lijkt niet veel meer bij haar binnen te komen. Ze reageert niet meer op de dingen die we tegen haar zeggen. Ik zie haar een soort van afglijden naar donkere momenten waar ze ook haar controle verloor. Ik heb het met haar te doen, overleg nog eens met Lida en duim dat de bevalling spoedig zal gaan.

De geluiden die Zola maakt worden steeds rauwer en dierlijker. Lida probeert haar gerust te stellen. Zola laat haar gelukkig dichtbij haar toe. Het doet me pijn te denken dat Zola hier alleen had gelegen als Lida niet bij haar was. Zola’s lijf is gespannen, ik merk dat zodra ik iets te dichtbij komt er lichte verzet uit haar lijf komt. Ik probeer de goede balans te vinden en laat vooral Lida in charge met Zola in volledige regie. Dan beginnen langzaam echt de persweeën. Het laken is inmiddels over haar buik geschoven waardoor haar buik ontbloot. De gele CTG-knoppen steken af tegen haar donkere huid. Ik zie hoe tijdens de wee alle oerkracht door haar lijf heen giert. Ze krijgt reflectoire persdrang.

‘Zola,’ zeg ik rustig, ‘you may start pushing’.
Ik gok erop dat het volledige ontsluiting is, alles lijkt daarop. Inwendig onderzoek doen we wel het uiteindelijk niet vordert. Ik wil haar geen onnodige belasting geven.

Zola reageert niet echt. Lida, die nog altijd naast Zola in het bed zit heeft inmiddels haar arm achter het hoofd van Zola. Zola drukt haar hoofd in de hals van Lida terwijl ze wee na wee probeert op te vangen. Ik hoor Lida fluisteren waarna Zola’s ogen opengaan. Ze kijkt me een fractie aan en knikt dan naar mij als soort van goedkeuring dat ze het begrepen heeft. Bij de volgende wee die komt vertelt Lida in het Nederlands dat ze moet persen, moet poepen. Ik moet stiekem wat gniffelen en vraag me af wat Zola begrijpt maar laat het gebeuren.

Met een stille kracht die uit haar tenen lijkt te komen perst ze op volle kracht mee. Uit haar keel komen kreunende stootjes. Ze perst op volle kracht mee maar laat al haar kracht in het bed en op Lida komen. Samen met Geeske, de verpleegkundige die samen met mij voor Zola zorgen proberen we stukje bij beetje wat meer instructies te geven om Zola zo snel mogelijk van deze pijn af te laten zijn.

‘You’re great.’
‘You’re doing fine.’
‘You’re so powerfull.’

Samen proberen we haar alle vertrouwen te geven in haar lijf terwijl Lida Zola niet meer los laat. We gaan een tijd op deze manier door en na bijna een uur zien we dat haar perineum begint op te bollen. De fysieke pijn en het letterlijke voelen van het hoofdje van de baby boezemt Zola nieuwe angst in. Ze trekt haar gevoelloze benen tegen elkaar aan, heeft grote openstaande angstige ogen terwijl de zweetdruppeltjes over haar donkerbruine voorhoofd druppelen. Deze pijn is intens en dat weten we, voor haar helemaal. Ineens komt het daadwerkelijke dichterbij. Aan alles zien we dat Zola dit laatste stukje probeert tegen te houden.

Hoe kan je houden van een kind dat uit geweld is verwerkt? Kan dat überhaupt? Is dat moeilijk? Heeft de natuur daar iets voor bedacht? Ik hoop het met heel mijn hart. Zola zal voor altijd dit kleine mensje zien en terugdenken aan hoe wreed de wereld is en hoe wonderlijk het haar ook een mensenleven geeft.

Geeske, Lida en ik proberen zo goed als het lukt Zola door dit zware moment te trekken. Zola doet het onwijs goed en na een paar keer persen laat ik haar zuchten als het hoofd wordt geboren. Voor de eerste keer kijk Zola me indringend recht in de ogen. Het raakt me. Ik zie de intense pijn en angst maar ook daadkracht. Dit is een sterke vrouw. Ik blijf haar aankijken terwijl we al zuchtend het hoofdje geboren laten worden. Ik werp een korte blik op het perineum om daarna weer de focus van Zola terug te pakken.

‘You’re almost there.’
‘Hold on.’
‘You can do it.’
‘She will be here soon.’

Na een intense gil die op de gehele gang waarschijnlijk te horen is kan ik het natte, kleine, warme meisje aanpakken en omhoog tillen. Zola draait haar hoofd weg en kijkt niet naar het meisje. Lida pakt Zola’s hoofd en begint het te kussen, tranen rollen over haar wangen.

Ik sta een paar seconden met het meisje in mijn handen en kijk dan naar Geeske die de doeken al in de buurt houdt. Ik voel aan alles dat Zola er nog niet aan toe is om dit meisje op haar borst vast te pakken. We drogen haar af, ik wikkel haar in een doek en houdt haar vast. Gelukkig is de navelstreng lang waardoor we niet gelijk de navelstreng door hoeven te knippen. Het meisje is prachtig. En ligt rustig in de doeken de wereld te bekijken. Zola’s lijf lijkt wat tot rust te komen. Lida fluistert van alles in haar oren en na een minuut of wat draait Zola haar hoofd naar me toe.

‘She’s here,’ zeg ik. ‘She is beautiful.’
Ik twijfel gelijk of ik het goede zeg maar het is oprecht. Zola kijkt me aan en strekt haar armen voorzichtig naar haar dochter uit. Ik geef haar het meisje aan. Ze neemt haar dochter over, houdt haar vast. Ietwat onwennig. En ergens, heel subtiel zie ik wat verwondering. Tranen over haar wangen. Een begin, heel klein, heel breekbaar.

Lida laat Zola los, we doen allemaal een stapje naar achter. We zien dat Zola het handje van het kleine meisje pakt en het kust. Ze begint te zingen, ik kan er niets van verstaan maar ik voel aan alles dat dit haar taal is, haar manier om voorzichtig ruimte te maken voor iets wat misschien ooit liefde wordt. Ik vang Lida’s blik. Trotser dan trots, het bezorgt me kippenvel.

Als iedereen toch een klein beetje Lida in zich zou hebben, zou de wereld vele malen mooier zijn.


Meer lezen?
Klik hier.

Plaats een reactie