Een verhaal over hoe ik soms voor casuïstiek kom te staan waar ik langer over na blijf denken. Namen, momenten, tijdstippen baseren volledig op toeval en zijn niet te herleiden naar oorspronkelijke casus.
De overdracht was lang vanmorgen, de afdeling ligt vol, waaronder een aantal primers. Primers noemen we vrouwen die een ballon hebben gekregen of misoprostol om de baarmoedermond rijp te maken om de vliezen te kunnen breken. Naast de primers ligt er ook een dame met zeven centimeter en beginnende persdrang en iemand die komt om bij negentien weken haar zwangerschap af te breken. Geroutineerd verdelen we de patiënten en spreken we af dat ik naar de afbreking ga op kamer 24, mijn collega’s van vandaag begeleiden liever geen afbrekingen.
Ik sta op en draai me om naar de computer waar traag mijn bureaublad tevoorschijn komt. Ik houd van dit eerste moment van de dienst. Nog een beetje onwetend over wat en wie er allemaal liggen en nog niet verzeild geraakt in het lopen van kamer naar kamer en het rinkelen van de telefoon.
Ik open het programma van onze patiëntendossiers en klik op kamer 24 waar de naam van Feliene staat. Ze is 26 en zwanger van haar eerste kindje. Bij de NIPT kwam ze erachter dat ze waarschijnlijk zwanger is van een kindje met het Downsyndroom. Omdat de NIPT slechts een screening is, wordt altijd aangeraden om een bevestigend onderzoek te doen om een daadwerkelijke diagnose te stellen. De gynaecoloog heeft hen alles verteld over een vruchtwaterpunctie en daar heeft het stel voor gekozen. Nadat met de vruchtwaterpunctie de diagnose bevestigd was, werd het gelijk duidelijk voor Feliene en haar vriend Lars: een kindje met het syndroom van Down wilden ze afbreken.
Inmiddels is ze negentien weken zwanger. Twee dagen geleden is ze langsgekomen om Myfegine-tabletjes in te nemen. Dit zijn tabletjes die de baarmoedermond zacht maken en waardoor de tabletjes om de weeën te laten beginnen beter werken. Vandaag komt Feliene om te beginnen met deze tabletjes.
In haar zwangerschapskaart staat weinig bijzonders. Een ongecompliceerde jonge meid die helaas voor deze uiterst moeilijke beslissing is komen te staan. Veel mensen geven in de zwangerschap aan dat ze graag de NIPT doen omdat ze bij een afwijking de zwangerschap willen laten afbreken. Maar als die foute uitslag dan werkelijkheid wordt en mensen het kloppende hartje hebben gezien kan dat gevoel heel anders worden.
Ik ben ervan overtuigd dat iedereen autonoom is en een keuze maakt die voor hen goed en verstandig voelt. Ik ben wel heel blij dat ik zelf nooit voor die keuze ben komen te staan en vooral heel dankbaar voor drie gezonde dochters. Ik hoop dat ik Feliene en Lars bij kan staan in hun proces. Het is altijd afwachten hoe mensen er op de dag van de afbreking aan toe zijn dus ik ga naar haar kamer om te polsen hoe het gaat.
Op de gang loop ik Juliet tegen het lijf. Zij is verpleegkundige en werkt al sinds jaar en dag op de verloskamers. ‘He!’ Begroet ik haar. ‘Ook hier!’
‘Zeker,’ antwoord ze vrolijk. ‘Zorg je voor kamer 24 toevallig?’
Ik knik.
‘Ah, gezellig,’ zegt ze. ‘Ik ook.’
Ik moet lachen om haar ‘gezellig’, ze doet gelijk haar hand voor haar mond.
‘Zo bedoel ik het natuurlijk niet,’ zegt ze. ‘Gewoon, gezellig met jou.’
‘Haha, ja dat snap ik Juliet.’
Ik vraag Juliet of ze al op de kamer geweest is, ze knikt en wenkt me naar de verpleegkundigen-post waar ze de schuifdeur achter mij dichtdoet. Vaak een teken dat er iets gezegd wordt, wat de patiënt beter niet kan horen.
‘Ik weet het niet Lisa,’ zegt ze. ‘Ik heb er een gek gevoel bij. Dit heb ik nog nooit gehad. Ze willen helemaal niets.’
‘Helemaal niets? Geen afbreking bedoel je? Dat is toch helemaal goed? Ze kan er altijd nog vanaf zien.’
Ik ga zitten om Juliet de kans te geven haar verhaal te doen.
Juliet vertelt dat ze op alle vragen die ze heeft gesteld over wat ze straks met het overleden kindje willen, niets zeiden. Ze keken haar niet aan, stelden geen vragen terug en gaven alleen maar emotieloos aan dat ze het zo snel mogelijk achter zich wilden laten. Ze willen het kindje niet zien, niet aanraken, geen foto’s en geen voet of handafdrukjes. Ze wil graag bevallen en naar huis en er met niemand over praten.
Als Juliet haar verhaal gedaan heeft staar ik even voor me uit.
‘Helemaal niets? Dat heb ik ook nog nooit gehad. En hoe zien ze het dan voor zich? Ze bevalt, doet haar ogen dicht en ik neem het kindje mee naar? Naar waar? De spoelkeuken? Waar leg ik het dan neer?’
Ik denk gelijk praktisch waarna ik vervolgens denk aan hun emoties.
‘Ooh, straks krijgen ze spijt. Hebben ze niets,’ ga ik verder.
‘Tja, daar dacht ik ook al aan…’ zegt Juliet.
‘Nou, ik ga eerst maar eens bij ze langs. Wie weet bedenken ze zich nog wel.’
‘Ja, ze draaien vast wel bij,’ zegt ook Juliet.
Niet veel later zit ik op een kruk naast Feliene en Lars. Lars zit op het puntje van de grote stoel in de verloskamer. Zijn grote voeten in stijlvolle sneakers en zijn handen gevouwen. Hij kijkt mij vriendelijk aan. Feliene is lang en slank. Een prachtige vrouw met bruine lange steile lokken. Het lijkt alsof ze het koud heeft, haar handen heeft ze strak tussen haar over elkaar geslagen benen heen.
Na een aantal open vragen over de aanloop naar deze dag geef ik aan dat ik van Juliet begrepen heb dat ze niets willen. Ik probeer uit te diepen naar de diepere laag erin maar voel aan elke kant weerstand. Ik probeer heel hard in mijn hoofd tegen mijzelf te zeggen dat het hun eigen keuze is, maar uit ervaring weten we dat mensen een afbreking of vroegtijdig in de buik overlijden van een baby veel beter verwerken als ze tastbare herinneringen hebben in de zin van foto’s, filmpjes of voet en handafdrukjes.
Ik besluit het voor nu erbij te laten. Nadat ik uitleg heb gegeven hoe het in zijn werk gaat met het inbrengen van de tabletjes zie ik dat Feliene blij is dat het gaat gebeuren.
‘Wil je nog even kijken met de echo naar jullie kindje?’ vraag ik voordat ik wil starten met het inbrengen van de medicatie.
‘Nee hoor,’ zegt Feliene. ‘Het is goed zo. Ik hoop dat ik snel beval, dan kunnen we snel weer naar huis.’
‘Ik hoop ook dat de bevalling soepel voor je gaat,’ en dat meen ik. Ik leg nog wel uit dat het kan zijn dat na de bevalling de placenta blijft zitten en dat ze naar de operatiekamer moet om deze te laten verwijderen. Feliene geeft aan dat ze dit al heeft begrepen van de gynaecoloog.
Feliene kleedt zich van onderen uit en ik ga bij haar op bed zitten. Haar huid is wit en in haar onderbuik zie ik een mooie bolling van een beginnende zwangerschap ontstaan. Ik zeg er niets over. Nadat ik twee tabletjes misoprostol heb ingebracht, kleedt Feliene zich op bed weer aan en blijft zoals afgesproken even liggen om de tabletjes te laten inwerken.
Ik vraag of alles duidelijk is nadat alles van mijn kant besproken lijkt te zijn. Juliet en ik geven nog wat uitleg over de praktische zaken rondom de afbreking en over hoe de afdeling in zijn werk gaat. Feliene geeft aan dat ze geen vragen heeft en dat alles duidelijk is. Ze willen graag zoveel mogelijk met zijn tweeën zijn vandaag en dat respecteren wij uiteraard volledig. We spreken af dat we alleen binnenkomen als ze ons bellen en dat we anders over een paar uurtjes terug zijn om de tweede gift tabletjes in te brengen. Het stel knikt.
Ik leg een hand op de schouder van Feliene en kijk haar aan.
‘Sterkte vandaag, gemakkelijk zal het niet voor je zijn.’
Feliene knikt. Even lijkt het alsof ik wat tranen zie opwellen als ze in mijn ogen kijkt maar na een keer knipperen kijkt ze weer hetzelfde als even daarvoor. Ik glimlach bemoedigend en loop samen met Juliet de kamer af.
‘Pfoe, pittige deze.’
‘Zeg dat,’ zegt Juliet.
‘Ik voelde inderdaad geen opening. Ze hebben er duidelijk over nagedacht en dit is hun strijdplan en dat hebben we te respecteren denk ik.’
‘Ik denk het ook,’ zegt Juliet.
‘Bel je mij als er wat is?’
‘Zeker!’
Ik draai me om en loop naar onze verloskundigen-post. Benieuwd wat de dag voor Feliene en Lars gaat brengen.
Een paar uurtjes later is het tijd voor de tweede gift misoprostol bij Feliene. Misoprostol zorgt voor het opwekken van de bevalling en moet in meerdere giften met tussenpozen van een aantal uur gegeven worden, afhankelijk van de duur van de zwangerschap.
Ik bel Juliet. Ze vertelt dat ze een uurtje geleden even om het hoekje is wezen kijken op kamer 24 en dat Feliene iets krampen in de onderbuik voelde. Ik hoop dat er wat aan het gebeuren is en dat ze inderdaad snel zal gaan bevallen want dat is wat ze graag wil.
Ik loop richting haar kamer en hoor Juliet achter mij mijn naam roepen. Ik wacht even op haar en samen gaan we naar kamer 24. Ik open voorzichtig de deur en zie dat Feliene en Lars samen een spelletje aan het doen zijn.
‘Hoe is het met je?’ vraag ik Feliene als ze het nachtkastje met het spelletje even van zich afduwt.
‘Gaat wel, ik merk wel flinke krampen in mijn buik.’
‘Goed teken, fijn dat je lijf wat reageert. Is het te doen voor je?’
‘Ja, het gaat wel,’ zegt ze glimlachend. Eerder vanochtend hebben we het al over pijnbestrijding gehad en ze zou het aangeven als ze iets tegen de pijn wilde hebben.
‘Ben je klaar voor de tweede ronde van de tabletjes?’
‘Zeker,’ antwoord Feliene. ‘Ik hoop dat het snel doorzet,’ herhaalt Feliene nog eens.
‘Dat hoop ik ook voor je.’
We herhalen het tafereel van vanochtend en ik voel dat haar baarmoedermond al wat weker aan het worden is en een heel klein beetje open staat. Fijn dat haar lijf zo snel reageert. Soms kan het uren duren voor er iets verandert en dat is voor mensen vaak ontzettend moeilijk. Toch kan een zwangerschapsafbreking ook ineens heel snel gaan. Het is vaak moeilijk in te schatten.
Ik had mezelf voorgenomen om nog één keer alles door te nemen om het stel de kans te geven om toch nog van gedachten te veranderen. Ik vind het lastig om het nogmaals te opperen maar ik heb het gevoel dat ik het toch nog één keer moet proberen.
‘Ik wil graag nog één laatste keer met jullie doornemen wat we gaan doen straks als het kindje geboren wordt. Jullie gaven aan het kindje niet te willen zien, vasthouden en geen foto’s te maken. Staan jullie daar nog achter?’
‘Zeker,’ zegt Feline resoluut. ‘Het is goed zo. We zien het als een miskraam en hopen snel weer op een nieuwe zwangerschap.’
‘Oke, duidelijk,’ zeg ik. ‘En wil je dan dat ik het kindje op de kamer laat, inpak in wat doeken? Of wat willen jullie graag?’
‘Van mij mag het gewoon weg.’
De manier waar op ze ‘het’ zegt, geeft een steek in mijn hart.
‘Ik kan eventueel foto’s van het kindje maken, mocht je later toch het kindje nog willen zien dan kan je ze opvragen via je medische dossier.’
‘Nee,’ zegt Feliene. ‘Dat willen we niet. We willen geen herinnering en het gewoon zo laten.’
Ik kijk naar Lars. Hij kijkt bij me weg. Zal hij het er ook mee eens zijn?
‘Jij staat daar ook achter Lars?’ Vraag ik hem toch.
Lars kijkt naar Feliene en vervolgens naar mij: ‘Ja, dat lijkt ons het beste. Niemand weet nog dat Feliene zwanger is en dat houden we zo. Alleen onze ouders weten het en die hebben we verteld dat het een miskraam is geworden.’
‘Oke,’ zeg ik. Ik weet even niet wat anders te reageren. Ik vind het lastig mijn eigen emotie er niet in door te laten klinken en dat gaat voor mijn gevoel redelijk. Ik heb het nu twee keer ter sprake gebracht en Juliet ook een keer. Dit zijn hun wensen en die heb ik te respecteren dus ik laat het nu los. Deze pragmatische aanpak van de afbreking is hun methode en mechanisme en ik hoop dat dit voor hun het beste is.
Ik geef uitleg over het beloop van de bevalling en dat het soms ineens hard kan gaan als ze wel toename van harde buiken krijgt. Ze hebben verder niets nodig en we spreken weer af dat ik over een paar uurtjes terug ben voor de derde ronde, tenzij ze eerder hulp van ons willen.
Na de derde ronde tabletjes is er nog niet veel meer gebeurd. Feliene ligt nu wel op haar zij in bed. Het spelletje staat onaangeroerd op het nachtkastje. Lars heeft de radio aangezet en vrolijke beats klinken uit de televisie aan het plafond. Mijn dienst zit er bijna op en ik vertel dat mijn collega straks de dienst overneemt. Lars en Feliene vinden het prima. Ik ga de kamer weer af.
Terwijl ik de laatste dingen over de andere patiënten die ik vandaag heb gezien in hun dossiers heb geschreven zie ik dat Juliet me belt.
‘Feliene wil graag iets tegen de pijn. Ze heeft ook wat bloedverlies dus misschien gaat het wel snel nu.’
‘Oke, ik kom eraan.’
Terwijl ik hun kant op loop, hoop ik eigenlijk dat ze niet in mijn dienst bevalt. Lastig om in een situatie als deze hiermee om te gaan.
Terwijl ik de kamer op loop, zie ik dat Feliene haar broek al uit heeft. Ze ligt met opgetrokken knieën op haar rug in bed. Haar handen heeft ze voor haar ogen. Liefdevol streelt Lars haar over haar voorhoofd en sust haar met lieve woorden. Ik glimlach, fijn dat ze elkaar straks hebben om dit te verwerken.
Zachtjes laat ik weten dat ik er ben.
‘Veel pijn Feliene?’
Feliene knikt, er komt net een wee opzetten. Juliet helpt haar om de pijn weg te zuchten. Feliene volgt het tempo die Juliet aangeeft maar houdt haar ogen gesloten.
‘Zal ik voelen om te kijken hoever je bent Feliene? Anders kunnen we misschien iets tegen de pijn regelen voor je.
Feliene knikt weer.
Net op het moment dat ik mijn handschoenen aan heb, haalt ze haar handen voor haar ogen weg en kijkt ze mij met grote ogen aan. Ze heeft zichtbaar veel pijn. ‘Ik denk dat het komt,’ zegt ze met paniek in haar ogen.
Ik hoef niet mee te voelen want met de volgende wee die komt, wordt het kindje in de vliezen met placenta en al geboren.
Feliene doet haar handen weer voor haar ogen en Lars laat zijn voorhoofd op het voorhoofd van Feliene rusten. Zoals afgesproken pak ik het matje waar het kindje op geboren is op en til ik het op het verrijdbare karretje aan het voeteneinde. We schuiven een nieuw matje onder de billen van Feliene voor het eventuele bloedverlies en Juliet voelt aan haar baarmoeder om te kijken of deze samentrekt. Ze knikt naar me dat dat het geval is en legt vervolgens een laken over Feliene heen.
Vertwijfeld kijk ik naar Feliene en Lars en vervolgens naar het kindje. Het stel maakt geen aanstalten om te kijken en ik weet wat we hebben afgesproken. Ik kijk naar Juliet en trek mijn schouders iets omhoog. Ik knik met mijn hoofd richting de deur en Juliet knikt mij bevestigend toe.
‘Ik neem het kindje mee,’ zeg ik terwijl ik het kleine pakketje in mijn handen neem, ingewikkeld in een celstofmatje. Lars en Feliene blijven op dezelfde manier liggen, ik zie een traan langs haar slaap naar beneden glijden. Ik wacht op een soort van antwoord die niet komt dus ik loop de kamer af.
Terwijl ik de deur met één hand achter mij dicht probeer te doen loop ik naar de spoelkeuken tegenover hun kamer. Ik leg het kindje op het aanrecht en vouw het matje open. Ik maak een klein gaatje in de vliezen waarna er een piepklein puntgaaf kindje tevoorschijn komt. Ik haal het kindje uit de vliezen en houd het even in mijn handen. Ik blijf een tijdje zo staan en bekijk het kindje goed. Twee handjes, twee voetjes, een zacht donkerrood glanzend warm huidje.
‘Sorry, kleintje,’ fluister ik.
Vertwijfeld sta ik met het kindje in mijn handen als de deur van de spoelkeuken opengaat. Juliet komt binnen met een witte hydrofiel-doek in haar hand.
‘Och,’ zegt ze en legt een hand op mijn schouder.
‘Het voelt zo gek om nu niets met dit kindje te doen,’ zeg ik.
‘Tja, dat heb ik ook. Maar het is hun wens. Het is zoals het is.’
‘Je hebt gelijk.’
Samen wikkelen we het kindje in een hydrofiel doek en leggen het in een mooi mandje in de koelkast zodat hij zo mooi mogelijk kan blijven. Mochten Feliene en Lars terwijl ze hier zijn toch nog willen kijken, dan kan dat.
Terug op de kamer geef ik Feliene en Lars een hand. Ik wens ze sterkte met het verlies van hun zoontje en vraag ze of ze nog iets willen weten.
‘Het is goed zo. Bedankt voor je hulp,’ zegt Feliene terwijl ze mij aankijkt.
‘Graag gedaan,’ zeg ik toch deels onbevredigend.
Ik loop de kamer af en draag mijn dienst over. Ik begrijp later van mijn collega’s dat ze twee uurtjes na de geboorte van hun zoontje naar huis zijn gegaan.
De koelkast is dichtgebleven.
Meer lezen over verlies rondom de zwangerschap? Klik hier.
Of wil je terug om alle blogs te lezen? Klik dan hier.