Ik word gebeld door een verloskundige van de 1e lijn die kilometers verderop een bevalling aan het begeleiden is van Rowena die haar vierde kindje krijgt. Ze heeft inmiddels al bijna een uur geperst maar eigenlijk is er geen vordering. De ontsluiting ging super soepel en ze had zo ontzettend gehoopt dat ze van deze vierde baby thuis zou kunnen bevallen. Helaas wil de verloskundige haar naar ons verwijzen in verband met een niet vorderende uitdrijving.
De eerste drie bevallingen verliepen allemaal anders. Bij haar eerste was er sprake van een niet vorderende ontsluiting, heeft het lang geduurd en was ze compleet uitgeput. Bij de tweede bevalling werd ze ingeleid in verband met langdurig gebroken vliezen waar ook een aantal dagen overheen gingen. Haar derde bevalling hoopte ze thuis te doen maar toen was er sprake van meconium houdend vruchtwater, de baby had in het vruchtwater gepoept waardoor het een medische bevalling werd. Dat was nog wel de meest soepele van alle drie de bevallingen tot dusver maar toen bleek er sprake van een kindje in nood en was er een vacuüm nodig om de bevalling te bevorderen. Hun derde kindje heeft toen even op de kinderafdeling gelegen omdat hij flink moest bijkomen van het laatste stuk van de bevalling.
Rowena had zich in deze zwangerschap daarom ook van alles voorgenomen wat ze vooral niet wilde. Haar bevalplan was helder. Zo natuurlijk mogelijk, geen weeënopwekkers, geen pijnstilling, geen onnodige interventies en na de bevalling zo lang mogelijk huid op huid contact. Ook wilde ze graag in bad bevallen en had ze thuis alles in kannen en kruiken om dat te laten slagen. Wel was ze reëel, gezien haar voorgeschiedenis kon het werkelijk alle kanten op alhoewel ze nog geen enkele keer een compleet soepele en makkelijke bevalling had gehad. Alles op groen licht om die dus toe te voegen aan dat lijstje.
Bijna een uur na het telefoontje van de verloskundige van thuis komt Rowena met de ambulance bij ons de verloskamers op gereden. Het is midden in de nacht en het ritje met de ambulance is niet prettig geweest. Ik hoor kort de overdracht van Marcel, de ambulancebroeder, aan en begrijp dat de persdrang onhoudbaar is en dat ze inmiddels al bijna twee uur op volledige ontsluiting zit. Waarom wil deze baby er niet uit?
Rowena ligt op haar zij op de ambulance, zweetdruppeltjes parelen over haar voorhoofd. Haar wangen zijn rood en matchen bijna met haar lange rossige pijpenkrullen welke pluizig alle kanten op pieken. Ik ga bij haar hoofd staan en hurk door mijn knieën. Ik leg een hand op de zij van Rowena die haar ogen aldoor dichthoudt. Ik reik mijn hand uit en heet haar welkom.
‘Och meid wat ontzettend naar dat je deze rit moest doorstaan,’ begin ik tegen Rowena.
Ze kijkt me aan, ik zie de moedeloosheid in haar blik. ‘Dit wilde ik zo erg niet,’ zegt ze hijgend tussen twee weeën.
‘Oh, joh, dat snap ik maar al te goed,’ zeg ik. ‘We gaan proberen die kleine er hier uit te krijgen, zullen we van de brancard af en hier het bed op?’ Stel ik voor.
De weeën blijven doorknallen en aan de kracht lijkt het inderdaad niet te liggen. In mijn hoofd bedenk ik ondertussen alle mogelijke scenario’s. Ze is eerder bevallen, dus aan de ruimte in het bekken kan het niet liggen. Haar vorige kinderen waren allen tussen de 3500 en 4000 gram dus ook dat moet lukken, tenzij de baby veel groter is dan vier kilo maar aan haar buik te zien, valt dat wel mee. Er blijven niet veel meer opties over dan een afwijkende stand van het hoofd. Waarom zou anders met deze kracht de baby niet dat bekken doordenderen?
Rowena doet haar best elke wee weg te zuchten maar op de top van de wee is de persdrang onhoudbaar. Flinke oergeluiden komen vanuit haar keel de verloskamer ingeschreeuwd.
‘Hij moet eruit!’ Schreeuwt Rowena.
‘Ik snap het, we gaan het proberen,’ beloven dat deze baby er vaginaal uit gaat komen durf ik niet.
Marcel is lang en breed en meerdere tatoeages piepen onder de korte mouwen van zijn felgekleurde ambulance-uniform uit. Zijn gezicht staat vriendelijk, ik denk dat Marcel het nergens heel warm van krijgt als ik hem zo observeer.
‘Kom Rowena,’ zegt hij. ‘Geef me een hand en ik help je het bed hier op.’
‘Een, twee, hopsaa en staan.’
Rowena veert mee op de kracht van Marcels armen, draait een rondje op haar hakken en laat zich dan op ons verlosbed vallen.
‘Mooi werk, wij vertrekken weer Rowena,’ roept Marcel. ‘Jij hebt straks nog een flink woordje te spreken met die kleine van je. Succes hoor.’
Hij wacht geen antwoord af, steekt één van zijn grote armen de lucht in en zwaait de kamer in. Ik zie een kleine glimlach rondom de mond van Rowena. Humor kan ze wel waarderen zo te zien.
‘Bedankt hè?’ zeg ik en sluit de deur van de verloskamer achter Marcel en zijn collega.
We blijven samen alleen achter op de verloskamer. Snel en geroutineerd sluit ik de knoppen van het hartfilmpje aan als ook de verpleegkundige van vannacht, Margreet, binnen komt lopen. Ze is lang, slank en heeft donker stijl haar. Ook zij is niet snel van haar stuk te brengen en dat kan Rowena wel gebruiken.
Margreet probeert Rowena te helpen om door de weeën heen te komen en nog geen vijf minuten nadat Marcel de verloskamer af is gelopen komt een man de verloskamer opgelopen, gevolgd door Marie-José, de verloskundige van de praktijk waar Rowena onder controle was.
Ik geef de lange man een hand, hij stelt zich voor als Chef, maar zijn mediterraanse achtergrond laat me twijfelen of dat zijn echte naam is. Ik laat het erbij.
Ondanks zijn getinte huid zie ik duidelijk de bleekheid op zijn wangen van vermoeidheid en ik bespeur ook een beetje angst. Ik wijs hem een stoel naast Rowena waar hij dankbaar op gaat zitten.
Marie-José heeft zich intussen naar mij gericht en overhandigt mij een geplastificeerd A4-tje die aan de voor en achterkant is bedrukt met pictogrammen en teksten.
‘Hier is alvast haar bevalplan, maar ik ben bang dat je hem net zo goed in de prullenbak kan gooien nu we hier zijn, want dit was absoluut niet haar plan,’ zegt ze met een knipoog wijzend naar de verloskamer.
Marie-José is een vriendelijke maar kortdate verloskundige die in mijn ogen alle rust en openheid biedt aan zwangeren die ze nodig hebben. Tot op zekere hoogte, als het niet wil, wil het niet. Dat soort principes.
‘Het belangrijkste,’ vervolgt Marie-José, ‘zoals we natuurlijk bij iedereen doen: Uitleg, rust, communicatie en zo min mogelijk interventies.’
Vluchtig kijk ik het bevalplan door. Thuis, bad, geen inwendig onderzoeken, geen oxytocine, geen vacuüm, geen pijnstilling, niet teveel mensen. Duidelijk, maar helaas kan ik hier niet veel van waarmaken ben ik bang. Ik richt me weer tot Marie-José en hoor het beloop van thuis aan. Vlot verloop van de ontsluiting, bij onhoudbare, reflectoire, persdrang start persen, toen na een half uurtje de baby niet geboren was, ging Rowena akkoord met inwendig onderzoek. Het kindje stond net aan diep genoeg om te kunnen persen. Ze zat in bad en Marie-José heeft niet goed door kunnen voelen. De conditie van de baby was aldoor goed, dus na overleg hebben ze afgesproken om op die manier nog een half uur door te gaan. Nadat ze een uur aan het persen was, gaf Rowena zelf aan het gevoel te hebben dat het niet ging lukken. Tegen al haar wensen in, zijn ze vervolgens naar het ziekenhuis gekomen. Er is geen inwendig onderzoek meer gedaan, het plan was toch om te verhuizen naar de tweede lijn.
Het verhaal is helder. Ik laat mijn ogen op het CTG vallen en ga vervolgens op de zadelkruk naast Rowena zitten.
‘Rowena, luister,’ begin ik. ‘Je hebt ontzettend hard gewerkt, maar er is iets waarom deze baby niet geboren wil worden. Als ik je zo zie, lijken de weeën frequent en krachtig en ook de baby doet het goed. Vind je het goed dat ik zodadelijk even aan je buik meevoel om een inschatting van de grootte van de baby te krijgen om daarna ook inwendig onderzoek te doen om te kijken of we een oorzaak kunnen vinden dat het niet vordert?’
Rowena knikt: ‘Moet maar denk ik hè?’
Ik knik. ‘Ik denk inderdaad dat je niet veel keuze hebt, deze baby moet eruit en we moeten een manier vinden hoe dat gaat gebeuren.’
Er komt weer een wee en Rowena vangt hem op. Ik zie dat ze het ontzettend zwaar heeft. Met zijn drieën staan we om het bed heen om Rowena te ondersteunen. Als de wee weg is kijkt ze me aan: ‘Dit wil ik allemaal niet,’ ze doet haar beiden handen open en wijst de ruimte in.
‘Ik heb het gelezen,’ zeg ik. ‘Wat zou je wel willen?’
‘De baby moet eruit, en wel nu,’ ze draait haar ogen weg en kijkt Chef aan die liefdevol haar hand pakt en kust.
‘Je kan het Mies,’ zegt hij. Ik snap de afkorting niet maar laat het gebeuren.
‘Daarbij ga ik je helpen,’ zeg ik maar een oplossing heb ik nog niet.
Rowena stemt in met beide onderzoeken en tussen de weeën door voel ik aan de buik van Rowena die inderdaad niet enorm voelt. Ik verwacht ergens rond de vier kilo maar zeker niet veel zwaarder. Vervolgens kom ik op bed zitten en voel met mijn vingers naar de ontsluiting en de stand van het hoofd van de baby.
Verwachtingsvol kijken Margreet en Marie-José mij aan terwijl ik probeer de stand helder te krijgen. Ik voel inderdaad tien centimeter en weinig caput succedaneum op het hoofdje van de baby. Dat caput succedaneum oftewel caput succ is vocht wat zich ophoopt onder de hoofdhuid en de vorm van het hoofd aanpast naar het bekken. Als er caput succ op zit, is dat altijd een teken van goede weeënkracht. Daar had ik me uitwendig dus toch in vergist. Er volgt net een wee en ik vraag aan Rowena of ik mee kan blijven voelen, ze knikt, ik houd mijn vingers stil en voel enkel naar de kracht van de contractie. Ik voel duidelijk de druk verhogen en hij blijft ook lange tijd stevig aandrukken. Als de wee voorbij is voel ik naar de stand van het hoofd. Ik volg het harde deel van het schedeltje met mijn twee vingers en voel een uitsteeksel wat mij gelijk deze niet vorderende uitdrijving laat verklaren. Inderdaad een standsafwijking, wat ik voel is een oortje, die zit zodanig in het midden dat ik snap dat er geen caput succ op zit, dat vormt zicht niet rondom het oor.
Ik stop het inwendig onderzoek en leg mijn bevindingen uit aan Rowena en Chef.
‘En nu?’ Rowena huilt.
‘Ik denk dat het heel moeilijk gaat worden om deze baby vaginaal geboren te laten worden.’ Ik wacht even met verder praten om de woorden te laten inzinken bij Rowena.
Rowena heeft daar niet veel tijd voor nodig.
‘Je bedoelt een keizersnede?’
‘Dat bedoel ik inderdaad, doordat..’
‘Dat wil ik niet,’ Rowena breekt in. ‘Ik wil er alles aan doen om vaginaal te bevallen.’ Tranen rollen over haar wangen. Een nieuwe wee dient zich aan. Heftig puffend probeert ze de wee weg te zuchten terwijl de tranen blijven stromen.
Ik heb het met haar te doen. Ze heeft zichzelf door haar bevalwensen vastggezet in een hoekje, alles dat nu buiten het bevalplan valt voelt als een flinke domper.
‘Op dit moment is er een gegronde reden om een keizersnede te doen omdat je inmiddels meer dan twee uur op tien centimeter zit, je thuis in bad hebt gezeten op handen en knieën en op de baarkruk. Ook heb je in de ambulance op je zij gelegen en hier inmiddels op je andere zij. Houdingswisselingen is de enige mogelijkheid om deze baby te laten draaien en ik denk dat je al die opties hebt geprobeerd.’
‘Kan ik dat niet nog eens doen dan?’
Ik zie vuur in Rowena’s ogen.
‘Zolang de baby dat goed vindt, zie ik geen reden waarom niet. Maar eerlijk gezegd denk ik dat het niet voor verandering zal zorgen. Daarbij zei ik dat je het pittig vindt, de weeën zijn pijnlijk en je raakt met gemak haast uitgeput. Soms kan het helpen om met pijnstilling in de vorm van morfine iets meer te ontspannen waardoor je niet meer elke wee het gevoel hebt mee te moeten persen waardoor dus de druk van het hoofd wat afgaat en mogelijk de draaiing wordt bevorderd.’
‘Ik wil geen pijnstilling.’
‘Ik weet dat dat je plan was, maar inmiddels zijn er misschien redenen om van het plan af te stappen. Ik geef je aan dat het een optie is, overdenk het rustig en misschien kunnen we het proberen.’
Tussen de weeën door leg ik de voor- en nadelen van remifentanil uit die Rowena en Chef tot zich door laten dringen. Ook leg ik nog eens rustig uit waarom ik denk dat een keizersnede de enige optie is.
Als ik klaar ben haakt Marie-José in: ‘Je hebt alles uit de kast gehaald Rowena, als je door wilt gaan dan kan dat zolang de baby het leuk heeft en om dat een optimale kans van slagen te geven is morfine écht een goede optie, geloof me.’
‘Wat vind jij?’ Rowena kijkt naar Chef. Ik zie aan hem dat hij radeloos is en dat hij allang blij is dat er iets gebeurt. ‘Ik weet het niet,’ zegt hij.
Alle ogen rondom het bed kijken naar Rowena, Rowena kijkt ons allemaal stuk voor stuk aan. ‘Wat moet ik nou doen?’ ze draait haar hoofd weer naar Chef.
‘Weet je wat?’ zeg ik. ‘Wij stappen allemaal even de kamer af voor vijf minuutjes, kunnen jullie het er samen zonder ons even over hebben en dan komen we zodadelijk terug.’
Rowena en Chef knikken.
Op de gang blijven we voor de deur van de verloskamer van Rowena staan. Ik schud mijn hoofd terwijl Margreet en Marie-José mij aankijken.
‘Deze baby gaat er vaginaal niet uitkomen. Het lijkt echt een wandbeenligging,’ zeg ik terwijl ik met een vinger een rondje rondom mijn eigen oor draai om aan te wijzen wat ik voelde.
‘Shit, had ik het thuis al maar gevoeld, dan was het misschien iets minder tegen gevallen hier,’ zegt Marie-José.
‘Tja, ze liet je niet toucheren en om half op je knieën voor het bad goed te voelen wat de stand is, is wel een uitdaging.’
‘Ja, dat is waar,’ zegt Marie-José. ‘Ik zou wel eens blij worden van een bevalplan waarin staat: Toucheer maar, als jij denkt dat het nodig is.’ Marie-José kijkt me aan en geeft een knipoog terwijl ze moet lachen.
‘Haha,’ lach ik mee. ‘Ach, gelukkig vinden de meeste mensen het prima als we uitleggen waarom we iets doen toch?’
‘Ja, dat is waar, gelukkig wel,’ zegt Marie-José.
‘Oh,’ zegt Margreet terwijl ze haar telefoon uit haar borstzak vist. ‘Ze belt,’ wijzend naar het groene lampje boven de deur. ‘Ze zijn eruit, denk ik.’
Met zijn drieën stappen we de kamer van Rowena en Chef weer op. Rowena vangt net weer een wee op die nog altijd elke twee à drie minuten komen.
‘Ze wil wachten,’ begint Chef. ‘En wil je nog eens de voor- en nadelen van die morfine uitleggen? Want misschien moeten we het maar doen.’
Ik probeer geen ruimte meer in te boeken om van gedachten te kunnen veranderen en haak er gelijk op in.
‘Ik denk dat het een goede keuze is.’
Ik ga weer op de zadelkruk zitten en nadat de wee is afgelopen leg ik nogmaals alle voors en tegens over de pijnstilling uit. Ondertussen help ik Rowena op handen en knieën omdat ik verwacht dat dat de meest optimale houding is om door de zwaartekracht de baby te laten draaien. Margreet bekommert zich om het infuus en maakt de spulletjes gereed voor de pijnstilling.
Ik loop de kamer af en geef aan dat ik zo terugkom. Ik pak mijn telefoon en bel de dienstdoende gynaecoloog waarvan ik weet dat ze al wakker was voor een andere casus van mijn collega. Ze geeft inderdaad aan dat ze in ons kantoor zit, dus loop ik naar haar toe. Ik leg de casus uit en aan de hand van een pop en een fantoom van een bekken leg ik uit hoe ik denk dat de baby ligt. De gynaecoloog hoort mijn verhaal aan en ik vertel haar dat ik verwacht dat het vaginaal niet gaat lukken.
‘Dat is ook mijn idee, en ze wil zelf graag nog afwachten zeg je?’
‘Ja, ze is akkoord met pijnstilling, dus wie weet kunnen we als ze wat rustiger wordt tijdens de weeën nog een poging doen om tijdens het inwendig onderzoek de baby digitaal te corrigeren naar een andere stand. Ik heb net ook even kort geprobeerd maar had nergens echt goede grip dus of het gaat werken, vraag ik me af.’
‘Ja, goed idee. Maar als ik je verhaal zo hoor hangt die keizersnede in de lucht.’
‘Ik denk het ook,’ zeg ik terwijl ik de pop terug in de hoek leg en richting de deur van ons kantoor loop.
‘Ik denk dat we maximaal een uur nog moeten proberen hoor en niet langer,’ zegt de gynaecoloog.
‘Was inderdaad ook mijn idee, ik laat het weten.’
Margreet komt net aanlopen met de pomp met pijnstilling als ik de deur van de verloskamer van Rowena openmaak.
‘Ah, goede timing,’ zeg ik. ‘Zullen we gelijk starten?’
Margreet knikt. ‘Wil jij het infuus nog even doen?’
‘Is goed,’ zeg ik.
Marie-José zit naast Rowena en prikt net het infuus in haar onderarm. ‘Tja, ik dacht, kan ik mooi even weer een keertje proberen. Zo vaak prik ik geen infusen meer en wil wel een beetje bedreven blijven.’
‘Nou, hartstikke fijn zeg,’ zeg ik. ‘Dan kunnen we gelijk met pijnstilling beginnen.
Margreet en ik zijn goed op elkaar ingespeeld en samen checken we de pomp met medicatie en sluiten we deze aan op het zojuist ingebrachte infuus. Ik geef uitleg over de knop en overhandig hem aan Margreet. Gretig pakt ze de knop aan en drukt erop waarna de eerste shot morfine langzaam haar infuus binnendruppelt. Met zijn vieren blijven we om het bed heen zitten en samen zien we de rust terugkeren in het lijf van Rowena. Ze zit nog altijd op handen en knieën en laat haar hoofd rusten op het hoofdeinde van het bed. Ze sluit haar ogen en zakt wat door haar knieën.
‘Oeeh, dit is lekker zeg,’ zegt Rowena na een paar minuutjes met een dubbele tong. Een wee hebben we al even niet meer gezien.
We moeten allemaal lachen, fijn dat ze wat meer ontspannen is.
Elke paar minuten blijft Rowena op de knop drukken en we zien duidelijk dat haar lijf meer tot rust komt. Ik duim voor haar dat de baby door de ontspanning in haar lijf wil draaien maar ik heb zo mijn twijfels of dat daadwerkelijk gebeurt. Daar was al alle ruimte voor geweest de afgelopen uren toen ze in alle mogelijke houdingen heeft gezeten. Ik kijk naar de klok en zie dat er alweer een half uur verstreken is na het starten van de medicatie.
‘We laten jullie heel even alleen,’ zeg ik tegen Chef en Rowena. ‘Je bent mooi ontspannen en je doet het hartstikke goed. Meer dan dit kan je op dit moment niet doen. Zullen we afspreken dat ik over een half uurtje terugkom en dat we dan kijken door middel van inwendig onderzoek of er iets veranderd is? Ik denk dat het goed is, dat als er dan niets gebeurd is we een knoop door moeten hakken.’
Rowena tilt haar oogleden omhoog wat haar duidelijk energie kost. ‘Isse goed he,’ zegt ze met dubbele tong terwijl ze me een glimlach geeft. Ik moet lachen van haar reactie. De morfine doet goed haar werk.
Margreet en ik lopen de kamer weer af. Het is donker in de gangen en alles lijkt uitgestorven. Her en der knippert een groen lampje boven een deur als teken dat iemand daar hulp nodig heeft. We lopen samen naar de teampost van de verpleegkundigen waar een aantal samen koffie aan het drinken zijn.
‘Is die van jullie er nu nog niet uit?’ Roept de coördinator als ze ons samen de koffiekamer in ziet lopen. Ondertussen wijst ze naar het overzichtsscherm waar het CTG van Rowena nog doorloopt.
‘Nope, we gaan denk ik een keizersnede doen zometeen,’ zeg ik en pak een groot glas waar ik warm water in schenk. ‘Jij ook?’ Ik houd de kan omhoog voor Margreet.
‘Ja, lekker.’
‘Als je maar voor de overdracht terug bent, want er staat een hoop te doen vanmorgen,’ zegt de coördinator.
‘Ik zal het doorgeven aan de baas,’ zeg ik lachend.
Nadat onze thee op is, is het bijna een half uurtje later. Ik kijk Margreet aan: ‘Ik loop er alvast weer even heen om te horen hoe het gaat.’
‘Ik kom er zo aan,’ zegt Margreet.
Ik sta op en loop naar de kamer van Chef en Rowena. Marie-José komt net de verloskamer afgelopen. ‘Hé,’ zeg ik. ‘Je bent er nog?’
‘Jaaa, ik wilde al lang naar huis gaan maar ze kreeg ineens wat meer persdrang ofzo en ik dacht, wie weet. Maar nee, geen baby. Ik heb er een hard hoofd in,’ zegt ze.
‘Ik ook. Maar ik denk dat ze nu voor haar gevoel alles heeft gedaan wat ze kon en dat het nu geoorloofd is om die keizersnede te gaan doen.’
‘Denk het ook, hé Lisa, bedankt maar weer hè?’ Marie-José geeft me een klopje op de schouder en loopt de donkere gang uit.
‘Jij ook bedankt,’ roep ik haar zachtjes na. ‘Altijd leuk dit soort mysteries.’
Marie-José schudt haar hoofd en glimlacht. ‘Aju!’
Ik open de deur van Rowena. Ze ligt inmiddels op haar zij in bed, haar hoofd naar mij gekeerd. Haar hoofd glimt wat minder van het zweet en ze is duidelijk ontspannen. Ze heeft niet door dat ik binnenstap. Chef wrijft met zijn handen over de rug van Rowena en moet moeite doen zijn ogen open te houden in de donkere kamer. Hij kijkt me aan en glimlacht me ter begroeting tegemoet.
‘Hai,’ fluister ik zachtjes. ‘Hoe gaat het hier?’
‘Mwah,’ zegt Chef. ‘Eigenlijk hetzelfde.’
‘Daar was ik eerlijk gezegd al een beetje bang voor,’ ik ben in middels bij het bed en leg een hand op de bovenarm van Rowena. Voorzichtig doet ze haar ogen open, de onrust en angst die bij onze ontmoeting in haar ogen te lezen waren hebben plaatsgemaakt voor een soort berusting.
‘Hij wil er niet uit,’ zegt Rowena. ‘Ik wil het niet maar ik denk dat er een keizersnede nodig is,’ ze sluit haar ogen en ik zie een traan via haar wang op het kussen rollen.
‘Ik denk het ook niet,’ zeg ik meelevend. Ik heb het met haar te doen. Zo hard gewerkt, zo’n groot doel voor ogen, telkens haar plan moeten bijstellen omdat er simpelweg geen andere keuze was en dan uiteindelijk het einde waar ze zo voor gevreesd heeft; de keizersnede.
Nadat ik nog een keer inwendig onderzoek heb gedaan om voor de zekerheid te bevestigen dat er geen vordering is, loop ik de kamer uit om de arts-assistent die vannacht dienst heeft te bellen.
‘Wil je dat ik nog een keer meevoel ter bevestiging?’ vraagt ze nadat ik het verhaal heb voorgelegd.
‘Ik denk niet dat het nodig is,’ zeg ik.
‘Prima, gaan we het in gang zetten.’
Het is precies vijf uur in de ochtend als ik Rowena en Chef samen met Margreet voor de deur van de operatiekamers achterlaat. Ik wens ze succes en heb het weer met Rowena te doen. We hebben de remifentanil gestopt zodat het is uitgewerkt als het kindje geboren is en de weeën lijken weer in volle hevigheid terug te zijn.
‘Je krijgt zo een ruggenprik, dan is alle pijn verdwenen,’ zeg ik nog ter bemoediging.
‘Zet hem op samen!’
‘Bedankt,’ zegt Rowena terwijl ze me aankijkt.
Ik knijp zachtjes in haar bovenarm en draai me om. Ik loop terug naar de afdeling en overdenk de casus nog eens. Zal ik het echt goed gevoeld hebben? Hoe komt de baby eruit? Ik ben zo benieuwd.
Om 05.18 wordt Jonah geboren. Een mooi roze mannetje met een goede start. Hij weegt 4100 gram. Hij lag inderdaad met zijn oortje voor de uitgang en door alle kracht van de weeën is die een beetje gezwollen.
Zes weken na de bevalling zie ik Chef en Rowena terug op de polikliniek voor een nacontrole. Het gaat goed met ze. Ze stralen en kijken al met al goed terug op de bevalling ondanks dat het allemaal anders is gelopen.
‘Ik kan mijn bevallings-bingo-kaart nu helemaal volstrepen,’ zegt Rowena. ‘De keizersnede was het enige dat ik nog niet had gehad, ik kan nu overal over meepraten.’
Alle namen en beschreven casuïstiek zijn dusdanig vervormd dat overeenkomst berust op toeval.
Volg mij op Instagram voor meer informatie over verloskunde.
Meer lezen over casuïstiek op de verloskamers? Klik hier.
Zien wat er nog meer te vinden is op deze site? Klik hier.