Mijn buik, jouw baby

Wieke en Harmen zijn al acht jaar samen. Ze hebben twee kinderen van zes en vier jaar: Tycho en Milou. Vrienden van het stel: Joost en Gabriël zijn ook al acht jaar samen. Ze zijn bevriend geraakt via de tennis waar ze alle vier lid waren en nog steeds zijn. Ze komen veel bij elkaar over de vloer en delen lief en leed.

Joost en Gabriël hebben al een paar jaar een kinderwens die tot dusver onvervuld is. Wieke en Harmen steunen de mannen waar ze kunnen maar het leed kunnen ze niet dragen. Het doet hun verdriet dat de wegen voor het krijgen van een kindje in Nederland zo ontzettend lastig zijn als je twee penissen hebt, maar geen baarmoeder.

Ze zijn al twee jaar actief met hun kinderwens bezig. Samen hebben ze gekeken naar opties zoals pleegkinderen, adoptie en draagmoeders in het buitenland. Alles is de revue gepasseerd. Het bleek lang niet zo makkelijk als ze van te voren hadden gedacht. Naarmate de teleurstellingen volgden en de opties slonken waren de mannen ten einde raad.

Wieke en Harmen hebben het samen vaak over de onvervulde kinderwens van de mannen gehad. Hun eigen kinderwens was reeds vervuld met de komst van Milou toen de optie van draagmoederschap Wieke ter gehore viel. Het was wel eens vaker de revue gepasseerd maar ze had er nooit serieus over nagedacht en ineens wist ze het zeker. Zij was de oplossing. Zij wilde haar baarmoeder en eicel wel beschikbaar stellen om hun kinderwens in vervulling te laten gaan.

Dat was natuurlijk niet zo snel beklonken als het werd bedacht. Harmen en Wieke hebben hier weken over nagedacht, zo niet maanden. Maar uiteindelijk hakten ze de knoop door. Ze gingen het nieuws vertellen aan Joost en Gabriël. Ze nodigden de heren uit voor een etentje bij hen thuis toen ze na het proosten het grote nieuws vertelden. De reactie van de heren was het meest kostbaar van het hele proces dat nog zou volgen.


Nadat Wieke het besloten had, is het snel gegaan. Wieke is middels zelfinseminatie zwanger geworden. Joost en Gabriël besloten om de beurt hun zaad te doneren want samen kwamen ze er niet uit wie de biologische vader mocht zijn. Na zes pogingen was het al raak. Wieke was zwanger. Het was een spannende tijd. Joost en Gabriël weken niet van de zijde van Wieke bij alle controles en echo’s en legden haar zoveel als ze maar konden in de watten. Ook Harmen deelde mee in het geluk van de heren.

Samen hebben de stellen veel gesproken en op papier gezet. Het maakt het gemakkelijk dat ze al zo goed met elkaar op konden schieten. Over veel dingen dachten ze hetzelfde. Wieke wilde graag alleen bevallen met Harmen erbij. De mannen mochten er wel zijn maar niet in de verloskamer. Ze wilde ook niet thuis bevallen zoals ze bij Tycho en Milou had gedaan, maar in het ziekenhuis.

Wieke zag van te voren alleen op tegen het moment dat de baby uit haar buik weg zou moeten. Ze was bang voor die directe emoties en gevoelens voor het kindje die ze ook had ervaren bij haar eigen kinderen. Toch merkte ze in de zwangerschap al dat ze meer afstand tot het kindje voelde als bij haar vorige zwangerschappen. Samen met Harmen had Wieke afgesproken dat na de geboorte Harmen het kindje bij de ouders zou brengen. Overal was goed over nagedacht wat voor alle partijen rust gaf.

De zwangerschap verliep soepel. Wieke had weinig klachten en kon tot 36 weken doorwerken als medewerker van de apotheek. Om opmerkingen te voorkomen vertelde ze alleen mensen die dichtbij stonden dat het niet haar kindje ging worden. De buitenwereld hoefde dat niet te weten. Wieke vond het al vervelend genoeg om zoveel lof over haar heen te krijgen. Familie, vrienden, buren en collega’s: Wieke heeft de hele zwangerschap kaartjes, bloemen en cadeaus in overvloed gehad. Ze voelde zich daar flink opgelaten over. Want ze heeft het niet gedaan voor de aandacht. Ze wilde enkel haar beste vrienden het geluk gunnen van een kindje.


De laatste weken van de zwangerschap waren pittig en de bloeddruk van Wieke steeg. Hij werd dusdanig hoog dat ze ook moest starten met medicatie. De zorg over de zwangerschap werd overgedragen van de verloskundigenpraktijk naar het ziekenhuis. Een inleiding werd gepland bij 39 weken. Ergens vond Wieke dat prettig. Dat ze een datum wist, dat ze thuis alles konden plannen en ook met Joost en Gabriël.

Om zeven uur ’s avonds meldden Wieke en Harmen zich op de avond voor de inleiding. Wieke bleek al 1 centimeter te hebben en kreeg een ballonnetje in haar baarmoedermond om meer ontsluiting te krijgen. Harmen zou de aanstaande vaders thuis op de hoogte houden. Op het moment dat de weeën zouden beginnen, zouden ze richting het ziekenhuis komen.


De volgende morgen had ik dienst op de verloskamers. Ik neem jullie mee naar die bijzondere dag:

Het is nog donker als mijn wekker gaat. Een wekker voor zes uur, daar zal ik nooit aan kunnen wennen. Op de tast pak ik mijn bril en sluip de trap af naar beneden. Veel tijd heb ik niet nodig. Ik smeer mijn brood en poets mijn tanden. Mijn haar wikkel ik in een knot en een likje mascara zorgt voor een iets meer helderheid rond mijn ogen. Na een bezoek aan het toilet pak ik mijn tas in en loop de deur uit.

Onderweg is het rustig, weinig mensen beginnen hun dienst zo vroeg als ik. Het voordeel van vroeg beginnen is ook vroeg vrij zijn. Daar kijk ik alweer naar uit, vanavond een lekker etentje gepland met mijn lieftallige echtgenoot.

In de parkeergarage zet ik mijn auto neer. Ik slinger mijn tas van de bijrijdersstoel en loop naar het ziekenhuis. Ik haal mijn witte pak op en neem de lift naar de afdeling. Ik kleed me om en start mijn computer op. Ik hoor de overdracht aan van mijn collega’s en we verdelen de patiënten. Ik ga vandaag zorgen voor Harmen en Wieke, ik open haar dossier en lees het verhaal. Wat een dappere mensen en wat bijzonder dat ze dit voor hun vrienden gaan doen.


Benieuwd naar het verhaal loop ik richting hun kamer. Ik tref Janny voor de deur. Janny werkt al jaren als verpleegkundige op de afdeling. Een echte ‘rot’ in het vak.
‘Bijzonder hè? Hopelijk bevalt ze bij ons,’ zeg ik tegen Janny.
‘Ja, echt wel. Nooit meegemaakt in al die jaren, heel bijzonder.’

Janny loopt voor me uit en opent de deur van de kamer. Samen stappen we naar binnen. Waar normaal een grote koffer, maxi-cosi en kleertjes voor een baby liggen is deze verloskamer leeg. Een kleine weekendtas ligt naast de stoel van Harmen. We stellen ons aan elkaar voor. Wieke is klein en wat gedrongen. Ze zit op het bed, haar ronde buik leunt op haar schoot. Ze kijkt me stralend aan als ze kort het beloop vertelt tot deze dag. Ik prijs haar moedigheid, wat ze gelijk wegwuift.
‘Dolblij ben ik, dat ik dit voor hun mag doen. Zo zie ik het,’ zegt Wieke.
‘Ja,’ vult ook Harmen haar aan. ‘Ik steun haar volledig, we gunnen het die mannen zo.’

Wieke vertelt dat sinds het ballonnetje vannacht is uitgevallen, ze wat last heeft van harde buiken.
‘Het voelt nog niet als weeën maar het rommelt wel,’ zegt ze.
‘Dat klinkt als een mooi begin. Klaar voor vandaag?’ vraag ik.
‘Zeker, kom maar door.’
We bespreken wat wensen van Wieke en Harmen en ze vertellen hoe ze open dat het overdragen van het kindje in zijn werk gaat. Een prachtig plan.

Ik pak mijn handschoenen en trek ze aan. Wieke weet hoe bevallen in zijn werk gaat. Ze kantelt haar bekken en doet haar ogen dicht. Ik zie dat ze probeert te ontspannen en geeft me dan toestemming om haar te onderzoeken. Nadat ik haar buik heb gevoeld, voel ik naar de ontsluiting. Het is ruim drie centimeter en ik voel dat de vliezen aanspannen. Ik breek ze en een golf vruchtwater loopt op het matje onder haar billen.
‘Oeh, ik voel het,’ zegt Wieke.
‘Ja, mooi helder vruchtwater en het hoofdje drukt goed aan,’ zeg ik terwijl ik op sta van het bed. Ik trek mijn handschoenen uit en gooi ze in de prullenbak. Ik ontsmet mijn handen en pak een stoel. Janny sluit ondertussen het hartfilmpje aan.


Als ik ga zitten, komen de tranen.
‘Pfff,’ zucht Wieke. ‘Even ontlading hoor.’
‘Het is ook spannend joh, helemaal normaal.’
‘Ik zie niet op tegen de bevalling, maar toch wel naar hoe het daarna zal zijn. De hele zwangerschap heb ik echt gevoeld dat het niet mijn kindje is. Maar ik kan echt niet inschatten hoe dat zal zijn als ik haar straks zie.’
‘Ja, ik kan het inderdaad niet voor je invullen. Deze situaties zijn zeldzaam. Zo vaak gebeurt het niet. Maar jullie hebben er goed over nagedacht dus ik denk dat het goed komt.’
Harmen komt dichterbij Wieke staan en pakt haar hand.
‘Ik denk het ook, dit komt goed. Jij kan dit.’

We praten nogmaals over de wensen tijdens de bevalling en over hoe het is na de geboorte van het kindje. Wieke wil zeker het kindje zien maar ze wil haar pas vasthouden als ze bij Joost en Gabriël is.
‘Ik wil het kindje van hun krijgen om vast te houden, alsof ik op intieme kraamvisite ben. De jongens hebben dat deel helemaal aan mij overgelaten. Ik mag doen wat op dat moment goed voor me voelt. Maar ik denk dat ik het zo prettig vind. Ik wil voorkomen dat ik direct veel gevoelens krijg als ik haar huid op huid neem.’
‘Mooi hoe je daar over nagedacht hebt zeg,’ zegt Janny.
‘Ja, super knap hoe je met de situatie omgaat,’ zeg ik.
‘Ik heb mezelf in deze situatie gezet hè?’ zegt Wieke met een knipoog.


Nog geen twee uurtjes later sta ik weer bij Wieke en Harmen op de kamer. Janny en ik hadden afgesproken om hun tot die tijd even samen te laten. Wieke wilde graag afwachten of de weeën vanzelf zouden komen na het vliezen breken omdat ze al wat gerommel voelde in de ochtend.

Wieke leunt met haar onderarmen op het verlosbed, haar hoofd tussen haar handen. Haar heupen wiegt ze langzaam heen en weer. Ze heeft een groot groen nachthemd aan die tot net onder haar billen reikt. Harmen staat naast het bed en heeft een spuugbakje in de handen.
‘Dit ziet er al menens uit,’ zeg ik als ik verder de verloskamer op loop.
‘Dat is het zeker,’ zegt Harmen. ‘Eigenlijk direct na het breken van de vliezen nam het toe. En dit is nu sinds het laatste half uurtje zo denk ik.’
Hij kijkt op zijn horloge en legt ondertussen zijn andere hand op de onderrug van Wieke. Hij is volledig in control.
‘Fijn zeg, of nouja, mooi dat het begonnen is uit zichzelf,’ zeg ik.
Ik pak een stoel en help met het wegzuchten van een wee die zich net aandient. Als de wee is afgelopen komt Wieke overeind.
‘Zo, pfoe,’ zegt ze. ‘Ik moet er nog even van bijkomen, het is ineens echt super heftig.’
‘Ik zie het meid,’ zeg ik. ‘Maar het komt goed.’
‘Laat je de jongens even weten dat ze moeten komen, ik voel dat het snel gaat.’ Wieke beveelt Harmen om Joost en Gabriël te bellen. Hij pakt zijn telefoon en loopt naar de gang. Ik neem het spuugzakje van Harmen over en ga op gelijke hoogte met Wieke staan.

‘Ook al heb je het al vaak gehoord, ik vind dat je iets fantastisch doet vandaag. En ik denk dat het heel snel zal gaan als ik dit zo zie. Ging je bij je dochters ook zo goed?’
‘Ja, eigenlijk wel,’ zegt Wieke. ‘Ik weet niet precies hoelang het duurde maar na het breken van de vliezen ging het vaak wel rap. Alhoewel dat toen wat later in de bevalling was geloof ik. Oeh, komt er weer een,’ Wieke grijpt het kussen en bijt er in. Vervolgens zucht ze met volle borst de wee weg.


De wee zakt af en Harmen komt weer binnen. Ik maak plaats voor hem en zet alvast alle spulletjes in de verloskamer klaar. Dit kan nog wel eens vlot gaan. Ik kijk op de klok, bijna half elf. Ik vraag mezelf af of het voor de lunch nog komt of erna. We gaan het zien. Normaal vraag ik de vader altijd om kleertjes van de baby maar die hebben zij natuurlijk niet. Ik wilde het al bijna vragen. Joost en Gabriël wonen in de buurt dus zullen snel genoeg hier zijn.

‘Waren de mannen zenuwachtig thuis?’ vraag ik Harmen.
‘Ha, ze waren al in het ziekenhuis, ze hielden het thuis niet meer,’ zegt Harmen.
Wiekes ogen glinsteren als Harmen dit vertelt.
‘Mooi, ik ga dan even de zorgcoördinator op de hoogte stellen dat we kamer 24 ook klaar gaan maken voor het kindje straks.’ Ik wijs richting de muur waar kamer 24 zit.
‘Dat is goed,’ zegt Wieke terwijl ik zie dat er alweer een wee aankomt.
Die weeën volgen elkaar vlot op, ik bel gelijk Janny om te laten weten dat de bevalling volop is begonnen.

De zorgcoördinator had kamer 24 al vrijgehouden en ik zie dat Janny daar al allerlei spulletjes voor de baby klaarlegt. Ze heeft een gewoon bed naar binnen gerold en de kruiken zitten al in de wieg. Ik vertel haar dat de aanstaande ouders deze kant op komen.
‘Het gaat vlot hiernaast hè?’ zegt Janny. ‘Ik was er net even, ze doet het hartstikke goed.’
‘Nou zeg dat. Ik vind het wel spannend voor ze, hoe het straks zal gaan. Jij niet?’ vraag ik Janny.
‘Ja, echt wel. Heel beniewd ook.’

Ik loop even naar een andere patiënt als ik zie dat Joost en Gabriël worden ontvangen door Janny. Ik loop straks ook even langs. De rest van de afdeling is redelijk onder controle. Er lijkt op dit moment verder niemand te gaan bevallen. Dat is fijn, dan heb ik straks alle tijd voor Wieke. Soms is het flink aanpoten op de afdeling als er meerdere vrouwen tegelijk aan het bevallen zijn. Ik probeer dat altijd zo min mogelijk aan de patiënt te laten merken. En ik doe altijd mijn best om iedereen zo goed mogelijk te begeleiden.

Ik loop naar onze teampost. Mijn collega zit daar aan een bakje thee.
‘Hoe is ie bij jou?’ vraagt ze.
‘Prima, ik denk dat ik zo een partus ga doen op 23. Ik heb vanmorgen enkel vliezen gebroken maar ze zit hevig in de weeën.’
‘Oh, de dame die haar kindje gaat afstaan?’
‘Ja, die. Dapper hoor. Ik zou het niet kunnen denk ik met mijn eigen ei.’
‘Ik ook niet nee,’ zegt mijn collega.


Ik loop naar de keuken en pak ook een kopje thee. Het is inmiddels elf uur. Drie uur na het breken van de vliezen. Ik besluit de terugweg nog even langs de kamer van de aanstaande ouders te lopen. Als ik de deur opendoe lopen de twee mannen te ijsberen door de verloskamer. Ik moet lachen van de aanblik van deze aanstaande papa’s. De dag van hun leven. Hier hebben ze zo lang naartoe geleefd.
Ik stel me voor en krijg van beide mannen een hand.

‘Ik heb veel over jullie gehoord, ze doet het fantastisch. Het gaat niet lang meer duren denk ik. Zijn jullie er klaar voor?’
‘Helemaal,’ zegt Joost, de langste van de twee. ‘We kunnen niet wachten om haar te ontmoeten.’
Ik kijk de kamer rond. Janny heeft alles al voor het meisje klaar gezet. Warme kruiken in de wieg, de kleertjes erbij. De warmtelamp staat aan en ook de opvangtafel staat hier. Wieke en Harmen hebben besloten dat als het kindje een slechte start zou hebben dat we het op de kamer van de ouders mogen beademen of reanimeren in het ergste geval. Precies zoals het altijd gaat. Bij de ouders. Harmen blijft daar dan wel bij. Ze hebben ook hier weer zo goed over nagedacht, alleen maar respect daarvoor. Ik ga er niet vanuit dat het nodig zal zijn maar je weet het nooit. Wel gek zo deze kamer, de barende vrouw mist hier. Maar qua spanning voelt het helemaal gelijk.

‘Ik zie jullie straks wel weer denk ik, als er wat is, druk op de bel hè?’
‘Dat had je collega inderdaad ook al gezegd, dankjewel hoor, wij redden ons,’ zegt Gabriël. Het valt me nu pas op hoe warm zijn blik is. Deze baby krijgt een heel warm nestje.

Ik loop naar de teampost en drink mijn thee. Mijn glas is nog niet half leeg of mijn telefoon gaat.
‘Met Janny, kom maar hoor, we zitten tegen persdrang aan.’
‘Is goed, ik kom eraan.’
Dat wordt voor de lunch een baby. Ik sta op en loop de post uit.

Ik kan het niet laten even mijn hoofd om de kamer van de mannen te gooien.
‘Persdrang hiernaast, jullie meisje komt eraan.’
Beiden slaken een diepe zucht en pakken elkaars handen. Die twee houden het echt niet lang meer uit. Ik loop door naar de kamer ernaast en grijp vanuit het keukentje gelijk twee handschoenen. Ik open het gordijn en zie Wieke in bed liggen op haar zij. Haar hoofd is bezweet en haar handen omklemmen de rand van het bed. Aan de oerkreten die ze maakt te horen, is dit inderdaad persdrang.

‘Voel je dat de baby komt?’ vraag ik.
‘Ja,’ zegt Wieke op een uitademing.
Harmen blijft de rust zelve en maakt het washandje in zijn hand nogmaals koud onder de kraan van het keukentje.
‘Zal ik voelen of het al tien centimeter is?’
‘Graag,’ zegt Wieke. Het is even rustig in haar buik.
‘Lukt het voor je om iets meer naar je rug te draaien?’ Wieke doet gelijk wat ik vraag.
‘Super, zo ja, je voelt mijn vingers hoor, klaar voor?’
Wieke knikt.
Op het moment dat ik mijn vingers naar binnen breng stuit ik gelijk op het hoofdje.
‘Ze ligt recht voor de uitgang, 10 centimeter en al hartstikke diep, je mag meepersen als je het voelt.’

Ik heb het nog niet gezegd of de volgende wee dient zich aan. Na één keer persen zien we al een stukje van het hoofd.
‘Wauw, je gaat fantastisch,’ zegt Janny.
‘Goed zo Wiek, ik ben trots op je,’ hoor ik Harmen zeggen.
‘Bij de volgende wee mag je blijven zuchten.’ Ik geef Wieke instructies om te voorkomen dat ze erg zal uitscheuren.
Nog geen minuut later is daar de volgende wee. Wieke doet enorm haar best om te zuchten, met zijn drieën zuchten we met haar mee.
‘Blijven zuchten, blijven zuchten,’ zeg ik. ‘Goedzo, het hoofdje komt eraan.’
‘Een beetje persen nog! Ja goedzo en weer zuchten.’
Wieke doet precies wat ik zeg. Ze slaakt een flinke pijnkreet.
‘Auuuuuw,’ schreeuwt ze. ‘Auw, auw, auw.’
‘Je kan het, even volhouden nog,’ zegt Janny.
‘Daar is het hoofdje, goed gedaan. Nu wachten we even op de volgende wee. Bij de volgende wee mag je een klein beetje persen weer.’
Wieke knikt en kijkt vervolgens Harmen aan. Ze grijpt zijn bovenarm en kijkt hem doordringend aan. Hoe zou dit voor hen zijn. Dit kindje is niet van hun, maar ook ergens weer wel. Het blijft fascinerend hoe ze hiermee omgaan.


De volgende wee laat even op zich wachten. Het hoofdje van het meisje wurmt wat heen en weer en ik zie het meisje haar wenkbrauwen samen knijpen. Het hoofdje komt verder naar buiten. Wieke heeft weer een wee. Ze ligt nog steeds op haar linkerzij en pakt haar rechterbeen naar zich toe. Ze perst een klein beetje. Ik kan het meisje al aanpakken. Ik til haar op en ze begint gelijk te huilen. Janny droogt haar af en Wieke komt omhoog.
‘Och, wat een prachtig meisje!’ roept ze.
Zoals afgesproken knipt Harmen direct de navelstreng door waarna we het meisje in warme doeken wikkelen en aan Harmen geven. Hij houdt het meisje tegen zich aan en laat haar aan Wieke zien. Wieke is heel rustig, ze glimlacht en aait het meisje over haar wang.
‘Dag lief meisje, wat fijn dat jij er bent. Ga maar lekker naar je ouders, ik kom straks.’ Ze geeft het meisje een kusje op haar neus. Ik zie een traan over haar wang. Harmen pakt het kindje stevig tegen zich aan en buigt naar Wieke toe. Hij geeft haar een kus.
‘Ik ben trots op jou.’
Hij blijft even staan en samen aanschouwen we dit tafereel. Hoe zullen ze zich voelen? Hoe zal dit voor ze zijn. Ik kan het me niet indenken. Janny en ik doen beiden een stap naar achteren en leunen tegen het aanrechtje aan. We aanschouwen dit tafereel. Het meisje is heel rustig en kijkt wakker om zich heen. Wieke en Harmen kijken beiden trots maar ik zie ook wat afstand.
Na een minuut of vijf komt Harmen in beweging.
‘Zal ik haar wegbrengen?’ vraag hij aan Wieke.
‘Ja, tuurlijk, ga!’ Wieke wuift hem de deur uit. Janny loopt voor hem uit. Ik blijf op de kamer achter samen met Wieke.

‘Dit is wel gek hoor,’ Wieke breekt het ijs.
‘Ik heb hier zo vaak over nagedacht, allerlei scenario’s gingen door me heen. Maar het voelt helemaal oké voor nu.’
‘Fijn, ik vind het echt zo knap. Het is toch een deel van jou.’
‘Ja, maar zo voelt het dus echt niet. Wel vreemd dat ik haar nu dan ineens niet meer voel.’ Wieke legt haar handen op haar lege buik. ‘Maar het is goed zo.’
‘Mooi dat je dat zo zegt, het kan best nog wel even nodig hebben. Dat lijkt me helemaal niet gek. Maar goed, zal ik kijken of de placenta al los wil laten?’
‘Oja, dat moet ook nog.’


De placenta wordt soepel geboren en er zijn geen hechtingen nodig. Fijn voor Wieke. Harmen komt de verloskamer weer op en glimlacht tevreden.
‘Dat was fantastisch joh, wat zijn ze trots en gelukkig. Goed gedaan.’ Hij omhelst Wieke en kust haar.
Ik voel dat ik even teveel ben en geef aan dat ik straks terug kom.
‘Nogmaals Wieke, goed gedaan,’ zeg ik en loop richting de deur.
‘Dank voor je hulp Lisa.’
‘Graag gedaan.’

Ik loop de verloskamer uit en stap een deur verder naar binnen. Zacht babygehuil klinkt vanaf het bed. Gabriël zit met ontbloot bovenlijf op het bed met het meisje tegen hem aan. Joost zit naast hem op het bed met een arm om hem heen. Hij kruipt bijna op het kleine hoopje mens op de borst van zijn partner.
Janny zit op een stoel in de hoek en aanschouwt het tafereel.
‘Ja,’ zegt ze als ik binnenkom. ‘Ik dacht ik blijf toch even, ze is amper een half uurtje oud natuurlijk.’
‘Ja, tuurlijk, dat snap ik.’
‘Hoi papa’s,’ zeg ik tegen de heren op het bed. ‘Mag ik jullie feliciteren met jullie prachtige dochter.’
De mannen kijken me beiden aan. ‘Dankjewel,’ zeggen ze in koor.
‘Ze is echt prachtig,’ zegt Joost.
‘Ze heet Lea. Lea Wieke,’ zegt Gabriël terwijl hij naar zijn dochter kijkt.
Ik krijg er een brok van in mijn keel. ‘Wat een mooi gebaar voor Wieke zeg.’
‘Dat was wel het minste wat we konden doen,’ zegt Joost.


Joost, Gabriël en hun kersverse dochter Lea zijn nog een paar uurtjes in het ziekenhuis gebleven. Zoals Wieke het had bedacht, is het gegaan. Nadat Wieke was gedoucht en had geplast is ze naar de kamer van de mannen gegaan. Daar mocht ze Lea, aangereikt door haar papa’s, voor het eerst vasthouden. Ik was er niet bij, maar ik hoorde van Janny dat het heel mooi was geweest.

Wieke moest eigenlijk vanwege haar bloeddruk een nachtje blijven maar met goed overleg en strikte controles van de verloskundige thuis mocht ze die avond ook naar huis. Ik heb ze nadien niet weer gesproken. Maar het verhaal zal me altijd bij blijven.


Meer bijzondere verhalen lezen vanaf de verloskamers? Klik hier.
Of klik hier voor alle blogs.

Eén opmerking over 'Mijn buik, jouw baby'

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: