Meer dan alleen

Met ingehouden adem lees ik het dossier van Wende. Ze is zwanger van haar derde kindje, net 39 weken. Ze heeft twee kinderen, van vier en twee en is twee keer thuis bevallen zonder problemen. Vandaag staat ze op de agenda voor een inleiding. Gisteravond heeft ze een ballonnetje gekregen en mijn collega heeft vanochtend bij haar de vliezen kunnen breken. In de notitie staat dat ze wordt ingeleid om sociale redenen. Die redenen heeft mijn collega Vera vanmorgen aan mij overgedragen maar nu ik het lees, krijg ik direct kippenvel en medelijden met Wende.

Wende heeft een maand geleden haar man verloren aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Hij was op slag dood. Wende had net de eerste dag van haar verlof, haar man was op de terugweg van werk en had een frontale botsing met een vrachtwagen. Ze zouden samen uit eten gaan om het verlof in te luiden maar hij is nooit thuis gekomen. Daar stond ze dan, hoog zwanger met twee jonge kinderen. De nachtmerrie van iedere vrouw.

Ik lees hoe ze aan de eerstelijns verloskundige beschrijft hoe leeg ze zich voelt en hoe dubbel het is met het bewegende kindje in haar buik. Hoe bang ze is om alleen dit kindje op de wereld te moeten zetten en om later dit kindje te vertellen dat het moet leven zonder vader. Dat er een vader was, dat hij uitkeek naar de baby en dat ze zo gelukkig waren met zijn vieren en als kers op de taart deze baby mochten krijgen. Maar Wende’s geluk is uit elkaar gespat. De bubbel is gebarsten. Met slaapmedicatie kwam ze haar nachten door en met pijn en moeite heeft ze de laatste weken haar best gedaan elke ochtend weer op te staan. Met hulp van vrienden en familie heeft ze er zo goed en zo kwaad als het ging kunnen zijn voor haar twee dochters. Die twee dochters hebben er ook voor gezorgd dat voor Wende elke nieuwe dag weer begon. Het liefst bleef ze in bed, onder de dekens, zonder ook maar iets te hoeven voelen, denken of doen. Maar dat kon niet. Ze moest door.

Het afscheid was verdrietig en intens en staat in bizar contrast met het verwelkomen van deze baby van wie ze nog niet weet of het een jongetje of een meisje is. Ze heeft gevraagd om eerder ingeleid te worden en die wens is door de gynaecoloog gehonoreerd. Wende kon niet meer. Slapen lukte niet, haar buik zat in de weg en het verdriet was te groot. Veel te groot. De baby moet eruit.


Met een brok in mijn keel open ik de deur van Wende en stap de verloskamer binnen. Wende zit op bed. Ze heeft een felroze pak aan. Haar blonde haren zitten in een gestyle-de knot op haar hoofd. Haar nagels zijn mooi gemanicuurd en hebben een lichtroze gellak. De radio staat aan en Wende kijkt me vriendelijk aan. Als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat ze zin heeft om te mogen bevallen. Naast Wende zit een vrouw van middelbare leeftijd van wie ik gok dat het haar moeder is. Op het voeteneinde van het bed zit een vrouw in dezelfde leeftijd als Wende maar dan met donker haar. Ook zij oogt vriendelijk en staat op als ik verder de kamer in loop.

Ik geef de drie vrouwen een hand en stel me voor. Dan pak ik een kruk en ga zitten.
‘Poeh, wat een verhaal,’ begin ik om het ijs te breken.
Ik kijk Wende aan. Ze pakt haar telefoon die naast haar op het bed ligt en legt hem gelijk weer weg.
‘Tja, een vreselijke nachtmerrie,’ zegt ze. Ze kijkt naar de vrouw naast het bed, dat haar vriendin blijkt te zijn. Ze geeft Wende een bemoedigend kneepje in haar hand.
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ ga ik verder. ‘Wat wil je graag? Wil je je verhaal vertellen? Wil je het zo laten?’
Wende kijkt naar haar buik, kijkt me vervolgens aan, neemt een diepe hap lucht en ademt uit door haar neus. Ze haalt haar schouders op.
‘Ik weet het eigenlijk ook niet zo goed,’ zegt ze. ‘Ik wil het, het liefst de hele tijd over Bas hebben maar ik wil ook gewoon bevallen en zo snel mogelijk weer naar huis.’
‘Ik begrijp het, daar gaan we ons best voor doen,’ zeg ik. ‘En vertel me vooral alles wat je kwijt wil over Bas.’

Er hangt een vreemd soort sfeer op de kamer. Ik denk dat het verdriet is. Zo goed en zo kwaad als het kan, leg ik uit hoe het allemaal in zijn werk gaat. We wisselen wat beleefdheden uit en spreken af dat we starten met de weeënopwekkers om de bevalling te laten beginnen omdat er na het vliezen breken nog geen wee is gekomen. Zonder wat te vragen begint Wende in de stilte die valt te praten. Ze vertelt dat ze het zo jammer vindt dat de kinderen het niet heel veel over Bas hebben.
‘Ze zijn nog zo klein, ze gaan hem echt vergeten, dat vind ik zo erg voor ze.’
‘Och ja, dat begrijp ik,’ zeg ik terwijl ik aan mijn eigen kinderen denk als zij verder zouden moeten zonder hun vader. Ik moet mezelf even herpakken van de emotie. ‘Gelukkig ben jij er om hen daar voor altijd aan te herinneren,’ zeg ik bemoedigend tegen Wende.
Wende knikt en kijkt naar haar moeder. Haar moeder ziet eruit als een sterke vrouw. Ze is wat stevig en heeft een lief gezicht. Haar ogen vriendelijk, ze lijkt ontspannen in de stoel te zitten waar eigenlijk Bas had moeten zitten. Ik kijk de kamer verder rond en zie nu pas de foto op het nachtkastje. Het is een foto van Wende, Bas en de kinderen.
De moeder van Wende ziet mijn blik.
‘Mooie foto hè? Heb ik nog gemaakt een paar weken terug toen mijn man jarig was.’
‘Toen wisten jullie nog niet hoe waardevol hij zou worden,’ zeg ik.
‘Nee precies, de laatste foto als gezin,’ zegt haar moeder die het lijstje pakt en even in haar handen houdt. Haar moeder schudt haar hoofd terwijl ze naar de foto kijkt.
‘Hij maakte altijd zo’n feestje van het leven, deze man. Ze wilden hem daarboven vast gewoon al eerder bij hem hebben.’
‘Ik hoop wel dat de muziek daar goed is, anders begint ie met mopperen en houdt ie niet meer op,’ Wende glimlacht bij de herinnering.
Haar vriendin moet ook lachen: ‘Oh ja, en als het bier er slecht is, hebben we helemaal een slechte aan hem.’

Ik ben blij met deze luchtigheid en begrijp ineens meer hoe ik mee kan praten in hun verdriet. Ik blijf nog even hangen, we bespreken Wende’s wensen en ondertussen komt Helga binnen om de weeënopwekkers aan te sluiten. Die had ik voordat ik de kamer opging al ingelicht dat we zouden gaan starten. Dan word ik gebeld om bij een andere kamer te gaan kijken. Ik vertel Wende dat ik terugkom als de weeën zijn begonnen.


De vrouw waar ik naartoe moet, heeft persdrang. Zij bevalt van haar eerste kindje waardoor ik daar een tijdje vaststa bij de uitdrijving. Ik heb Helga ondertussen nog een keer gebeld om te vragen hoe het bij Wende ging en die gaf aan dat ze vrij vlot reactie had gekregen en dat haar weeën al mooi waren begonnen.

Ruim tweeënhalf uur nadat ik bij Wende de kamer af ben gelopen, kom ik de kamer weer op. Wende zit op een skippybal achter het bed, de infuuspaal naast haar. Haar vriendin zit op een stoel achter haar en duwt met haar handen tegen Wende’s onderrug. Haar moeder zit nog altijd in de stoel met haar elleboog op de leuning en haar kin in haar hand. Ze kijkt liefdevol naar Wende.

Ik schuif stilletjes de rolkruk onder mijn billen en sluit me bij het gezelschap. Wende zucht net een wee weg. Ik wacht de wee af voor ik begin met praten.
‘Hé, hoe is het hier? Volop in de weeën zie ik?’
Wende kijkt me met rode wangen aan, haar keurige knot iets ingezakt.
‘Dit vind ik niet meer leuk,’ zegt ze.
‘Dat begrijp ik heel goed, sinds wanneer is het zo?’
Wende haalt haar schouders op en begint met het wegzuchten van de volgende wee. ‘Ik denk vrij vlot nadat jij wegging. Die weeënopwekkers deden vlot hun werk hoor,’ zegt de vriendin van Wende.

Ik kijk naar de pomp en zie dat hij op stand twee staat. Ze had inderdaad maar een klein aanzetje nodig. Ik help met het wegzuchten van de wee door een ritme van uitblazen voor te doen. Tussendoor hebben we het wat over de andere kinderen en over bevallingen van Wende’s moeder en haar vriendin.
‘Was je eigenlijk al uit over de naam samen met Bas?’ Vraag ik Wende.
‘Nee, niet helemaal, we hadden allebei onze voorkeur,’ zegt ze.
Er gaat weer een wee voorbij.
‘Maar dat is nu mijn enige voordeel. Ik mag beslissen,’ Wende gniffelt, ik lach met haar mee. We zuchten met zijn vieren weer een wee weg en moedigen Wende aan.
‘Ik zou het heel leuk vinden als dit een jongetje is,’ zegt wende terwijl ze met haar handen over haar buik wrijft. Ze begint weer meer te wiebelen op haar bal en grijpt met haar handen in het laken van het bed tegenover haar. Een teken van een volgende wee.

Wende krijgt het steeds zwaarder, elke wee kost meer moeite om weg te zuchten. Ik zie ook dat haar buik een beetje begint mee te golven tijdens een wee. Op het moment dat ik het zie, zegt Wende het: ‘Hij komt!’
Ze gaat staan en wiebelt met haar benen. Ze raakt in paniek en ik, haar moeder en haar vriendin proberen haar te kalmeren.
‘Het is oké,’ zeg ik. ‘Laat maar drukken. Dat is vaak een teken dat het zover is.’
Wende blijft staan, ik zet het bed wat hoger zodat ze makkelijker kan leunen.
‘Ik wil het bed in,’ sommeert ze. Ik druk op de knop naast het bed om hem weer naar beneden te zetten zodat Wende erin kan klimmen. Ik druk op de bel om Helga te attenderen dat het zover is.

‘Zal ik voelen of je al volledige ontsluiting hebt?’ vraag ik aan Wende.
Wende knikt en draait op haar zij. Aan de oergeluiden in haar keel te horen hoef ik niet meer te checken of ze al zover is. Ik laat het gebeuren.
‘Duw maar een beetje mee,’ zeg ik.
Wende weet zelf al wat ze moet doen. Haar moeder en vriendin komen beiden aan één kant van het bed staan. Haar moeder aait Wende liefkozend over haar haar en haar vriendin houdt Wende’s hand vast.
Ze hoeft het niet alleen te doen.

Helga loopt de verloskamer binnen en heeft een opvangtafel voor de baby bij zich. Terwijl zij de tafel installeert pak ik de navelstrengklem en wat spulletjes uit. We wisselen een blik van enthousiasme uit. Leuk, zo’n vlotte baring. De weeën van Wende volgen zich in rap tempo op.

Wende draait zich naar haar rug en pakt haar benen om mee te persen. Ik doe handschoenen aan en ga naast het voeteneind staan. ‘Kom op Wende, jij kan dit!’ Moedig ik haar aan. Na drie keer meepersen zien we een heel klein bolletje haar tevoorschijn komen. Wende houdt haar ogen gesloten en heeft een volledige focus. Ze doet het ontzettend krachtig en beheerst zonder ook maar een enkel geluidje.
Haar vriendin strijkt een pluk losgekomen haar achter Wende’s oren. ‘Kom op, Wen! Jij kan dit lieverd.’

Er komt een volgende wee en ik help Wende erdoorheen. Met een klein beetje persen en af en toe wat zuchten volgt de volledige omvang van het hoofdje tot deze tussen haar schaamlippen staat. ‘Dit is het laatste stukje Wende, hou vol!’ We zuchten allemaal alsof ons leven ervanaf hangt en Wende doet ons na. Het duurt een kleine minuut voordat de volgende wee komt.
‘Oke, blijven zuchten nu Wende,’ zeg ik. ‘Hij komt eraan.’
Al zuchtend wordt daar het kindje geboren. Haar moeder huilt al. Haar vriendin doet een stap naar achteren. Met twee handen en wijd open ogen pakt Wende het kindje van mij aan.
‘Een jongen!’ roept haar moeder.

‘Bas,’ zegt Wende. ‘Dit is Bas.’

Haar moeder slaat twee handen voor haar mond, haar vriendin begint te snikken. Wende’s blik straalt geluk uit. Iets dat ze de afgelopen weken niet voor mogelijk had durven houden. Ik moet even wegkijken om mijn gezicht onder controle te houden. In deze kamer vol met verlies en liefde begint een nieuw leven. En ergens, heel ver weg danst een vader op de wolken, trots op zijn eerste zoon.


Meer blogs lezen over hoe verloskunde en verlies soms heel dichtbij elkaar komen?
Klik hier.

*Namen, gegevens en details zijn voor het verhaal dusdanig verdraaid dat het niet te herleiden is naar de bewuste mensen waar dit verhaal over ging. Alle mogelijke overeenkomsten berusten op toeval.

Plaats een reactie