Veel te vroeg en veel te klein

Nachtdienst, ik vind het heerlijk want het heeft iets magisch. De gangen zijn leeg, het licht gedimd en het grootst gros aan patiënten in volledige rust. Geen bezoek, weinig personeel en voornamelijk verpleging die je tegenkomt. Bij ons op de verloskamers is altijd reuring. Ook midden in de nacht. Mensen komen al zuchtend de afdeling op, vertrekken met een gevulde maxi-cosi op schoot of komen voor een kort bezoekje in verband met bloedverlies of minder leven voelen.

Deze nacht is het rustig als ik de afdeling op loop. Ik ben vannacht met Maartje, zij is een oudere jaars gynaecoloog in opleiding en heeft dus heel wat ervaring. Tijdens de overdracht hoorden we dat er niemand ligt te baren maar dat er wel een ‘onrustige’ zwangere ligt op de OHC (obstetrische high care). Met onrustig bedoelen we vaak dat iemand wat contracties, harde buiken of klachten heeft. Op de OHC liggen hoog risico zwangeren met bijvoorbeeld een dreigende vroeggeboorte onder de 32 weken of ernstig zieke zwangeren met bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie).


Het is een kapster die drie dagen geleden nog in de kapsalon stond bij 30 weken zwangerschap. Gelukkig had ze net even pauze toen ineens haar vliezen braken.


Het is inmiddels bijna 1.00u als de telefoon van Maartje gaat. Suzan belt, een verpleegkundige van de OHC. Ze vertelt dat de ‘onrustige dame’ van de overdracht toenemende contracties heeft. Het is een kapster die drie dagen geleden nog aan het werk was. Gelukkig had ze net even pauze toen ineens haar vliezen braken. Flink schrikken voor haar en haar familie. Ze komt niet uit de regio want het ziekenhuis bij haar in de buurt heeft geen NICU (intensive care voor pasgeborenen). Hierdoor is ze bij ons terecht gekomen. Maartje gaat richting de OHC en vraagt of ik mee ga. Ik spring op en loop snel achter haar aan. Meestal heb ik geen tijd voor de OHC in de nacht omdat er altijd wel iemand op de verloskamers ligt te baren. Dus vannacht laat ik me deze kans niet ontglippen.

We lopen langs het hart van de afdeling en begroeten onze collega verpleegkundigen die het zo te zien redelijk rustig hebben. We lopen door langs het hok van de zorgcoördinator (ZOCO) die geen directe patiëntenzorg doet maar alle logistieke zaken regelt op de afdeling. Ze is zoals gewoonlijk aan de telefoon dus we zwaaien enkel naar elkaar. We steken de gang over richting de OHC terwijl de telefoon van Maartje rinkelt. Ik loop vast de kamer van de kapster op terwijl Maartje haar telefoontje beantwoordt.

Verpleegkundige Suzan sluit net het hartfilmpje aan terwijl ik me ondertussen voorstel. Een lange slanke dame ligt op het bed. Haar haar in glanzend bruin geverfd en opgestoken in een knot op haar hoofd. Haar ogen staan wijd open en ze zit wat ongemakkelijk op het bed. Haar lichtroze t-shirt opgetrokken tot net onder haar borsten. Daar onder zit een heel mooi klein zwanger buikje. Het is dat ze zo slank is anders had je niet ontdekt dat ze zwanger is. Haar naam is Chayenne en ik zie op het hartfilmpje die net loopt gelijk een flinke piek verschijnen ten teken dat er een contractie begint. Ik vraag haar of ze dit ook voelt en ze geeft aan dat ze dit eigenlijk de hele dag al wel heeft en dat ze het wel herkent van eerder in de zwangerschap.


Er komt een boomlange man binnen die schouders
heeft zo breed als het Noordzee-kanaal


Achter het bed, aan het prikbord prijken tal van kaarten en foto’s. Het hangt vol met zonnestralen, hartjes en beren. Naast het prikbord zweeft een grote ballon gevuld met helium waar groot ‘I love you‘ op staat. Ik zeg dat ze het er al heel gezellig heeft gemaakt voor de paar dagen dat ze er nu ligt waarna ik een glimlach zie verschijnen op Chayenne’s gezicht.

CTG

Maartje komt binnen lopen. Een bekend gezicht voor Chayenne. Zij hebben elkaar al ontmoet toen ze werd opgenomen. We staan een tijdje te kletsen, terwijl we op het CTG (hartfilmpje) zien dat Chayenne al meerdere contracties heeft gehad. We zien ook dat ze telkens wat gaat verzitten als er een contractie is. Voor ons drieën lijkt het duidelijk op weeën. Maartje doet uitwendig onderzoek en geeft aan dat ze ook even met de echo wil kijken naar haar baarmoedermond. Chayenne heeft ingestemd om mee te doen met een studie (APOSTEL 8) naar weeënremming bij vroeggeboorte. Als je meedoet aan deze studie krijg je via het infuus iets toegediend gedurende twee dagen. Dit kan óf weeënremming zijn of een placebo. Met dit onderzoek hopen de onderzoekers erachter te komen of weeënremming zin heeft na 30 weken zwangerschap.

Na wat extra onderzoeken blijkt dat haar baarmoedermond helemaal verstreken is. Dit wijst vaak op een beginnende bevalling. Maartje besluit inwendig onderzoek te doen. Ik zie dat ze tijdens het onderzoek een keer naar boven kijkt om te bedenken wat ze zal zeggen. Ze knikt naar mij en de verpleegkundige en vertelt dan aan Chayenne dat ze wel verwacht dat de bevalling zal doorzetten want ze heeft al wat ontsluiting. Chayenne kijkt geschrokken en ik zie dat ze tegen haar tranen vecht. ‘En nu?’ vraagt ze. ‘Wat gaan we nu doen?’

We leggen uit dat ze waarschijnlijk gaat bevallen ergens de komende uren en dat we haar partner gaan bellen dat hij deze kant op moet komen. Hij moet bijna een uur rijden dus dat doen we gelijk. We gaan haar verhuizen naar een verloskamer en gaan ook de neonatoloog (de specialist van extreem vroeg geboren kinderen) vast bellen om mee te delen dat we verwachten dat er een kleintje wordt geboren bij 30 weken en 4 dagen.

Heel sneu voor Chayenne, maar stiekem vind ik het heel leuk. Dat betekent dat we een mooie bevalling mogen doen vannacht. Het is inmiddels 1.45u en we moeten alles nog noteren in de computer. Administratie, het blijft een dingetje. We lopen even de kamer af terwijl de verpleegkundige bij Chayenne blijft tot haar partner er is. Terwijl we naar het kantoortje op de OHC lopen zegt Maartje: ‘we gaan zo snel weer terug want ze heeft al ruim 6 centimeter.’ Ik kijk haar lachend aan: ‘dat heb je goed verborgen kunnen houden.’


Soms is het beter om niet het aantal centimeters te zeggen. Helemaal niet als iemand nog niet het idee heeft dat de bevalling is begonnen en haar partner er nog niet is. Als je eenmaal tegen iemand zegt: ‘dit zijn weeën en je gaat nu bevallen,’ gaat bij vrouwen in het hoofd een soort van knop om. Alsof dat zwangere lijf dan het codewoord heeft gekregen waardoor de bevalling ineens ‘aan’ gaat. Heel wonderlijk is dat altijd om te zien. Daarom kunnen we dat codewoord beter pas gebruiken op het moment dat Bastiaan (Chayenne’s man) ook gearriveerd is.

Nog geen half uur later zit ik naast Chayenne. Maartje moest naar de spoedeisende hulp voor een patiënt en ik heb beloofd haar te bellen als ik haar nodig had. (Of als ik haren zie). Chayenne krijgt flink rode blosjes maar kijkt apetrots. Ze vertelt tussen de contracties die steeds heviger lijken te worden door over de babykamer met panterprint thema. Die heeft ze al af sinds ze wist dat ze een meisje krijgt. Ook vertelt ze glimmend van trots dat ze uitkijkt naar haar kleine meisje. Haar telefoon met panterhoesje houdt ze stevig in haar hand. Af en toe kijkt ze er eens op en ik zie dat er appjes binnenkomen. Ik vraag haar wie allemaal meeleven waarop ze aangeeft dat ze op de groepsapps van de families heeft gezet dat de bevalling nu echt begonnen is. ‘Die komen zo met zijn allen deze kant op hoor,’ zegt ze al puffend.

Ik leg haar een en ander uit over hoe het allemaal gaat straks als het kindje geboren wordt en wie er allemaal bij de opvang is. Ze gaat het wel zien maar heeft er helemaal zin in. ‘Ze gaat het goed doen hoor,’ zegt Chayenne, ‘ik voel het.’ Ik geloof haar direct en als ik kijk hoe het hartfilmpje eruit ziet kan ik het alleen maar beamen. Een stevig kloppend hartje horen we zachtjes tikken op de achtergrond.

Niet veel later horen we geklop op de deur. Er komt een boomlange man binnen die schouders heeft zo breed als het Noordzee kanaal. Dit moet Bastiaan zijn. Een smile van oor tot oor en een mega roze Nijntje-knuffel onder zijn arm. Ik zie een glinstering in zijn ogen als hij Chayenne aankijkt. Hij omhelst haar opgewonden als hij bij het bed aankomt. ‘Gaat het gebeuren schat? Komt ze, mijn kleine meissie? Ik ben zo snel als ik kon deze kant op gereden. Goed uitgekiend zo ’s nachts want ik kon overal doorrijden. Heb er 40 minuten over gedaan,’ ratelt hij verder.


Na slechts een paar keer persen zie ik al een
klein beetje blonde haren verschijnen.


Niet veel later, alsof ze heeft gewacht op haar vriend, vraagt Chayenne of ze misschien even naar het toilet mag. ‘Beetje gênant hoor,’ zegt ze ‘maar ik moet denk ik poepen.’ Barende vrouwen die moeten poepen en al ruime ontsluiting hebben vertrouw ik voor geen meter dus ik zeg dat ze van mijn niet naar het toilet mag maar dat ik eerst wil kijken hoeveel ontsluiting ze heeft. Ze krijgt net een wee. Al vloekend roept ze dat ze echt even moet poepen waarna ik gelijk mijn handschoenen aantrek. Ik breng mijn vingers bij haar binnen en bots gelijk op een klein rond bolletje. Het hoofdje van de baby. Ik voel geen baarmoedermond meer wat betekent dat ze tien centimeter ontsluiting heeft.

Ik vertel haar dat ze negen centimeter heeft. Dit geeft mij enigszins tijd om iedereen op te trommelen op de kamer. Ik vraag haar nog even te blijven zuchten en pak ondertussen mijn telefoon. Ik doe een belronde langs de neonatoloog, gynaecoloog en Maartje en geef hun allen dezelfde informatie: Chayenne gaat bevallen – hier gebruik ik overigens wel iets andere bewoording voor -. De verpleegkundige zet ondertussen een set klaar met instrumenten.

Niet veel later zie ik langzaam de verloskamer vol stromen. De neonatoloog komt binnen met een verpleegkundige van de NICU in zijn kielzog. Ze checken de apparatuur in de opvangkamer en ik hoor ze wat rommelen tussen de spullen. Ook Maartje komt binnen en knikt richting mij dat ik de bevalling mag ‘doen’. Zo noemen we dat. ‘Een bevalling doen’. De gynaecoloog komt om het hoekje van de deur kijken en smoest richting Maartje dat ze om het hoekje blijft staan.

Ondertussen stelt Bas (zoals hij zichzelf noemt) voor aan iedereen die binnenkomt en vertelt enthousiast hoe trots hij is dat hij vader gaat worden. Hij bedankt iedereen bij voorbaat. Ik merk dat zowel hij en Chayenne goed voorbereid zijn de afgelopen dagen. Ze weten precies wie er bij is en wat er gaat gebeuren. Hij zwaait zelfs naar de neonatoloog en de verpleegkundige achter de klapdeur. Chayenne heeft het zwaar en heeft inmiddels van mij het startsein gekregen om te gaan persen. Na slechts een paar keer persen zie ik al een klein beetje blonde haren verschijnen. ‘Het is een blondine,’ zeg ik tegen Chayenne en Bastiaan die het volgens mij niet mee krijgen. Ik zie achter het roze shirt van Chayenne nog een klein panter-printje. Ik vis haar telefoon daar weg ook al zijn de meeste telefoons spatwaterdicht. Ik geef hem aan Bastiaan die hem in zijn zak stopt.

Op het hartfilmpje laat deze kleine baby voor het eerst zien dat bevallen ook voor haar geen pretje is. De hartslag daalt en heeft steeds meer moeite op te krabbelen uit de dipjes. Ik moedig Chayenne iets harder aan waarna ze haar benen stevig vastpakt en haar hoofd op haar borst drukt. Dit had ik eerder moeten doen want na nog eens hard persen wordt daar een minihoofdje geboren gevolgd door twee schouders en een lijfje. Direct horen we een heel klein, schattig maar krachtig huiltje door de kamer. Ik zie de schouders van Bastiaan zakken en zijn ogen vochtig worden. Chayenne strekt haar armen uit om haar kleintje tussen haar benen door aan te kunnen pakken. Ik til mijn hoofd op en kijk naar de neonatoloog die inmiddels op de verloskamer staat. Ze geeft me een knikje terug. Ik leg het kleine meisje bij de kersverse mama op haar buik waarna ze gelijk een muts op krijgt van de verpleegkundige. We drogen het meisje niet af maar stoppen haar in een plastic zakje. Ook dit heeft Bastiaan goed onthouden, hij lacht door zijn tranen heen en grapt dat hij de 10 cent voor het plastic zakje straks wel betaalt. Nadat de navelstreng door is pakt de neonatoloog het meisje en neemt haar mee naar de opvang-tafel gevolgd door Bastiaan. We laten de deur open zodat ook Chayenne een beetje mee kan kijken. Tranen rollen over haar wangen, ze knipoogt naar me en zegt: ‘Zie je wel. Pittig ding hè? Heeft ze van haar moeder.’

Foto uit eigen album

Bastiaan komt terug uit de opvangruimte. ‘Ze is prachtig,’ roept hij. ‘Ze heeft blond haar, net als ik en het is een vechtertje hoor. De dokter is heel blij en hij zegt dat ze het super goed doet. Het is een echte Liv, Yen!’ Ze kussen elkaar waarna ik me even terugtrek. De placenta is geboren en er zijn geen complicaties. Ik kijk naar de klok en zie dat het 3.15u is. De helft van mijn dienst zit erop. Ik loop samen met Maartje terug naar onze afdeling en we sluiten aan bij de koffie in het hok van de ZOCO. ‘Bij jullie ook rustig hè?’ vraagt de ZOCO. Ik vertel het verhaal over de brede schouders, panter-printjes en een dappere Chayenne. Honderden bevallingen begeleid, maar elke blijft uniek.

Welkom kleine Liv van 1265 gram. Wat fijn dat jij er bent. En wat heb jij een leuke papa en mama. Dat komt helemaal goed met jou.


Meer lezen over wat ik meemaak tijdens mijn nachtdiensten?
Klik hier voor het blog: bevallen via facetime.


3 gedachten over “Veel te vroeg en veel te klein

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: