Bevallen op Louboutins

Ik word gebeld door Mirjam, een verloskundige uit de 1e lijn. Ik sta net een kindje na te kijken die twee uurtjes daarvoor is geboren. Ze hoort het huilende meisje op de achtergrond.
‘Stoor ik?’ vraagt ze.
‘Momentje,’ zeg ik.
Ik trek mijn handschoenen uit en dek het meisje met een warme doek toe. Ik klem de telefoon tussen mijn schouder en oor en vis mijn pen uit mijn borstzak.
‘Vertel.’
‘Ik wil graag komen met een poliklinische partus. Ze moet medium risk bevallen omdat ze de vorige keer een fluxus heeft gehad.’
‘Hoeveel heeft ze toen gevloeid?’ vraag ik.
‘1200 Milliliter.’
‘Oke.’
‘Het gaat om mevrouw Jongejans en het is haar tweede kindje, ze heeft net weeën en drie centimeter ontsluiting, maar het ging de eerste keer vlot dus ik wil gelijk naar jullie toe komen,’ zegt Mirjam.
‘Prima, zien we jullie zometeen.’
Ik kijk het kindje verder na en laat vervolgens papa het meisje aankleden. Ik klets nog wat na over de bevalling en loop verloskamer vijf uit.

Een poliklinische bevalling is een bevalling waarbij je zelf een verloskamer ‘huurt’ in het ziekenhuis samen met je eigen verloskundige. Als je medium risk bevalt, is dat omdat er een grotere kans is op complicaties rondom de bevalling of als je specifieke nazorg uit het ziekenhuis nodig hebt. Bijvoorbeeld als je de vorige keer teveel bloed hebt verloren (een fluxus) of als je medicatie gebruikt waarvoor het kindje na de bevalling moet worden geobserveerd.

Ik loop naar mijn kantoor terwijl ik onderweg langs de balie van de secretaresse loop.
‘He Jenny,’ roep ik. ‘Er komt iemand medium risk bevallen, wil je haar vast opnemen?’
‘Prima,’ antwoordt Jenny. ‘Hoe heet ze?’
Ik geef haar de informatie die ik van de verloskundige heb gekregen. Jenny schrijft het op het A4-tje op het klappertje dat naast haar ligt.
‘Waar komt ze vandaan? En in welke kamer wil je haar?’
‘Doe maar op drie, die is leeg. Ik zal hem zo gelijk even checken. Ze komt hier uit de stad, dus ze zal zo wel komen.’


Ik loop naar verloskamer drie en bel ondertussen Suzan, de verpleegkundige die de bevallingen vandaag begeleidt en vertel haar wie er komt. Omdat de verloskundige uit de 1e lijn meekomt, begeleidt Suzan met haar de bevalling.
‘He Suzan! Er komt nog een poliklinische voor je.’
Ik herhaal de informatie die ik even daarvoor met Jenny heb gedeeld en zeg dat ik de verloskamer al klaar leg. Dan hoeft zij dat niet meer te doen.’
‘Dankjewel, Lies. Hier op vier gaat het ook goed hoor.’ Ze geeft me een korte update over de dame die daar ligt te bevallen waar we samen voor zorgen.
‘Mooi, ik ga daar zometeen nog wel even langs.’

Ik gooi de deuren van verloskamer drie open. Ik check de opvangtafel die er staat. Ik druk de zuurstof en de luchtslang in de aansluiting in de muur en check of er via het kapje op de tafel lucht binnenkomt als ik het masker dichtdruk. Ook check ik de uitzuiger en voel aan de matras of deze op temperatuur is.
Het is altijd fijn dat iemand in noodsituaties niet nog eens hoeft te checken of de kar naar behoren werkt. Vervolgens loop ik naar het bed, ik sla de lakens vast open en ik leg wat matjes neer voor het eventuele vruchtwater. Het is koud en nat buiten waardoor het lijkt alsof de avond alweer invalt. Ik doe een klein lampje aan voor wat sfeerlicht. Ik kijk naar de klok en zie dat het nog niet eens elf uur in de ochtend is.
Ik zet de kar met spullen voor de bevalling recht en trek de bovenste la open. Ik pak alvast een partus-set (een set met instrumenten voor de bevalling), gaasjes en een navelklemmetje die ik vervolgens boven op de kar klaarleg.

Ik loop de kamer weer af en kijk nog even achterom. Altijd fijn om in een kant en klare verloskamer te komen. Ik loop naar de voorraadkast, naast ons kantoor, waar alle infuuspompen, kruiken en CTG-apparaten staan en vis een doptone (waarmee je naar het hartje van de baby kan luisteren) van het plankje af. Soms neemt de verloskundige haar eigen apparaatje mee de verloskamer op maar ik kan me ook indenken dat het net zo makkelijk is die van ons te lenen. Ik loop terug naar verloskamer drie en leg het tasje klaar naast de partus-set.


Ik haal een kopje thee en ga zitten achter mijn bureau. Ik verwerk de administratie van de bevalling van eerder deze ochtend en werp af en toe een blik op het overzichtsscherm met het CTG van de barende op verloskamer vier. Die ziet er normaal uit. Ik kijk naar de gang en zie een man en een vrouw richting de balie lopen.
Hij lijkt wel een beveiliger. Hij is lang en kaal en flink gespierd. Hij heeft een vriendelijke kop en kijkt wat onwennig de gang over. Naast hem staat een dame met een colbertje, haar haar zit keurig met een knip de lucht in en om haar hals draagt ze een zijden sjaaltje met een blauw-geel patroon. Het knoopje zit aan de zijkant van haar keel waardoor ze me doet denken aan een stewardess. Het is een mooi stel. Ik sla er verder geen acht op en ga door met mijn werk.

Eén minuut later gaat mijn telefoon. Ik zie op mijn scherm dat het Jenny is.
‘Lisa, nu naar verloskamer drie!’ Hoor ik Jenny door de telefoon roepen.
‘Ik kom eraan,’ zeg ik, terwijl ik opsta en mijn telefoon terug in mijn zak stop. Op een holletje loop ik naar verloskamer drie. Mezelf verwonderend over het feit dat de secretaresse mij belde. Normaal is zij van de logistieke en administratieve zaken op de afdeling en staat ze niet met haar neus vooraan op de verloskamer.

Ik kom aan bij verloskamer drie en vraag me af wat ik zal aantreffen. Ze kwam medium risk, is er net, beginnend in partu (net aan het bevallen) mogelijk een complicatie? In mijn hoofd loop ik langs een aantal mogelijke diagnoses die ik zou kunnen aantreffen. De deur is al open en door het schemerlichtje die ik even daarvoor aan heb gedaan is er een gezellig sfeertje. In de deuropening staat Jenny met haar klappertje in haar ene hand en haar leesbril en de deurknop in haar andere.
‘Kan ik wat doen?’ roept ze de kamer in, duidelijk uit haar comfortzone.
In de verloskamer staat verpleegkundige Suzan naast een dame dat mevrouw Jongejans moet zijn. Ik herken haar van nog geen vijf minuten geleden bij de balie in de gang. Haar sjaaltje keurig rond haar hals.
Mevrouw Jongejans is ergens midden dertig. Haar beige colbertje is van Ralph Lauren, ik herken het paardenembleempje op haar linkerborstzak. Haar gezicht is keurig in de plooi en het enige wat ze zegt is: ‘Hij komt, hij komt. Oh, God, hij komt!’
Het is een mooi tafereel die ik in een splitsecond in me opneem. Haar partner, de beveiliger, al in een even gestileerd setje kleren heeft zijn jas nog aan. Zijn handen houdt hij op zijn kale hoofd en ijsbeert van links naar rechts.


Suzan ziet me binnenkomen en geeft me een knipoog.
‘Deze baby heeft haast,’ zegt ze.
‘Nou en of,’ antwoord ik.
Ik stel me voor aan mevrouw Jongejans die Mariëlle blijkt te heten. Haar partner is Jeroen. Mariëlle staat voorover gebogen met haar handen op het verlosbed. Op de hurken naast haar zit Suzan die probeert te helpen haar broek uit te trekken. Net op dat moment komt er een wee. Ik zie het gebeuren en grijp twee paar handschoenen uit het doosje die aan de muur hangt en geef er twee aan Suzan.
Ze bedankt me snel en trekt ze aan. Ik heb ze al aan en neem het werk van Suzan even over. Ik ga achter Mariëlle zitten en probeer haar broek uit te trekken.
Mariëlle maakt oergeluiden, een teken dat die baby op het punt staat geboren te worden.
‘Draai je maar om en laat je maar op het bed vallen, dan trekken we je broek uit,’ zeg ik tegen Mariëlle. Ze doet wat ik zeg. Ik moet een beetje lachen als ik zie hoe hoog de hakken zijn die Mariëlle nog aan heeft. Ik zie de rode onderkant en bedenk me dat we daar een beetje voorzichtig mee moeten zijn, echte Louboutins. Ik geef ze aan Jeroen, die zichtbaar blij is een taak te krijgen.
Net op het moment dat Mariëlle haar broek uit heeft komt er een wee. Al spetterend breken de vliezen waardoor er een plas helder vruchtwater zich op de grond verspreid. Ik kijk naar mijn eigen broek en zie dat die het redelijk droog gehouden heeft.
De deur van de verloskamer gaat weer open en collega Eslem komt binnen, ook zij is gebeld door Jenny. Jenny staat nog op dezelfde plek in de deuropening maar merkt nu dat er handen voldoende zijn. Zij loopt de verloskamer uit en trekt de deur achter zich dicht.
Eslem stelt zich voor en bekommert zich om Jeroen. Een goed idee want niemand kan die boom van een vent van de grond plukken als hij zodadelijk omvalt van de spanning. Ze pakt een stoel en schuift hem achter Jeroen. Jeroen is dankbaar voor de hulp. Eslem vraagt hem zijn telefoon te geven. Ze ziet dat wij het onder controle hebben en maakt foto’s van deze razendsnelle bevalling.

‘Komt ie weer,’ roept Mariëlle.
Ze doet het knap en laat haar billen op het randje van het bed vallen. Op dat moment zie ik een bolletje met haren tussen haar benen tevoorschijn komen.
‘ZUCHTEN,’ roepen Suzan en ik in koor tegen Mariëlle.
Samen tillen we haar benen het bed op waardoor Mariëlle in een iets comfortabelere houding ligt.
Ze doet wat we zeggen en al zuchtend wordt daar een klein jongetje geboren. Al huilend komt hij ter wereld. We vegen hem snel een klein beetje droog en geven hem aan zijn moeder.

Mariëlle pakt het mannetje zichtbaar emotioneel aan en houdt het tegen zich aan. Eslem maakt foto’s en Jeroen komt erbij staan. Ik doe en stap achteruit en aanschouw het tafereel. Een heel mooi roze mannetje ligt op het beige colbertje van Mariëlle. Er is geen zweetdruppeltje of rode blos te bekennen en om haar hals zit nog altijd het stewardessen-sjaaltje. Als je enkel haar bovenkant zou zien, zou je niet doorhebben dat zij net is bevallen van dit mannetje. Hij huilt heel schattig en Mariëlle kan enkel naar hem kijken, nog in shock van wat er net gebeurd is.

Jeroen staat op en omhelst zijn gezin. Eslem schiet foto’s en op dat moment gaat de deur van de verloskamer weer open.
Mirjam stapt binnen, de verloskundige van de 1e lijn. Nietsvermoedend aanschouwt ze het tafereel.
‘Huh? Wat is hier gebeurd?’ Ze moet even een paar keer kijken.
‘Dit mannetje had een beetje haast,’ zeg ik.

We moeten allemaal lachen.
Ik geef Mariëlle nog medicijnen om het bloedverlies binnen de perken te houden, trek me dan terug van de verloskamer en laat Mirjam en Suzan alleen. Ook Eslem loopt met mij de kamer af.

Ik loop terug naar mijn kantoor en zie dat mijn bureaublad nog niet op screensaver is gegaan. Mijn kopje thee is nog warm. Ik ga verder waar ik even daarvoor geëindigd ben. Zo zie ja maar weer. Geen dag is hier hetzelfde.


Meer lezen over verloskunde, klik hier.
Terug naar al mijn blogs, klik hier.
Lezen over meer razendsnelle bevallingen, klik hier.


Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: