Dubbel geluk, dubbel verlies, ondraaglijke leegte

De overdracht duurde lang, er liggen veel vrouwen op de afdeling dus we hebben ook veel vrouwen te verdelen. Een aantal zijn al ver gevorderd in hun ontsluiting, één van hen is zelfs al begonnen met persen en er is iemand die wacht om beoordeeld te worden voor pijnstilling. Er ligt ook iemand op kamer 24 die hulp nodig heeft. Samen met mijn drie collega’s verdelen we de kamers. We werken vlot het lijstje langs en blijven dan even stil bij kamer 24. We kijken elkaar aan.
‘Zij gaat denk ik wel bevallen in onze dienst,’ begin ik.
Mijn collega’s knikken. ‘Zegt één van jullie, die doe ik graag? Of liever niet?’ vraag ik in het algemeen.
We kijken elkaar aan.
‘Ik liever niet,’ zegt mijn ene collega. ‘Ik eigenlijk ook niet,’ zegt de ander.
‘Jij dan?’ vraagt ze vervolgens aan mij.
Ik frons mijn voorhoofd en schudt mijn hoofd. ‘Eigenlijk niet,’ zeg ik.
We kijken elkaar alle drie aan. ‘Ik neem haar wel,’ zeg ik dan. ‘Maar dan wil ik wel ook die dame op kamer 28 erbij, die gaat sowieso in onze dienst bevallen en die luchtigheid van een gezonde vierde baby kan ik er wel bij hebben.’
Mijn collega’s moeten lachen en stemmen in. ‘Prima!’

Ik open mijn computer en log in op de werkomgeving. Ik lees vluchtig over de mevrouw op kamer 28 die haar vierde kindje krijgt. Bij haar eerste kreeg ze een keizersnede wat maakt dat ze nu bij ons moet bevallen. Het risico dat het litteken scheurt is niet groot, maar als het wel zo is, is het fijn als dat in het ziekenhuis gebeurt. Er is bij haar tot nu toe weinig spannends, spontane weeën, helder vruchtwater, een prachtig hartfilmpje en sinds een uurtje mooie regelmatige weeën. Die gaat vast goed baren. Digitaal vul ik mijn naam en telefoonnummer achter kamer 28 zodat de verpleegkundige mij weet te bereiken.

Dan klik ik op de naam van kamer 24: Nina Willems. Ze is zwanger van haar eerste twee kindjes. Een eeneiige tweeling, nu bijna 30 weken. Tot twee weken geleden was er niets aan de hand en leken de beide jongetjes in haar buik goed te groeien en de zaken goed te hebben verdeeld met hun gezamenlijke placenta. Totdat ze in week 27 een echo had waarop ineens bleek dat één van de kindjes veel meer vruchtwater had dan het andere kindje. Een gevaarlijke complicatie bij een tweelingzwangerschap die zonder behandeling in bijna alle gevallen leidt tot het overlijden van beide kinderen.

Nina werd samen met Thomas, haar man, doorverwezen naar Leiden, het expertise-centrum op dit gebied. Al heel snel na de constatering dat er mogelijk wel eens sprake kon zijn van een TTTS (twin-to-twin transfusion syndrome) hadden ze een intake in Leiden. Het probleem leek groter dan aanvankelijk werd gedacht, er werd direct voorgesteld om een operatie te doen om de bloedvaten in de placenta te splitsen.

Nina en Thomas kozen voor de operatie. En met succes, de beide jongetjes hadden het overleefd. De verbindende bloedvaten waren goed gescheiden. Maar toen Nina en Thomas een paar dagen later voor controle bij ons in het ziekenhuis kwamen, bleek helaas dat beide kindjes overleden waren. Iets waar ze van te voren op waren voorbereid, echter kwam het nieuws als donderslag bij heldere hemel.

Kapot van verdriet hebben ze vervolgens een aantal dagen met zijn tweeën thuis gerouwd om het verlies terwijl ze de jochies nog heel dichtbij zich hadden. Vandaag zijn ze terug. Gisteren is begonnen met het geven van tabletjes om de weeën te laten beginnen. Na een paar giften kwamen de weeën mooi op gang. Er was al snel een pijnstillingswens. Nina kreeg een ruggenprik, daarna was de pijn goed te doen.

Gisteren heeft ze in totaal vier giften medicatie gekregen om de weeën te laten doorzetten maar de kindjes wilden nog niet geboren worden. Vandaag is daarmee verder gegaan en toen mijn collega de laatste gift tabletjes inbracht, leek de baarmoedermond al een heel stuk geopend te zijn. Het is nu net half vier en mijn collega van de dagdienst had afgesproken om rond deze tijd weer even te kijken hoe het ervoor staat met de bevalling.

Ik lees hun wensen voor na de geboorte en zie welke onderzoeken allemaal moeten worden ingezet. Mijn hart knijpt zich samen bij de gedachte om je tweeling in je buik te moeten verliezen en ik denk even terug aan mijn eigen zwangerschap acht jaar geleden. Na mijn bevalling bleek dat er ook sprake was van een soortgelijke aandoening en werd duidelijk dat onze tweeling precies op tijd geboren werd ook al was het veel te vroeg. Maargoed, de kinderen van Nina en Thomas hebben het niet gered. Hun hele toekomstbeeld met twee kindjes spat in honderdduizend scherven uiteen. De ledikantjes in huis, de maxi-cosi’s die al klaar staan om gevuld te worden en de dubbele kinderwagen die al in bestelling staat. Wat vreselijk verdrietig.

Ik adem diep in en uit en sluit het dossier af. Ik staar even voor me uit voordat ik op sta om aan de slag te gaan. Ik zoek Carla op in de verpleegkundigen-post, zij zal vanavond met mij voor Nina en Thomas zorgen.
Ik loop naar haar toe en pak een kruk om even naast haar te gaan zitten.
‘Wij zorgen samen voor kamer 24,’ zeg ik.
‘Ah, fijn!’ zegt Carla.
‘Vind ik ook,’ zeg ik oprecht. Carla is een verpleegkundige met bergen ervaring en heeft alle zeldzame gevallen al tien keer meegemaakt.
‘Maar zin erin, heb ik dan weer niet,’ zeg ik.
Carla schudt haar hoofd. ‘Ik ook niet, maar laten we het er voor hen maar het beste van maken.’
Ik knik en besluit alle emoties voorlopig even te parkeren.
‘Hoe gaat het bij haar?’ vraag ik Carla.
‘Nou, best goed. Die ruggenprik doet goed zijn werk. Ze heeft eigenlijk totaal geen pijn. Ik kan dus ook niet inschatten hoe snel het gaat. We hebben geen CTG en dus ook geen weeënregistratie.’
‘Ah, oke, nouja dat ze pijnvrij is, is het belangrijkst. Ze is zo weer aan de beurt voor haar volgende gift misoprostol, dus ik ga sowieso inwendig onderzoek doen.’
Carla knikt en samen lopen we naar kamer 24.

Voordat ik de deur opendoe draai ik me nog even om naar Carla. ‘Hoe is de stemming eigenlijk op de kamer?’
‘Ja, beladen en oké,’ antwoordt ze.
‘Oke,’ zeg ik terwijl ik me omdraai, op de deur klop en voorzichtig de deur open. Dat is altijd het moment waarop de voorstelling die ik van het stel heb gemaakt samenkomt met de werkelijkheid. Negen van de tien keer klopt het beeld dat ik in mijn hoofd schets niet met de mensen op de kamer. Wonderlijk hoe je brein bedenkt hoe bepaalde mensen eruit zien en zijn.
Ik loop de kamer op. Nina ligt op haar linker zij met haar rug naar mij toe. Ze heeft de dekens tot over haar middel en heeft in haar hand een tijdschrift. Ze heeft geblondeerd haar dat prachtig gestyled in een knot op haar hoofd zit. Het ietwat pluizige achterhoofd verklapt dat ze voornamelijk heeft gelegen de afgelopen dagen. In de stoel in de hoek van de kamer zit Thomas. Hij heeft een puzzelboekje in zijn ene en een pen in zijn andere hand. Hij kijkt aandachtig naar de puzzel. Hij heeft stevige donkere krullen en lichtbruine ogen.

Op het moment dat we binnenstappen kijken ze mij aan. Nina legt haar tijdschrift neer en draait naar haar rug. Thomas legt zijn puzzelboekje neer en gaat rechtop zitten. Beiden kijken me vriendelijk aan. Het haalt wat spanning van mijn eigen schouders. Ik stap naar Nina, geef haar een hand en stel me voor. Dat doe ik vervolgens hetzelfde bij Thomas. Daarna pak ik de rolkruk die in de hoek van de kamer staat en ga erop zitten. Ik rol naast het bed zodat ik zowel Nina als Thomas goed kan zien.

Het is vreemd om geen CTG-apparaat te zien naast een zwangere met een ruggenprik. Het aantal snoertjes dat aan haar vastzit is een stuk minder en oogt vriendelijk.
‘Poeh, wat een verhaal. Ik heb jullie dossier gelezen. Wat vreselijk voor jullie,’ begin ik.
‘Ja, dat is het,’ zegt Nina terwijl ze de blik van haar man zoekt. Ze slaat haar ogen neer. Ik zie een traan uit beide ogen komen. Ik slik. Thomas staat op en loopt naar haar toe. Hij pakt haar hand en plant er een kus op. Ik kijk even weg en slaak een zucht. Thomas geeft Nina een knuffel en droogt haar tranen. ‘Komt goed moppie,’ fluistert hij.
Ik laat even een pauze.
‘Sorry hoor,’ zegt Nina uiteindelijk.
‘Geen enkel probleem,’ zeg ik. ‘Dit mag er allemaal zijn… Jullie hebben al heel wat diensten voorbij zien komen en ik heb het verhaal gelezen, vind je het fijn om het nog over de afgelopen tijd te hebben of liever alleen over vandaag?’
Het lijkt alsof ik iets van verlichting in de blik van Nina zie en ik weet het antwoord al.
‘Laten we het maar hebben over het stuk dat komen gaat,’ zegt Nina. ‘De afgelopen tijd veranderen we helaas niets meer aan.’

We hebben het over de bevalling. Over de aanstaande geboorte van de jongens. Wat ze willen wat betreft foto’s, aanraken en vasthouden. Ze weten het allemaal nog niet, en dat is prima. We zien wel hoe het loopt. Hoe moet je je voorbereiden op het moment dat je voor het eerst ouders wordt, van twee kinderen die niet meer leven? Een rilling over mijn rug. Onwerkelijk.
‘Voel je nog iets van de weeën? Ik begreep van mijn collega dat jouw ruggenprik heel goed zit?’
‘Ja, dat ding is top! Ik zou het iedereen aanraden,’ zegt Nina lachend.
‘Dat is mooi,’ ga ik verder. ‘Je had bij de vorige gift medicatie al flink wat ontsluiting, dat is inmiddels alweer een aantal uren geleden en mijn voorstel zou zijn om nog een keer inwendig onderzoek te doen en mogelijk de medicatie te herhalen.’
‘Lijkt met goed,’ zegt Nina. Ze slaat het deken van haar voeten af. Hardroze gelakte teennagels komen onder het dekbed vandaan.
‘Voel je ook af en toe wat van de weeën?’ vraag ik.
‘Zeker,’ zegt Nina. ‘Eigenlijk sinds het laatste uurtje ofzo. Wanneer zei ik het ook alweer tegen jou Tho? Dat ik het gevoel had dat ik eigenlijk enorm nodig moet poepen?’
Thomas lacht. ‘Ja, dat is al wel een tijdje hoor.’
‘Dat klinkt als een goed teken,’ zeg ik.

Ik doe inwendig onderzoek bij Nina. Ik stuit direct met mijn vingers op het hoofdje van kindje één. Het voelt zacht en poreus. Hij staat al heel diep en is niet meer ver verwijderd van zijn geboorte. Ik probeer de woorden te vinden om de realiteit ineens heel dichtbij de aanstaande ouders te brengen.
‘Dat drukgevoel wat je hebt, komt omdat kindje één al bijna geboren wil worden. Ik haal mijn vingers terug en blijf even op de rand van het bed zitten. Ik zie bij beiden ineens de spanning opbouwen.
Thomas breekt de spanning: ‘Kom maar op, ik wil ze graag ontmoeten.’ Zijn stem trilt. Nina probeert zich ook te herpakken. Ze gaat wat meer rechtop zitten en ik zie daadkracht in haar blik. Ze knikt naar me: ‘Let’s do this.’

Ik ga weer op de rolkruk zitten en geef uitleg over de laatste fase. Ik vertel dat we gerust een aantal keren kunnen proberen te persen maar dat als de baby niet komt we toch beter even kunnen wachten tot hij zich uit zichzelf aandient. Ik verwacht dat het eerste kindje snel geboren wordt, hij zit al heel diep in de vagina, ik kan hem bijna zien als ik mijn vingers spreid. Een beetje onwennig begint Nina met persen. Na een paar keer krijgt ze de smaak te pakken. Ik kijk Carla kort aan, de rust in haar blik is helpend. Ze pakt alvast wat doeken en legt de navelklemmetjes klaar. Het voelt als een gewone bevalling. Nina perst, Thomas ondersteunt en de sfeer is goed. Ze zijn benieuwd naar hun kindjes en alles wat daarna komt, komt daarna.

‘Ik voel hem!’ zegt Nina opeens verschrikt.
Ik beaam haar gevoel. ‘Klopt, we zien een klein stukje van het hoofdje.’
Ik kijk van Nina naar Thomas. Het verdriet, de spanning, de angst maar ook de liefde ik zie het allemaal in hun aanraking en in hun blikken. Thomas kruipt steeds dichter bij Nina. Hij gaat met een bil op de rand van het bed zitten en slaat zijn arm achter Nina langs. Ze doen het echt samen. Nina laat haar hoofd tegen zijn bovenarm vallen, doet haar ogen dicht. Ik kan er even niet naar kijken, hun emoties overvallen mij. Ik kuch een keer en probeer aan iets totaal anders te denken.

Met een hand op haar schouder van Thomas opent Nina haar ogen weer. Alsof ze ineens alle oerkracht in haar lijf naar bovenhaalt neemt ze een flinke ademteug en perst dan met de volgende wee zo flink mee dat het hele kindje geboren wordt. Hij is slap, donkerrood en levenloos. Een moment sta ik stil met hem in mijn handen waarna ik hem iets optil en hem voorzichtig laat zien aan zijn ouders. Nina kijkt niet. Snikkend duikt ze weg in de schouder van Thomas. Ook Thomas kijkt niet. Zijn intense gesnik, raakt mij vol in mijn ziel. Ik probeer professioneel afstand te houden en niet teveel stil te staan bij het levenloze kindje dat ik in mijn handen draag. Ik zie dat Carla hetzelfde doet om niet mee te gaan in de emotie. Iets waar Nina en Thomas niets aan hebben. Carla geeft me een doek en ik dep voorzichtig het mannetje droog. De navelstreng is niet lang en ik kan hem niet heel ver omhoog houden. We slaan hem in een doek. Carla beschrijft hem terwijl Nina en Thomas nog altijd in elkaars armen liggen.
‘Hij is prachtig. Hij is klein, maar alles zit erop en eraan. Kijk nou, zijn kinnetje heeft een mini kuiltje, wat lief zeg.’
Ik beaam de dingen die Carla zegt en voorzichtig laten Thomas en Nina elkaar los om hun eerste kindje in hun armen en harten te kunnen gaan sluiten. Nina steekt haar handen uit en pakt het kleintje aan.
‘Welkom lieve Lio,’ zegt Nina terwijl ze hem vasthoudt in de doek alsof ze niet anders gedaan heeft. Omdat de navelstreng zo kort is, knipt Thomas die vol trots door terwijl ik wat foto’s maak van het zojuist ontstane gezin.

Carla en ik gaan op een afstandje staan en laten Nina en Thomas alles aan hun kleintje ontdekken. Het verdriet overheerst even niet, er is vooral trots. Trots en liefde. Het leven was voor deze kleintjes maar tot deze termijn bedacht en ze hebben alles er ten volste uitgehaald.

Het moment tussen de twee broertjes duurt niet lang, een klein half uurtje na de geboorte van het eerste mannetje voelt Nina dat het tweede kindje wil komen. We hebben alle tijd en we laten het gebeuren.
Ik pak een nieuw setje handschoenen uit het doosje aan de wand en kom weer naast het bed staan.
‘Wat vind je fijn Nina?’ vraag ik. ‘Wil je Lio bij je houden als zijn broertje geboren wordt?’
Nina kijkt naar Thomas om te kijken of hij het antwoord weet. Dan kijkt ze naar Lio, geeft hem een kusje en zegt: ‘Even geduld kleintje, je broertje moet nog komen.’
Dan geeft ze het kleine mannetje aan Thomas die wat onhandig met het kindje in de doeken tegen zich aan blijft staan. Carla loopt naar hem toe, schuift een stoel achter zijn billen en neemt Lio even over zodat Thomas kan gaan zitten. Ze legt Lio in zijn armen en zorgt dat hij comfortabel zit. Nina en ik kijken naar het tafereel waarna we ons focussen op de geboorte van het tweede kindje.
Heel natuurlijk perst Nina weer mee, ze weet wat ze moet doen en wat ze moet voelen en na drie keer persen zie ik het hoofdje van kindje twee. De vliezen spannen nog over zijn hoofdje en zonder dat ik er wat mee doe breken ze. Nina perst rustig verder. Heel geleidelijk komt daar het tweede kindje. Nina pakt hem aan.
‘Daar is hij… Owen,’ zegt Nina.
Ik hoef niets te doen. De navelstreng is wat langer en ze kan hem bij haar op haar blote borst neerleggen. Ze slaat haar beide armen om hem heen alsof het een hele grote knuffelbeer is en plant een kus op zijn kleine hoofdje. Stille tranen stromen over haar wangen, haar ogen gesloten.
Ik kijk naar Thomas bij wie de tranen nu ook rijkelijk uit zijn ogen stromen. Hij zit stilletjes met Lio in zijn armen. Zichtbaar in strijd met wat hij nu moet doen. Twee overleden kindjes en een vrouw vol verdriet. Handen te kort, een hart te groot.
‘Kom maar,’ zeg ik tegen Thomas om hen samen te brengen.
‘Mag ik?’ vraag ik Thomas als ik mijn handen naar Lio uitstrek.
Thomas knikt.
‘Ze kwamen met zijn tweeën en ze gaan met zijn tweeën, ze zijn nooit alleen geweest en dat zullen ze ook nooit zijn,’ zeg ik terwijl ik Lio uit de doeken pak en hem naast zijn broertje neerleg.

Ik krijg kippenvel als ik ze gevieren zie liggen. Thomas schuift naast Nina op het bed. Carla legt een deken over de benen van Nina. Ik maak foto’s van het kersverse gezin, wetende dat er niet heel veel zullen volgen. Ik check daarna nog een keertje onder het laken of er geen sprake is van overmatig bloedverlies waarna ik het allemaal even laat gebeuren. Ik wil net gaan zitten als ik word gebeld. Ik loop naar de andere kant van de kamer en neem fluisterend op. Het is Thea, verpleegkundige van kamer 28, de andere dame waar ik voor zorg.
Niet wetend in welke situatie ik mij bevind, zegt ze: ‘Hé, Lisa, zin in een leuke bevalling? Ik heb persdrang hier.’
Ik sluit even mijn ogen om de dubbelzinnigheid van dit moment te laten doordringen. Dan probeer ik in te schatten of ik even weg kan hier of dat ik een collega moet bellen van wie ik weet dat ze ook druk zijn.
‘Ik kom eraan,’ zeg ik.
Ik excuseer me kort bij Carla. Ik laat Nina en Thomas in hun moment. Dan loop ik de kamer uit. Ik schud even met mijn hoofd om me een soort van voor te bereiden op een andere energie en stap twee deuren verder kamer 28 in.

Nog geen tien minuten later pak ik een blakend gezonde, huilende baby aan die ik aan de trotse moeder overhandig. Een vierde baby. Een huilende baby. Ik blijf niet lang plakken, doe wat ik moet doen en merk dat ik wel eens een gezelligere verloskundige ben geweest dan ik op dit moment voor dit stel ben. Ik licht kort Thea in die me een bemoedigend kneepje in mijn schouder geeft.
‘Ga maar,’ fluistert ze. ‘Ik red me hier, en bel je wel.’
‘Dankje,’ fluister ik terug. Ik ga weer naar de andere kamer daar ben ik harder nodig. Ik excuseer me, loop de kamer uit en sluit de deur. Ik leun met mijn rug tegen de deur en laat mijn achterhoofd er tegenaan vallen. Er loopt een collega langs die een blik met me wisselt.
‘Gaat ie?’ zegt ze in het voorbijgaan.
Ik knik, glimlach kort en maak me los van de deur. Ik loop weer richting Nina, Thomas en hun twee jongens. Als ik de hand op de deurklink leg, houd ik heel even pas op de plaats voor ik weer binnenstap. Wat een werk is dit toch.

De placenta wordt geboren en het bloedverlies blijft beperkt. Ik help met het doorknippen van de navelstreng van Owen en klets wat na met Nina en Thomas. Ze zijn sterk en zoekende in hun weg. Dit moment dragen ze voor altijd met zich mee, ik hoop dat ze er goed op terugkijken. Die avond loop ik nog een aantal keren bij ze binnen. Blijdschap en trots wisselen zich razendsnel af met intens verdriet en dat is allemaal oke.

Aan het einde van mijn dienst neem ik afscheid van hen en de jongens. Ik feliciteer en condoleer ze en ik geef Nina en Thomas allebei een knuffel. Omdat dat goed voelt. Ik houd mijn tranen in maar pink bij het omdraaien en weglopen een traantje weg die me ontglipt.

Ik rond wat administratie af, draag over, kleed me om en stap de auto in op weg naar huis. Om twaalf uur ’s nachts sta ik tien minuten naar mijn eigen slapende tweeling te kijken. De vanzelfsprekendheid is voor mij weer even verdwenen.


Meer lezen over de intensiteit van mijn vak? Klik hier.

Let op: tijdstippen en namen zijn dusdanig aangepast dat het niet herleidbaar is naar een daadwerkelijke casus. Alle gelijkenissen berusten op toeval.

Eén opmerking over 'Dubbel geluk, dubbel verlies, ondraaglijke leegte'

  1. Tranen hier, want zo herkenbaar. Wel andere omstandigheden, maar onze dochter werd bijna 32 jaar geleden in stilte geboren. Ons leven stond daarna enorm op de kop en ik wilde niet meer verder werken in de techniek. Ik overwoog drie beroepen: lerares, begrafenisonderneemster en verloskundige. Het werd lerares en later docente. Toch blijven de andere beroepen een zacht plekje in mijn hart houden. Daarom lees ik jouw verhalen ook zo graag.

    In dit verhaal lees ik ook zo jullie (verloskundigen, verpleging, verzorging, medici) kant van het verhaal. Dat zie je als aankomende ouders, en zeker van een al overleden kindje niet, want je zit zo in je eigen bubbel van wanhoop, verdriet, vreugde, trots et cetera. Ook jullie dragen allemaal je persoonlijke ervaringen met je mee en dat moet je loslaten in je werk. Nu denk ik: had ik daar ook maar meer oog voor gehad. Zelfs in het nagesprek, na zes weken met onze verpleger, had ik dat niet. Dat kan, denk ik, ook niet. Maar nu, na het lezen van jouw verhaal, denk ik wel met dankbaarheid terug aan de mensen die bij mijn drie bevallingen even zo kort naast ons stonden en er voor ons waren.

    Dank je voor je verhaal.

    Like

Plaats een reactie