Bevallen in de auto

Woensdagnacht 7 april, mijn telefoon gaat. Ik moet van ver komen. ‘Hoi, met Anna.’ Ik hoor een bekende vrouwenstem die duidelijk al even wakker is. ‘De weeën zijn begonnen. Ik heb sinds een uur of half tien wat krampen maar die worden nu heviger. Ik zou het fijn vinden als je komt.’
‘Dat is prima,’ antwoord ik. ‘Ik kom eraan. Vinden jullie het oké als ik de verloskundige in opleiding meeneem?’
‘Ja hoor. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd,’ zegt Anna waarna ze ophangt.
Ik schiet in mijn kleren terwijl ik Louise bel, de verloskundige in opleiding. Ik poets vlug mijn tanden, doe een klein likje mascara op en stap in de auto. Ik open mijn muesli-reep en scheur richting Louise die klaar staat om opgepikt te worden. Samen rijden we naar Anna.



Anna is ruim 39 weken zwanger van haar derde kindje. Bijna vijf jaar geleden beviel ze van haar eerste kindje Tijs. Haar tweede zwangerschap eindigde in een stil-geboorte van Odin. Na vier maanden zwangerschap werd hij geboren. Hij had triploïdie, dat betekent dat hij in plaats van twee chromosomen van elk paar er drie had. Dat is helaas niet met het leven verenigbaar.

Rond twee uur stappen we het warme huis van Sjoerd en Anna binnen. Anna zucht dapper de contracties weg met Sjoerd aan haar zijde. Ze ligt op bed. We kletsen even waardoor ik kan observeren hoe het ervoor staat. De weeën zijn regelmatig en komen elke vier à vijf minuten. Anna zucht haar weeën weg terwijl Louise de hartslag van het kindje luistert. Ze gaat op haar rug liggen waarna ik voel naar de ontsluiting. Ai, dat valt tegen.
‘Het is één centimeter,’ zeg ik.
‘Ik kan er niet meer van maken helaas. Als ik jou was zou ik lekker het bad in stappen, als het de bevalling is gaat het de komende uren toenemen. Bel ons terug als de weeën sneller op elkaar komen en er zo’n twee à drie minuten tussen zit.’

Anna stapt terug in bad. We worden uitgezwaaid door Sjoerd. Ik sla mijn sjaal nogmaals om mijn nek, het is behoorlijk fris deze nacht. Ik zet Louise af bij haar huis en rijd snel door richting die van mij. Ik duik mijn bed in. Precies drie uur, we zullen zien hoe laat ze terugbelt. Snel slapen.

Half zes gaat de telefoon opnieuw. Ik neem op, het is Anna weer. Ze heeft de afgelopen drie uur in bad gezeten en de weeën komen nu elke twee minuten. Dat klinkt goed.
‘We komen er weer aan,’ zeg ik.
Ik herhaal het riedeltje van eerder deze nacht en stap de auto in op weg naar Louise. Om zes uur stappen we het huis van Anna weer binnen. De contracties lijken toegenomen. Anna komt weer op bed, bij het inwendig onderzoek voel ik nu 2-3 centimeter.
‘Dit is waarschijnlijk wel de bevalling,’ zeg ik tegen het stel.
‘Er is nu mooie verandering in ontsluiting. Je wilt graag in het ziekenhuis bevallen hè? Daarvoor moeten we nog even geduld hebben. Zullen we afspreken dat we er over 2,5 uur weer zijn?’
Het stel stemt in. Wij verdwijnen weer naar onze bedjes. Ik verwacht ieder moment een telefoontje maar die blijft uit en word wakker van de wekker. Zou het toch afgezakt zijn bij Anna? We gaan het zien. Ik douche, maak een ontbijtje en kleed me aan. Ik pak mijn spullen en rijd bij Louise de straat in op het afgesproken tijdstip. Ze stapt in en ik trek op. Bij Anna aangekomen lopen we automatisch de trap al op als haar man de deur heeft opengedaan.

Anna ligt op bed, ik voel weer. Het inwendig onderzoek is hetzelfde.
‘Het is helaas niet veranderd, sorry!’ zeg ik, en ik meen het.
‘We kunnen nu twee dingen doen. Of we wachten af en kijken wat er gebeurt. Of ik breek de vliezen. Misschien dat dat helpt om de ontsluiting te bevorderen. Dit hebben we bij jullie eerste ook gedaan toch?’
Anna kijkt Sjoerd aan.
‘Je moet het zelf weten,’ zegt Sjoerd.
‘Ja doe maar,’ Anna knikt naar me.
‘Breek de vliezen maar, ik wil door.’

Ik open mijn tas en haal er een vliezenbreker uit. Louise luistert ondertussen naar de harttonen van de baby. Nog even vrolijk als de keren hiervoor. We leggen wat matjes onder de billen van Anna om het vruchtwater op te vangen. Ik start mijn inwendig onderzoek en breng een klein plastic vliezenbrekertje naar binnen. Ik draai het haakje om en prik de vliezen door. Helder vruchtwater loopt af en ik voel dat het hoofdje mooi aandrukt.
‘Het lijkt nu al mooi vier centimeter. Dat geeft goede hoop,’ zeg ik.
Anna is blij, ze is er klaar voor. Ik help Anna met het aantrekken van haar onderbroek terwijl Sjoerd komt aanlopen met de kraamverbanden uit het kraampakket. Twee grote lappen stopt Anna in haar onderbroek. Ze komt weer liggen. Louise luistert opnieuw naar de harttonen. Die blijven mooi.

‘Wij beginnen met onze kraamvisites en komen terug over anderhalf à twee uur. Maar bel ons vooral als we eerder moeten komen. We zijn in de buurt dus rijden zo richting jullie als het nodig is.’
Ik geef nog wat instructies en we kletsen wat over ditjes en datjes waarna we de voordeur weer achter ons dichttrekken.

Een aantal kraamvisites later gaat de telefoon. Het is Sjoerd, precies twee uur na het breken van de vliezen bij Anna.
‘Ja, Sjoerd hier, van Anna. Het lijkt nu toch wel door te zetten denk ik,’ Sjoerd klinkt heel relaxt. Ik hoor Anna op de achtergrond zuchten. Het is zeker menens.
‘We stappen gelijk de auto in en komen naar jullie toe,’ zeg ik.
Ik hang op en rond de kraamvisite af. Gelukkig waren we al bijna klaar en zijn we in de buurt bij Sjoerd en Anna. We rijden de straat in en parkeren voor het huis.

We stappen het huis binnen. Sjoerd haast zich voor ons uit de trap op. Anna ligt op haar zij in bed. Ze beweegt zich niet en groet ons nauwelijks. Die weeën lijken hun werk te doen.
‘Zodra jullie weg waren, leek het alsof de weeën ineens aan gingen,’ begint Sjoerd met vertellen.
‘Ze ligt sindsdien op bed en heeft nauwelijks meer pauze. Het is haast niet te doen hoor. Ze wordt telkens licht in het hoofd en heeft het gevoel dat ze flauwvalt. Ze is super misselijk en durft niet te bewegen.’

Ik kom bij Anna op bed zitten en leg mijn hand op haar dij. Anna heeft net een wee en zucht deze heel beheerst weg. Ik zie zeker dat de kracht van de wee enorm is maar ze heeft het fantastisch onder controle. Ik zucht met haar mee, als de wee voorbij is vraag ik Anna of ik inwendig onderzoek mag doen. Anna reageert nauwelijks maar lijkt in te stemmen. Ik help haar met het uittrekken van haar onderbroek en zie helder vocht lopen. Ik ga voorzichtig met mijn vingers naar binnen en voel vijf centimeter.

‘Het is vijf centimeter,’ zeg ik tegen Anna en Sjoerd.
‘Dat meen je niet,’ Sjoerd lijkt wat ontdaan.
Ook Anna is zichtbaar teleurgesteld. ‘Ligt ze wel goed?’
‘Zeker, ze lijkt netjes met het achterhoofd voor te liggen,’ vertel ik.
Tijdens de volgende wee biggelt er een traan over haar wang.
‘Maak je geen zorgen. De tweede helft van de ontsluiting gaat vast vlotter,’ zeg ik om Anna iets gerust te stellen.
‘We gaan eerst maar eens verplaatsen naar het ziekenhuis. Voor een poliklinische bevalling. Dan gaan we zo gelijk de auto in. Zie je dat nog zitten?’ vraag ik Anna.
Anna knikt en zucht vervolgens weer een wee weg. Ik bel de verloskamers van Isala en vraag of er plek is. Louise luistert ondertussen naar de harttonen en helpt met het wegzuchten van de weeën. In Isala is gelukkig plek. Ik help Sjoerd met spullen inpakken. We moeten nog 25 minuten in de auto dus we maken een beetje vaart. Anna is helemaal in zichzelf gekeerd. De beval-bubbel doet zijn werk. Met zijn drieën helpen we Anna de trap af te komen. Anna’s weeën zijn mooi krachtig zo te zien. Van de hele verhuizing krijgt ze weinig mee. Alle bewegingen zijn pijnlijk voor haar. Sjoerd lijkt haar haast de auto in te tillen. Ik leg nog snel een matje onder de billen op de bijrijdersstoel en help Anna’s benen in de auto te tillen.
‘Parkeren jullie op de parkeerplaats bij Isala, P1. Bij de ooievaarsplek kan je je auto kwijt. Vooraan,’ zeg ik tegen Sjoerd, geen idee of hij het mee heeft gekregen. Ik sluit het portier terwijl Sjoerd achter het stuur kruipt. Hij steekt zijn hand op als hij ook zijn deur sluit: ‘Tot zo,’ zie ik hem zeggen.

Ook Louise en ik stappen in de auto en rijden eerst naar de praktijk waar ik snel Louise afzet. Door Covid mag ze helaas niet mee naar het ziekenhuis. Louise opent het portier en stapt uit. Het is fris buiten en ik zet de kachel wat harder. Ik rijd verder richting het ziekenhuis, tussen de weilanden en het treinspoor door. Ik geef wat extra gas.



We rijden bijna voor de afslag richting Zwolle als mijn telefoon gaat. Ik klik op de groene knop op mijn dashboard om de telefoon op te nemen.
‘Met Sjoerd,’ klinkt het lichtelijk in paniek.
Hem had ik niet verwacht. Ik probeer voor me op de weg te speuren om te zien of ik de auto van Sjoerd al ergens zie. Op het moment dat ik wil kijken hoor ik ineens een oerkreet van Anna.
‘Ik hoor het al,’ zeg ik met een beetje extra adrenaline.
‘Dat klinkt als persdrang!’
‘Jaaa,’ zegt Sjoerd, hij gaat harder praten.
‘Ze voelt enorme drang om te poepen. Ik zei net tegen haar dat dat niet kan en dat ze het weg moet zuchten maar het lukt Anna niet meer. Ze heeft haar broek al half naar beneden gedaan.’ Sjoerd lijkt even op adem te komen. Dit is een man die meerdere dingen tegelijk kan.
‘Ze heeft nu één been op het dashboard gezet,’ zegt Sjoerd.
Ik probeer snel de situatie in te schatten.
‘We rijden dichtbij het ziekenhuis, enkel nog wat stoplichten. Laten we doorrijden. We kunnen ieder moment stoppen als het moet maar hopelijk halen we het ziekenhuis. Ik bel ondertussen de verloskamers of ze hulp naar de parkeerplek kunnen sturen,’ zeg ik. ‘Stop als het moet, ik ben in de buurt.’
‘Dat is goed,’ zegt Sjoerd en hangt op.

Ik draai snel het nummer van de verloskamers.
‘We komen met mevrouw van Dijk naar jullie toe voor een poliklinische bevalling,’ begin ik terwijl mijn stem van adrenaline haast over lijkt te slaan.
‘Maar ze heeft waarschijnlijk persdrang in de auto. Ik rijd hooguit vijf minuten achter haar, we zijn minder dan tien minuten van het ziekenhuis af. Kunnen jullie een bed en wat spullen naar de parkeerplek sturen?’
De zorgcoördinator van de verloskamers moet lachen en antwoordt dat ze alles klaar zal zetten.
‘Alles wat snel gaat, gaat goed gaan we maar vanuit,’ zegt ze.
‘Daar gaan we voor,’ zeg ik waarna ik ophang.
Ondertussen zie ik de vrachtwagens langs me voorbijrazen. Wat een leuke gewaarwording zal dit zijn geweest voor de chauffeurs die Sjoerd net is gepasseerd met Anna ernaast. Een vrouw half persend op de snelweg met haar broek op haar enkels en één voet op het dashboard. Dat zullen ze niet elke dag zien.

Ik rijd de snelweg af maar zie Sjoerd nog nergens. Het stelt me gerust dat Sjoerd wel gewend is om met een beetje adrenaline te rijden. Hij werkt op de ambulance dus heeft waarschijnlijk voor hetere vuren gestaan. Vast nooit iets wat zo dichtbij komt maar het geeft wat rust dat hij enigszins weet wat er staat te gebeuren.

Het ziekenhuis komt in zicht en ik race richting de slagbomen, ondertussen speurend over de enorme parkeerplaats naar de auto van Sjoerd vooraan bij de ooievaars-parkeerplek. Ik zie hem niet en parkeer mijn auto bij de ingang.

Ik sprint uit mijn auto en speur over de parkeerplaats. De verloskundige en verpleegkundige van het ziekenhuis staan vlak voor de ingang. Ook zij kijken de parkeerplaats over op zoek naar iemand die mogelijk gaat baren. Ineens zie ik Sjoerd bij hun auto staan, de deur van de bijrijdersstoel staat open, ik vang een glimp op van een bloot been en ren richting de auto. Hij zwaait driftig zijn armen boven zijn hoofd en ik hoor hem: ‘HIER, HIER,’ schreeuwen. Ik draai me om naar de verloskundige van het ziekenhuis maar ook zij hebben Sjoerd al gezien en komen achter mij aan. Ze laten het bed staan en nemen de spullen die erop liggen mee.

De auto van Sjoerd en Anna komt in zicht en ik ren nog iets harder. Zo vaak wordt mijn conditie niet op de proef gesteld tijdens een dienst. Ik zie dat Sjoerd rustig naast de auto knielt en dan hoor ik hem: ‘Oh, shit,’ zeggen. Ik ben er bijna. Mijn collega’s van het ziekenhuis zo te zien ook. Ik grijp het portier en trek hem verder open. Ik kijk om het hoekje van de deur en zie daar net dat het hoofdje geboren wordt. De verloskundige en verpleegkundige van het ziekenhuis komen een tel later aan met doeken en klemmetjes voor de navelstreng.



Ik kan net op tijd bukken en het kleine meisje aanpakken. Ik leg haar bij Anna op de borst en adem uit. Pfoeh, dat was wat. Het blijft een mini-tel stil waarna een stevige huil klinkt van het kleine meisje die de naam Jessi krijgt. Dat klinkt wel anders zo’n pasgeboren baby’tje in de buitenlucht in plaats van in een verloskamer. Ik kijk om me heen, wat een bizarre situatie. Anna steekt een duim in de lucht: Heerlijk dit.

Sjoerd pakt zijn rol als ambulancebroeder. Hij zet de verwarming aan op standje sambal. Die warmte zal Jessi fijn vinden. Ondertussen proberen we de auto een beetje schoon te maken en helpen we Anna wat comfortabeler te zitten met Jessi tegen zich aan in de stoel. Sjoerd gaat achter het stuur zitten en rijdt voorzichtig naar de ingang van het ziekenhuis waar het lege ziekenhuisbed als een vreemd obstakel op de stoep staat. Wij lopen erachteraan richting de ingang van het ziekenhuis. Met zijn allen helpen we vervolgens Anna en Jessi vanuit de auto op het bed te krijgen. Ik zie de ziekenhuisbezoekers kijken. Anna lijkt net een Koningin op haar troon, met haar lieve meisje tegen zich aan. Wat een powervrouw. Terwijl het ziekenhuisbed langzaam in beweging komt, lijkt er, hoe bizar, wat sneeuw uit de lucht te dwarrelen. Het kan niet nog specialer worden op deze 7 april van 2021.

‘Hoe laat is Jessi eigenlijk geboren?’ vraag ik terwijl we Anna voortduwen op haar bed en kijk de verloskundige van het ziekenhuis aan. Ook zij heeft geen idee, in alle hectiek vergeten. We lopen inmiddels in het ziekenhuis richting de verloskamers.
‘12.05,’ hoor ik vanaf de andere kant van het bed.
Sjoerd steekt lachend zijn hand omhoog. ‘Time-management ligt mij wel.’

Ik moet lachen. We hadden geen betere partner kunnen hebben vandaag dan Sjoerd. Want ook al heeft hij nog geen enkele keer een bevalling in ‘zijn’ ambulance gehad, hij kan nu wel pochen bij zijn collega’s dat in zijn eigen auto bevallen ook heel veilig kan. Later hoor ik nog dat Sjoerd er zelfs voor gekozen had om vlak na de slagbomen van het ziekenhuis te parkeren in plaats van het plekje vooraan. Hij had al bedacht dat ze de verloskamer niet zouden halen. Hij wilde enkel privacy voor Anna. Goed bedacht.




Een berichtje van Anna:
‘Wij zijn iedereen enorm dankbaar. Dankbaar dat we na Odin weer in verwachting mochten raken. Dankbaar dat Jessi is geboren en dat ze helemaal gezond lijkt te zijn. Ondanks de sneltreinvaart en het onverwachte leek alles goed geregeld voor ons. We kijken daarom dan ook lachend terug op deze bizarre bevalling. Eentje om nooit te vergeten. Dit verhaal zal Jessi nog vaak te horen krijgen in haar leven.’

Lisa (& Anna)


Nb. De ik-vorm in dit verhaal is gebaseerd op het verhaal hoe Anna
deze heeft geïnterpreteerd. Ik was zelf niet aanwezig,
maar heb haar verhaal enkel mogen schrijven.


Lezen over bevallen in het vliegtuig? Klik hier.
Of om terug te gaan naar de homepage klik hier.


Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: