Twee(ling)strijd

Nadat mijn waggelende dreumesen de baby fase voorbij waren brak snel een nieuwe fase aan: de peuterfase. Een peuter heeft veel gelijkenissen met een baby. Het enige verschil is dat een peuter dénkt dat hij/zij alles zelf kan. Bijvoorbeeld dat brood smeren makkelijk is en dat aankleden ook wel zelf lukt. Dat naar de wc gaan en je broek ver genoeg naar beneden doen een eitje is en dat belangrijke keuzes in het leven door de peuter zelf gemaakt kunnen worden. Keuzes zoals elke dag chocoladepasta op brood of de hele dag televisie kijken. Sorry peuter, maar daarvoor moet je echt ouder zijn. Mocht je dit meedelen, dat dingen niet kunnen of mogen begrijpt een peuter dit uiteraard niet. Dit geeft een heerlijke peuterstrijd waar ik soms erg om kan lachen. Verdubbel een peuter en je hebt er twee. Zoals ik! Hartstikke leuk maar o, o, wat ben ik blij dat we geen aangrenzende buren hebben en dat ik het geduld heb van een ijzeren pot. Ook word ik niet warm of koud van krokodillentranen. Dus moet er wat gebeuren voor ik toegeef.

Laat ik een doorsnee ochtendje in de dubbele peuterstrijd met jullie beschrijven. Die ’s ochtends al begint met opstaan. Zus 1 en 2 uit bed, pyjama uit, luier uit en de gordijnen open. Stap 1; kleren aan. Ik pak altijd zelf twee setjes en zonder er woorden over vuil te maken trek ik deze aan. Als de Goden me op dat soort dagen gezind zijn heb ik in no time twee zussen in de kleren die naar beneden gaan. Maar daar begint het, zus 2 ziet de jurk van zus 1 en begint te gillen.
‘MIJ. MIJ. MIJ.’
‘Nee, begin ik. Dat is de jurk van je zus.’
‘NEE. MIJ!’
Zus 2 drapeert zich als een paard wat door haar hoeven zakt naar de grond. Ze gaat op haar buik liggen met de handen voor haar ogen waarna de krokodillentranen zich aandienen. Zus 1 kijkt naar haar jurk zegt: ‘mooi.’ En vraagt daarna om een broodje. Ik pak haar hand en we lopen naar beneden. Zus 2 ligt nog met al haar tragedie op de slaapkamervloer. Ik heb inmiddels geleerd dat ik over haar heen moet stappen en door moet gaan met de orde van de dag.


Inmiddels beneden heb ik de broodjes al gesmeerd, melk in bekers gedaan en zit zus 1 netjes aan tafel. Haar slabbetje is om en de mouwen opgestroopt. Het luide gesnik van boven komt langzaam dichterbij. Ik zet de bordjes op tafel en de beker melk ernaast. Zus 2 komt de keuken binnen nog nasnikkend van het ‘jurken-drama’ met haar jurk in plaats van aan, in de hand. Ik negeer het gesnik, help haar zwijgend in haar jurk en vraag haar of ze een broodje wil. Dat wordt met een knikkende pruillip beantwoord. Ze klimt in haar stoel die ik aanschuif en het jurken-drama lijkt compleet verleden tijd. Ook zus 2 haar bord zet ik voor haar neus. Zus 1 kijkt zwijgend naar haar zus, vervolgens naar haar bord en weer terug naar haar zus. Ik duim voor een goede afloop want ik weet precies waar zus 1 naar aan het kijken is. Vandaag wil ze graag het groene bord en niet het gele. Laat het groene bordje nou net voor zus 2 haar neus staan…….

Iedereen die de opmerking: ‘oh ik had zelf ook graag een tweeling gewild,’ vanaf nu nog maakt moet eens een ochtendje met me meelopen….

Nadat ik de vloer heb ontdaan van stukken brood die op de grond vlogen aangezien zus 1 niet blij was met het gele bordje en de dames richting speelhoek zijn duurt het vaak niet lang voor het eerstvolgende drama zijn intrede maakt. Dat drama komt altijd op hetzelfde neer: ze willen beiden met het blauwe blokje spelen (dat uiteraard net één van de twee in handen heeft). Ik bemiddel slechts drie keer in een soortgelijk drama terwijl ik wat opruim in huis. Ik pak alvast wat tassen want we gaan zo boodschappen doen. Ik kondig het aan bij de zussen die daar wel zin in blijken te hebben. Ik deel mede dat we eerst gaan plassen om vervolgens de jas en schoenen aan te trekken.

Zus 2 is als eerste bij de wc. Ik help haar uit haar maillot om haar op de wc te zetten. Zus 1 komt aangerend en ziet haar zus op de wc zitten. Dat was niet de bedoeling merk ik want zij wilde eerst plassen. Leg maar eens uit aan een peuter dat je niet zomaar kunt stoppen met plassen als de stroom al is gaan lopen. Al snel zakt het volgende paard (zus 1) door haar hoeven en barst in krokodillentranen uit op de grond. Zus 2 is allang klaar met plassen en hijst haar maillot alweer naar boven. Zus 1 heeft dit door, stapt op uit haar drama en sjort aan haar maillot ten teken dat ook die van haar uit moet.

Met zijn tweeën op stap

Niet veel later zit iedereen in de auto nadat ook de discussie om welke jas aan moest is gepasseerd. Zus 1 en 2 lopen hand in hand richting de supermarkt. Ik zie mensen kijken, ‘ach wat lief, een tweeling!’
Ik wil bijna zeggen: ‘zo lijkt het wel hè?’ maar ik houd me in.
Iedereen die de opmerking: ‘ik had zelf ook graag een tweeling gewild,’ vanaf nu nog maakt moet eens een ochtendje met me meelopen…. We komen aan bij de supermarkt waar ik inmiddels een goede tactiek heb om hysterische peuterdrama’s te voorkomen. Zus 2 begint in het zitje van de kar en de ander mag er ‘los’ in. Want los lópen in de winkel. Ik wil er niet eens aan denken hoeveel zweet me dat gaat kosten. Als ik vervolgens aan de meiden vraag wanneer we gaan ruilen hoor ik in koor: ‘MELK!’
‘Inderdaad meiden, bij de melk,’ zeg ik.
Nadat de taartjes zijn aangewezen en ook de chocoladepasta is gezien komen we aan bij de flessenautomaat. Tot mijn schrik zie ik dat ik drie lege flessen bij me heb die ik tegelijk uit de tas haal. Zus 1 grijpt gelijk twee van de drie flessen. Ik vraag haar om eentje af te staan aan haar zus terwijl ik de ander ongezien al in de automaat deponeer. Pfieuw, dat ging goed. Want o wee als zus 1 twee flessen in de automaat mag gooien en zus 2 maar eentje. Als je je afvraagt wat er dan gaat gebeuren moet je de tweede alinea nog eens lezen om dit te kunnen invullen. Denk daar dan een volle supermarkt bij en een moeder met rooie konen die haar peuters niet meer stil krijgt. Weglopen bij twee peuters die in een karretje zitten gaat me toch net iets te ver.


Aangekomen bij de melk gaan we ruilen, zoals beloofd. Ik heb een volle boodschappenkar met een peuter die naast alle boodschappen net kan staan en eentje die lekker in het zitje van de kar zit. Ik zie mensen kijken: wat gaat zij nou doen? Tja, beloofd is beloofd dus zus 2 til ik uit haar zitje en ruil met zus 1. Iedereen blij zou je denken. Dat is helaas niet altijd zo. Afleiding is de beste tactiek bij mijn peuters dus als er een toetje uitgezocht mag worden gaan we al snel verder met tweede deel van boodschappen doen.

Even later zit iedereen weer in de auto inclusief een volle achterbak met boodschappen. Thuis pak ik de boodschappen uit om daarna broodjes voor de lunch te gaan smeren. Dit keer zonder drama want ik heb twee dezelfde bordjes uit de kast gepakt. De keuze van het broodbeleg wordt niet beoordeeld waardoor er zonder al te veel gedoe na nog even spelen de trap naar boven wordt genomen om te gaan slapen.

Als ze vanmiddag wakker worden ben ik van plan even te gaan fietsen. Dat wordt wat want er kan maar één meisje voorop……

Wens me succes.


Meer lezen over mijn leven met een tweeling klik hier.


2 gedachten over “Twee(ling)strijd

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: